Voor telers die vooruit kijken

‘We keren terug naar de mechanismen die de natuur heeft bedacht’

Meer kennis nodig om bodemleven te stimuleren
585 0
‘We keren terug naar de mechanismen die de natuur heeft bedacht’

Stukje bij beetje ontvouwt de natuur haar geheimen. Na de opkomst van biologische bestrijding bovengronds is het nu de beurt aan het wortelmilieu. De samenwerking tussen wortels en de organismen daar omheen is een uiterst complexe materie. De microbiële wereld komt alleen tot bloei als alle omstandigheden gunstig zijn. De zoektocht naar bodemweerbaarheid is een flinke ontdekkingsreis.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]

Voor het derde seizoen gebruikt chrysantenteler Peter Huisman van Huisman Chrysanten in Maasdijk organische meststoffen op zijn bedrijf. Samen met Horticoop deed hij proeven en ontwikkelde een speciale strooier die de korrels rustig laat vallen, want “het stuift als je het met een gewone kunstmeststrooier doet.” En eigenlijk lijkt er niet veel veranderd met de tijd waarin hij nog uitsluitend minerale meststoffen gebruikte in plaats van het ‘Horizon bemestingsconcept’.
Of ligt het wat genuanceerder? Want waarom koos hij voor organische voorraadbemesting, die hij gedurende de teelt aanvult met kunstmest via de regenleiding? Problemen met uitspoeling heeft hij niet, want hij kan het drainwater opvangen via het drainagesysteem en vervolgens recirculeren. “Ik heb het gevoel dat er toch wat is veranderd”, legt hij uit. “De bovenste teeltlaag voelt ruller en heeft naar mijn gevoel een betere structuur gekregen. Bovendien zie ik meer bodemleven. Dat staat me aan.”
In zijn achterhoofd speelt meer. Vanwege het wegvallen van Aaterra tegen Pythium zoekt hij naar een manier om de bodemweerbaarheid te verhogen, zodat wortelziekten minder kans krijgen om zich te ontwikkelen. En de combinatie met biologische bestrijding van ziekten en plagen lijkt eveneens goed te gaan. Kortom, er lijkt muziek te zitten in een meer natuurlijke manier van telen.

Beperkingen voor zijn

Weerbaarheid is een actueel thema, weet accountmanager Arko van der Lugt van Horticoop. De voorraadbemesting van Huisman is daarvan een onderdeel. Goede compost, speciale producten op basis van goede bodemschimmels en -bacteriën en producten die het bodemleven stimuleren horen daarbij. Het coöperatieve bedrijf is voornamelijk tussenpersoon voor toeleveringsbedrijven die voor dit doel producten ontwikkelen.
“Wil je een rijk bodemleven stimuleren, dan heb je organisch materiaal en vooral een hoog zuurstofgehalte in gietwater en voorraadtanks nodig. Pas dan ben je op de goede weg”, legt hij uit. Hij merkt dat de belangstelling voor dit onderwerp sterk toeneemt. Onder de belangstellenden zijn vooral telers die vooruit denken en niet wachten tot bepaalde middelen hun toelating verliezen. Zij willen beperkingen voor zijn.

Zoals de natuur

De belangstelling voor een natuurlijke aanpak komt niet alleen vanuit de grondgebonden teelten, maar uit alle hoeken van de tuinbouw. Potplantentelers laten naast meststoffen microbiële organismen door hun potgrondmengsels mengen om de teeltresultaten te verbeteren, maar ook om hun planten een betere houdbaarheid mee te geven.
Weerbaarheid beperkt zich niet tot de grondteelten alleen. Als expert in de opkweek van warme groenteplanten ziet Van der Lugt ook in de zeer steriele opkweekfase een verandering van inzichten ontstaan. “In de toekomst gaan we betonvloeren ‘enten’ met microbiële preparaten, waardoor wortelziekten minder kans krijgen. Eigenlijk gaan we terug naar de mechanismen zoals de natuur ze heeft bedacht, maar met de kennis van nu en met behoud van controle.”

