Als plantenwortels in aanraking komen met een rijk en gezond bodemleven, dan groeien ze beter en nemen beter nutriënten op. Hoewel de wondere wereld van schimmels en bacteriën en hun symbiose met wortels nog veel geheimen heeft, tonen tamelijk eenvoudige proeven aan dat er wel degelijk iets gebeurt. Lavendel ontwikkelt bijvoorbeeld minder bladvlekken.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
Op het containerveld van de proeftuin in Boskoop staat een nieuwe proef met erica en gaultheria. Ze zijn in april opgepot. Het is een vervolg op het onderzoek dat vorig jaar is uitgevoerd met lavendel en helleborus. Jeroen van der Meij, onderzoeker van Delphy op deze locatie en Erwin Weening, verkoopdirecteur bij DCM, kijken hoe het plantgoed weggroeit.
Rijk bodemleven
Voor het oppotten heeft Van der Meij de organische bodemverbeteraar DCM Vivisol toegevoegd. Deze verbeteraar wordt ook wel in korrelvorm toegepast in vollegrondsteelten na het stomen. Een variant hiervan, een fijn granulaat (minigrain), bevat een hoog gehalte aan stabiele en snel afbreekbare organische stof én verschillende Bacillus stammen, waaronder Bacillus amyloliquefaciens. De bacteriën en schimmels stimuleren een rijk bodemleven en een gezonde bodem. Dit rijke bodemleven zet organische stof om tot voeding voor de planten. Zowel de nutriënten in de grond als de bemesting blijven gedurende de teelt beschikbaar voor de plantenwortels.
In de proef zijn drie behandelingen aangelegd, namelijk onbehandelde potgrond, 1 kg en 2 kg minigranulaat per m3 potgrond. De potgrond is bij alle behandelingen hetzelfde bemest met langzaam vrijkomende meststoffen. Het bodem verbeterende product heeft nauwelijks bemestende waarde. De centrale vraag is hoe het bodemleven zich ontwikkelt en hoe verschillende planten daarop reageren.
Vermengen met potgrond
Potgrond, dat grotendeels bestaat uit veencomponenten die afkomstig zijn uit diepere lagen, is nagenoeg steriel. “Zodra hier jonge planten op groeien zal ook snel het bodemleven op gang komen”, legt Weening uit. Dat bodemleven bestaat uit goede en schadelijke schimmels en bacteriën waarmee de plantenwortels in aanraking komen.
Is de potgrond verrijkt met minerale meststoffen, dan remt dit een snelle toename van bodemleven. Krijgt diezelfde potgrond een organische verrijking, dan neemt de groei van schimmels en bacteriën juist toe. Van Bacillus is bekend dat deze de groei van planten stimuleert en het wortelstelsel weerbaar maakt tegen ziekten.
Als potgrond en minigranulaat worden vermengd en de jonge planten weggroeien, komt dit proces al snel op gang. Weening kan dit aantonen door de CO2-productie te meten. Is deze hoog, dan is er veel activiteit. “We zien een opbouw van activiteiten met een piek tot zestig dagen”, legt hij uit. “Daarna verloopt het proces rustiger en zien we in de loop van het seizoen nog steeds een verdubbeling.”
In de eerste drie weken vormen de Bacillus samen met andere micro-organismen een natuurlijke bescherming voor het plantmateriaal. Het minigranulaat zorgt in tegenstelling tot korrels voor een goede verdeling door het potgrondmengsel.
Gezonde lavendel
Dat plantensoorten ieder op hun eigen wijze reageren op het verrijkte bodemleven bleek vorig jaar uit de eerste proef in Boskoop. “We zagen bijvoorbeeld dat de lavendel in het begin beter weggroeide bij onbehandelde potgrond”, vertelt Van der Meij. Volgens Weening klopt dat, omdat de opbouw van het bodemleven veel concurrentie geeft met de wortels van de planten. Dat veroorzaakt dus aanvankelijk wat remming.
