Nog niet zo lang geleden werden organische meststoffen maar weinig gebruikt in de glastuinbouw. Tegenwoordig is het beeld anders; veel telers met een gewas in de grond verrijken die grond met één of meer organische meststoffen. Met behulp van achtergrondkennis en inzicht in de effecten neemt een teler de juiste beslissingen.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
Volgens onafhankelijk adviseur Geerten van der Lugt is het toedienen van organische meststoffen bijna altijd een goede maatregel. Maar fouten zijn mogelijk. In negen vragen zet hij de belangrijkste achtergronden uiteen.
1. Waarom organische meststoffen?
Met hun complexe koolstofmoleculen verbeteren organische meststoffen de structuur van de grond. Dat vergroot het vermogen van de grond om water vast te houden en de grond kan nutriënten beter bufferen. Overigens zullen maar weinig bedrijven organische meststoffen toedienen om de voedingstoestand te verbeteren. Dat kun je met kunstmeststoffen makkelijker en preciezer doen. Het gaat dus vaak om de structuurverbetering en de waterhuishouding. Uitzonderingen zijn de biologische teelt en bedrijven op armere gronden.
2. Wat betekent Effectieve Organische Stof?
Dit kengetal is belangrijk als je organische stof wilt begrijpen. De Effectieve Organische Stof (EOS) is het deel van de organische stof dat één jaar na de gift nog aanwezig is. Een organische meststof die snel composteert, heeft een lage EOS. Een jaar na de gift is het grotendeels vergaan en opgenomen en je vindt nog slechts 20 tot 30% van de gegeven organische stof terug. Je ziet dit bij alle verse materialen, zoals mest en plantenresten van de eigen teelt. Bij producten als turf en boomschors is dat anders: na een jaar kan je nog 60 tot 80% over hebben. De EOS geeft dus aan hoe stabiel een organisch product is.
Dit betekent voor de praktijk dat een teler die de structuur van zijn grond wil verbeteren, moet kiezen voor een stabiele organische meststof (met een hoge EOS) die dus langzaam afbreekt. Daar heeft hij lang plezier van; na de eerste, corrigerende gift hoeft hij voorlopig alleen maar een jaarlijkse onderhoudsgift toe te passen.
3. Zijn organische meststoffen altijd nuttig of noodzakelijk?
Vaak wel, maar niet altijd. Er zijn drie situaties denkbaar.
– De grond kan structuurverbetering gebruiken en een gift organische mest is welkom of noodzakelijk.
– Het niveau van organische stof in de bodem is in orde. Er is uitsluitend een jaarlijkse onderhoudsgift nodig die de verbruikte organische stof vervangt.
– Op gronden die water te veel vasthouden, kan het soms verstandig zijn geen organische meststoffen te geven en het gehalte aan organische stof juist terug te laten lopen.
Overigens hebben de meeste gronden een gehalte aan organische stof dat tussen 2 en 12% ligt. Veengronden kunnen veel hogere percentages hebben.
4. Speelt het verschil tussen zware en lichte gronden een rol?
In Nederland staan de meeste glastuinbouwbedrijven op kleigrond. Bekende uitzonderingen zijn delen van Limburg en Drenthe, waar de grond zanderig en schraal kan zijn. De twee grondsoorten vragen elk om een organische meststof die goed past bij dat type grond.
Op armere gronden is de nutriëntengift via een organische meststof relevant. Een meststof die in hoog tempo afbreekt, waardoor de nutriënten snel beschikbaar zijn voor het gewas, is daar belangrijk. Bovendien treedt aggregatievorming op, het verschijnsel dat composterende organische stof de minerale bodemdeeltjes aan zich bindt en de uitspoeling tegengaat. Een stabiel product als boomschors heeft daarom weinig nut op schrale gronden. Op kleigronden daarentegen past boomschors prima. Daar zou met bijvoorbeeld mest de boel juist dichtslempen. De grondsoort is dus bepalend voor de keuze van het juiste product.
5. Waar moet je op letten bij het aankopen?
Uit oogpunt van bedrijfshygiëne is een schoon product een belangrijke vereiste. Wat je ook koopt, het product mag geen schadelijke schimmels, schadelijke bacteriën of mycelium van paddestoelen bevatten. Ook zaden van onkruiden zijn uiteraard ongewenst. Goed gecomposteerde producten zijn goed, zolang een product niet te zout is. GFT-afval is daarom af te raden.
6. Speelt het gewas een rol in de keuze van organische meststof?
Voor een gewas dat vereist dat de grond één of meer keer per jaar wordt gestoomd, zoals lisianthus, zijn bepaalde producten minder geschikt. Het stomen versnelt namelijk de afbraak van de organische meststof. Al is het maar kort, het product wordt gekookt. Dat versnelt de fysische afbraak, de structuren worden kleiner. De koolstofmoleculen breken af, de structuurbevorderende werking neemt af, er komt CO2 vrij en de stikstof kan makkelijker uitspoelen. Telers die moeten stomen, moeten dus een stabiel product kiezen, bijvoorbeeld turf.
7. Kun je steeds hetzelfde product gebruiken?
Het is beter om niet één product te gebruiken, maar producten met elk een eigen afbraaksnelheid. Bij gebruik van één product kan het gebeuren dat het gehalte organische stof relatief snel daalt, namelijk wanneer het product volledig is verteerd. Met verschillende producten van verschillende stabiliteiten is dat risico er niet. Leveranciers spelen hier op in door mixproducten te verkopen.
8. Hoeveel organische mest is nodig?
Er zijn rekenmodellen die uitwijzen wat de behoefte is van de grond. Daar kan een eerste gift op worden gebaseerd. Ook zijn er tools om te bepalen welk deel van de organische meststof jaarlijks afbreekt, zodat de teler een onderhoudsgift kan bepalen. Het zijn handige middelen, ze voorkomen dat telers te grote volumes bestellen.
9. Wat is het belangrijkste advies?
Wees bewust van wat je doet. Het toevoegen van organische stof via een organische meststof is bijna altijd een goede maatregel. Maar ongelimiteerd toedienen is niet verstandig. Een teler moet zich afvragen wat hij al doet. Freest hij gewasresten de grond in? En misschien ook perspotjes? Dan brengt hij al meer organische stof in dan hij zich misschien realiseert. Hij moet zich ook afvragen welke producten op zijn bedrijf passen en welke volumes nodig zijn voordat hij dure producten gaat kopen. Met een eenvoudig beleid worden misstappen voorkomen.
Samenvatting
Op veel bedrijven is het verrijken van de grond met organische stof een goede maatregel. Maar lukraak toedienen is niet verstandig. De grondsoort, het beoogde effect (een betere structuur, een betere voedingstoestand) en het gewas moeten in de afwegingen meespelen en de keuze van het juiste product bepalen.
Tekst en foto’s: Jos Bezemer.
[/wcm_restrict]