Kleine stapjes voorwaarts

Technisch specialist Michel Jongenelen van DCM houdt zich bezig met organische meststoffen en organische bodemverbeteraars. Op de proeftuin van Delphy in Boskoop doet het bedrijf proeven naar het effect van deze meststoffen en de eigen ontwikkelde bodemverbeteraar Vivisol, dat stabiele en snel afbreekbare organische stof en verschillende Bacillus stammen bevat. Eerdere proeven hebben uitgewezen dat lavendel minder gevoelig is voor het ontstaan van bladvlekken, dat de kwaliteit van Gaulteria verbetert en dat Erica minder taksterfte laat zien. Het zijn kleine stapjes, maar wel in de goede richting.
Dit jaar doet het bedrijf samen met Delphy proeven met Buddleya, waarin gecoate minerale meststoffen worden vergeleken met organische meststoffen. Standaard gaat er 1 kg Vivisol per m3 potgrond mee.

Gedrongen groei

Zichtbaar enthousiast toont hij verschillende hortensiaplanten, afkomstig van kwekerij Jonkers in Elshout. Deze teler experimenteert al vier jaar met meststoffen van de fabrikant die door de potgrond zijn gemengd. Jonkers is een langetermijndenker en hij wil zijn teeltproces verduurzamen. Maar wat blijkt, het intensieve gebruik van deze meststoffen geeft kortere internodiën en gedrongen groei. Jonkers hoeft niet meer chemisch te remmen.
Jongenelen denkt dat een combinatie van maatregelen deze remming veroorzaakt. Het start al met het doormengen van organische meststoffen en Bacillus stammen door de potgrond. “De organische meststoffen bevatten minder zout, waardoor de EC stabiel blijft. Bovendien komen ze gelijkmatig, dus slow-release, in drie maanden vrij”, legt hij uit. De planten reageren er goed op. Ze zijn steviger en minder gevoelig voor ziekten. Bovendien bevatten organische meststoffen meer calcium en dat is een belangrijk element voor de celstrekking.
Hij legt uit dat de variatie in organische meststoffen enorm is. Het bedrijf stelt ze samen uit veertig verschillende grondstoffen, die allemaal een eigen verteringsproces hebben en daardoor snel of langzaam voedingselementen vrij geven. Voor iedere teelt of teeltwijze kan hij een recept op maat samenstellen.

Kennis over wortelmilieu

Jarenlang heeft de glastuinbouw vruchtgroentegewassen geteeld op inerte substraten, zoals steenwol. Dat leverde niet alleen een betere kwaliteit en een hogere productie op, maar ook veel meer kennis over water geven en bemesting. Inmiddels is de opkomst van organische substraten niet meer te stuiten. Het voordeel van deze ontwikkeling is dat de opgebouwde kennis over het wortelmilieu nu weer kan worden toegepast op deze manier van telen.
Klep uit Etten-Leur heeft een veensubstraat geïntroduceerd dat verrijkt is met biologische preparaten en micro-organismen. De eerste proefresultaten zijn positief. Wim Voogt van Klep legt uit dat de gewassen vegetatiever kunnen groeien dan op steenwol. Dat vraagt om een aangepaste watergeefstrategie. De telers die ermee experimenteren geven aan dat zij makkelijker kunnen sturen op dit substraat. Zij treffen minder neusrot aan, evenals minder problemen met crazy roots.