Na verloop van tijd keerden de resultaten om. Zo ontwikkelden de planten in onbehandelde grond meer bladvlekken dan die in behandelde potgrond, waardoor ook de groei afnam. De behandeling met 1 kg per m3 had iets meer bladvlekken dan die met 2 kg per m3.
Het ontstaan van bladvlekken (veelal veroorzaakt door Phoma) is de meest voorkomende ziekte in lavendel. Overigens bleven planten van behandelde potgrond niet helemaal vrij van dit probleem, maar ze bleven wel goed doorgroeien en ontwikkelden een goed wortelstelsel. Die voorsprong is in de rest van het seizoen niet meer weggegeven. Naarmate het seizoen vorderde ‘implodeerden’ de planten van onbehandelde potgrond. De teeltduur was uiteindelijk zestien weken.
Van der Meij: “Ik was verrast door dit resultaat. We hebben meer gezond product geoogst van de verrijkte potgrond.” Uiteindelijk leverde deze proef een significant verschil op tussen behandelde en onbehandelde potgrond.
Helleborus
Bij Helleborus pakte het iets anders uit. Hoewel de planten wel iets beter presteerden op de verrijkte potgrond was het verschil minder opvallend dan bij lavendel. Weening: “Ook dat zien we regelmatig. Het ene gewas reageert veel spectaculairder dan het andere gewas. Roosachtigen reageren erg positief. We zien bijvoorbeeld dat een bramengewas, dat ook behoort tot de Rozaceae, zich erg goed ontwikkelt.”
In de proef was de wortelontwikkeling bij beide gewassen het beste bij een dosering van 2 kg per m3. De leverancier adviseert bij gewassen die ziektegevoeliger zijn een hogere dosering te gebruiken.
Vervolgonderzoek nodig
De resultaten van vorig jaar zijn interessant genoeg om dit seizoen vervolgonderzoek te doen. Ditmaal zijn erica en gaultheria aan de beurt. Van deze soorten is nog niet bekend hoe ze reageren.
Weening: “We staan nog aan het begin van een ontwikkeling. We weten hoe belangrijk de toevoeging kan zijn voor de start van de teelt, maar we weten nog niet precies hoe lang het doorwerkt.” Hoewel het product al 24 jaar op de markt is gaat het leerproces nog volop door.
Zo is het minigranulaat in de containerteelt een verbetering op de standaard korrels, omdat de verdeling door de potgrond veel beter verloopt. De samenstelling van het potgrondmengsel heeft eveneens invloed op het resultaat. Inmiddels doet het bedrijf ook proeven in de substraatteelt (steenwol en kokos) met een vloeibare variant.
RHP certificering
De ontwikkeling van hulpstoffen die het bodemleven verbeteren heeft lang op een laag pitje gestaan. De reden daarvoor is dat dergelijke middelen geen RHP-certificering hadden. Dat blokkeerde de mogelijkheid om korrels of granulaat al bij de potgrondleverancier mee te mengen.
Na lang aandringen en uitvoerig onderzoek is in die situatie verandering gekomen. Tot opluchting van Weening valt Vivisol sinds 2015 onder het RHP certificeringssysteem. “Dit is een enorme erkenning voor ons product”, geeft hij aan. “Bovendien is het door controle-instantie SKAL toegelaten in de biologische land- en tuinbouw.”
“We zien dat het product een positief effect heeft op het bodemleven, maar hoe is moeilijk te meten”, vult Van der Meij hem aan. “Maar uiteindelijk gaat het er om dat telers een goed product kunnen leveren aan de consument en dat deze er uiteindelijk ook plezier van heeft.
Samenvatting
Proeftuin Boskoop heeft vorig jaar samen met een producent onderzoek gedaan met potgrondmengsels die zijn verrijkt met Bacillus-soorten. Bij lavendel waren de verschillen het grootst, maar ook helleborus groeide goed op de mengsels. Dit is het gevolg van een verbeterd bodemleven. Het stimuleert wortelgroei en vergroot de weerbaarheid tegen ziekten.
Tekst en foto’s: Pieternel van Velden.
[/wcm_restrict]