Aantasting beperken

Greenyard Horticulture, brengt al vanaf 2008 de Peltracom Grow Bag op de markt, die een luchtig organisch en drainerend substraat bevat. Meerdere tomatentelers hebben ervaring met deze mat, van één- tot meerjarig gebruik. Business Development Manager Nele Ameloot vertelt er enthousiast over. “Bodemweerbaarheid en de weerstand tegen crazy roots zijn de belangrijkste motieven voor telers om met onze mat te werken.”
Zij meldt dat crazy roots minder kans heeft in veensubstraten door het van nature aanwezige bodemleven. “Als wij metingen doen dan komen we de veroorzaker Agrobacterium wel tegen, maar deze breekt niet door. Het lijkt er op dat indringers geen schijn van kans maken. Je kunt dus door de substraatkeuze een aantasting van wortelziekten beperken en dat is een duurzame aanpak. Bovendien heeft het substraat als voordeel dat je de teelt droger kan starten en dus beter kan sturen in de beheersfase.”
Bijzonder aan deze growbags is de ‘tailormade’ samenstelling. Klanten kunnen naar hun specifieke wensen voorraadbemesting en microbiële organismen laten doormengen. En dat is een meerwaarde. Niet alleen vruchtgroentetelers, maar ook telers in de sierteelt en boomkwekerij gebruiken deze technieken.

Wetenschappelijke onderbouwing

Fabrikanten en leveranciers van organische substraten en toevoegingen hebben veelal positieve ervaringen opgedaan op praktijkbedrijven en proeftuinen, maar het onderzoek om hun ervaringen wetenschappelijk te onderbouwen is minstens zo belangrijk. Marta Streminska, onderzoeker microbiële ecologie bij Wageningen Plant Research, doet deze zomer bijvoorbeeld onderzoek naar verschillende wortelknobbelaaltjes in het wortelmilieu. Dit onderzoek is aangezwengeld door LTO Glaskracht en vindt plaats in samenwerking met het Louis Bolk Instituut.
In de Bleiswijkse proefkas doet zij onderzoek naar bodemweerbaarheid, met aandacht voor Pythium, Verticillium en wortelknobbelaaltjes. Bij het project zijn biologische vruchtgroentetelers en chrysantentelers betrokken. In een proef van acht weken vergelijkt ze zes verschillende gronden die afkomstig zijn van teeltbedrijven. Er zitten dus al aaltjes in. Ze kijkt naar het effect van toevoegingen als organische stof (champost), micro-organismen en biostimulanten.
Tegelijkertijd doet het Louis Bolk Instituut onderzoek naar planten die een aantasting van bodemziekten kunnen beperken. Denk daarbij aan een combinatie van ui bij tomaat. Dat onderzoek heeft minder betrekking op een volveldse teelt als chrysant, maar wel voor de bioteelt van vruchtgewassen.

Goed bezochte bijeenkomsten

Weerbaarheid staat volop in de belangstelling, weet Jan Barendse van LTO Glaskracht. Het onderzoek van Streminska en collega’s is geïnitieerd door de belangenorganisatie. In juni zijn verdeeld over het land vier goed bezochte bijeenkomsten georganiseerd over dit onderwerp. Veel telers waren hierbij aanwezig.
“Wij merken dat zij behoefte hebben aan een verdiepingsslag, dus we gaan dit najaar door met dit onderwerp”, vertelt hij. De functie van microbiologie, het effect van zuurstof in grond en medium, beschikbaarheid van nutriënten en de analysemethoden staan op de agenda. Barendse vindt bodemweerbaarheid een belangrijk onderwerp voor de toekomst. “We zetten een flinke stap voorwaarts als we minder chemische middelen nodig hebben. Onze footprint wordt hierdoor kleiner”, besluit hij. “Vanzelf gaat het niet. Het is een lange weg met soms teleurstellingen.”
Chrysantenteler Huisman is die weg vier jaar geleden al ingeslagen. Hij doet dit met beleid. En nu hij ziet dat het bodemleven actiever wordt, lijkt het er op dat de biologische bestrijding bovengronds ook beter slaagt. Het is nog een bescheiden begin, maar het stemt hem wel optimistisch.

Samenvatting

De belangstelling voor organische substraten en toevoegingen van compost, biostimulanten, micro-organismen en nutriënten neemt toe. Er komen steeds meer klantspecifieke substraten op de markt. Bodemweerbaarheid is een zeer complex thema dat om meer onderzoek vraagt. Ondertussen doen telers al jaren proeven. Zij spreken over een bescheiden begin, dat echter wel tot optimisme stemt.

Tekst en foto’s: Pieternel van Velden

[/wcm_restrict]

Gerelateerd

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd