Na de extreem droge zomer dit jaar, ligt de focus weer geheel op water in de glastuinbouw. Voldoende waterberging in extreem natte periodes en voldoende en kwalitatief goed gietwater in tijden van droogte. Een gebiedsaanpak lijkt voor veel ondernemers de oplossing. Drie voorbeelden uit drie uiteenlopende teeltgebieden.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]Deelproject Waterberging PrimA4a
Bedrijven uitbreiden en optimaliseren zonder dat het terrein kost
“Kijk, de aanbouw van Mondo Verde loopt tot aan de kavelsloot. Meteen aan de andere kant van de sloot beginnen de kassen van Florensis. Beide bedrijven hoefden dus helemaal geen plek meer in te richten voor waterberging op het eigen perceel”, wijst André Rotteveel, projectleider bij Stallingsbedrijf Glastuinbouw Nederland (SGN). Elke keer als hij erlangs rijdt, kijkt hij toch even met bescheiden trots naar de hoek waar beide glastuinbouwbedrijven samenkomen. “Dat hebben we met PrimA4a weten te realiseren.”
Parkachtige omgeving
Het project loopt al sinds 2006. Inzet was de herstructurering van het glastuinbouwgebied rondom Rijsenhout. Daar lag 380 ha verouderd en versnipperd glas als los zand aan elkaar om opnieuw te worden ingericht en verbeterd. Het gebied zou de groei- en schuifruimte worden van Greenport Aalsmeer. Hoewel de economische crisis, de planologie en niet-meewerkende grondeigenaren het moeilijk maakten het hele gebied integraal te ontwikkelen, is het deelproject Waterberging wel goed van de grond gekomen. “Wij bieden glastuinbouwbedrijven de kans zich hier te vestigen of uit te breiden, zonder dat ze ruimte hoeven op te offeren voor waterberging’, zegt Rotteveel.
SGN heeft langs de snelweg A4 tientallen hectares aangekocht om die waterberging te realiseren. De eerste sloten zijn al gegraven, de eerste heuvelachtige eilanden zijn al verrezen. Het resultaat moet een parkachtige omgeving zijn met recreatie en natuurontwikkeling. “We werken hierbij goed samen met het hoogheemraadschap van Rijnland”, zegt Rotteveel. “We hebben een gedeelde ambitie. We willen allebei droge voeten en verzilting tegengaan in dit gebied.”
Maatwerkberekening
Groene kamerplantenkwekerij Mondo Verde en Florensis Cut Flowers, leverancier van plantmateriaal voor snijbloemen, hebben gebruikgemaakt van deze waterbergingscompensatie. De twee glastuinbouwbedrijven zitten al tientallen jaren in het gebied. Beide glastuinbouwbedrijven wilden uitbreiden en liepen tegen hetzelfde probleem aan: de waterbergingsopgave. Ze dienden samen een aanvraag in bij het stallingsbedrijf. “Het kwam ons beide goed uit”, zegt Adriaan Vonk van Florensis. “SGN had ruimte en het waterschap ging akkoord.”
Standaard moeten bedrijven 15% van hun bebouwde oppervlak teruggeven in de vorm van waterberging, maar met de bedachte constructie in dit project, kwam het neer op 10%. “Bij elk terrein boven de 1 ha mag een maatwerkberekening worden toegepast”, zegt Rotteveel. “Dat betekent dat we de waterbergingsopgave berekenen aan de hand van de persoonlijke situatie.”
“Uiteindelijk scheelt het ons kosten en vierkante meters”, zegt Vonk. Ook Mondo Verde is blij met de oplossing. “Op deze manier kunnen we ons bedrijf uitbreiden en optimaliseren, zonder dat het terrein kost”, zegt mede-eigenaar Louis Bakker. “PrimA4a geeft zo versterking aan de glastuinbouwfunctie in de regio. Dat is alleen maar positief.”
Eigen gietwateropvang
Een collectieve gietwatervoorziening zat ook eerst in de planning, maar de bedrijven zagen dat niet zitten. “Ieder bedrijf heeft zijn eigen opvang al goed geregeld”, zegt Bakker. “Met de droogte deze zomer was het af en toe wel freewheelen. Je gaat toch nauwkeuriger water geven en soms als het gewas het toeliet, sloegen we een dagje over. Het was een les voor de toekomst.” Maar hij blijft nuchter. “Ik wil niet bagatelliseren, maar ik loop al 45 jaar mee. De zomers van ’74 en ’76 waren eveneens droog en ook toen konden we het goed in de hand houden. We moeten ons niet te veel laten leiden door de publieke opinie.”
Vonk is het met hem eens. “Onze eigen gietwatervoorziening, opvang van hemelwater, voorziet in negen van de tien gevallen. Met ons bassin van 17.000 kuub hadden we al jaren een overcapaciteit, maar met de nieuwbouw zou het kunnen zijn dat we een tekort gaan hebben. Dat is afwachten. We hebben in ieder geval nog een noodvoorziening. We hebben nog grondwater tot onze beschikking voor die ene keer dat we het niet gaan redden.”
Gezamenlijke investering
Florensis is in Nieuw Prinsenland (gemeente Steenbergen) bezig met de bouw van een nieuwe locatie, 6 ha onder glas. Daar is wel een collectief gietwatervoorziening opgezet. De telers maken gebruik van het gezuiverde afvalwater van de nabijgelegen SuikerUnie. “We hebben daar een ondergrondse wateropslag waar we water uit kunnen onttrekken. Als telers zitten we in een coöperatie, we hebben gezamenlijk geïnvesteerd en zijn dus allemaal eigenaar. Afhankelijk van de bedrijfsgrootte is er een verdeelsleutel opgesteld, zodat iedereen de hoeveelheid water krijgt waar hij recht op heeft. Dit is wel een uniek en specifiek project”, benadrukt de ondernemer. “Het is niet in elk gebied te realiseren.”
Collectieve gietwatervoorziening Noordoostpolder
Aanleiding was vooral de samenstelling van de ondergrond
In de Noordoostpolder hebben glastuinders de handen ineengeslagen en werken samen met het bevoegd gezag aan voldoende en kwalitatief goed gietwater. Zonder omgekeerde osmose hadden de telers het in dit teeltgebied deze zomer niet gered.
Samenstelling ondergrond
“Tijdens deze droogte had de glastuinbouw het grondwater in dit gebied heel hard nodig om voldoende kwalitatief goed gietwater voor handen te hebben”, stelt Guus Meis van Glastuinbouw Nederland. “We zijn dan ook erg blij dat we de gietwatervoorziening voor de lange termijn geregeld hebben.”
Hierbij doelt hij op het nieuwe beleid, dat de sector samen met provincie, gemeente en waterschap heeft ontwikkeld om voldoende kwalitatief goed gietwater te waarborgen. “De aanleiding van dit gebiedsproces was niet zozeer het tekort aan gietwater, maar de samenstelling van de ondergrond”, geeft Meis aan. “Normaal wordt grondwater op circa 40 m onttrokken aan de bodem en op 80 m diep weer geretourneerd, maar omdat in dit gebied de scheidende lagen onduidelijk zijn, bleek 80 m niet diep genoeg. Het concentraat kwam daardoor in hetzelfde watervoerende pakket terecht, wat verzilting in de hand werkt.”
Dakvlakken industrieterrein
De sector onderzocht samen met het bevoegd gezag de alternatieven. Leidingwater kwam niet in aanmerking, omdat het te veel natrium bevat en de capaciteit in het gebied te klein is. Het gebruik van oppervlaktewater was mogelijk, maar wat doe je met het overblijvende concentraat? Ook hergebruik van gezuiverd afvalwater was geen optie. “We hebben grondonderzoek laten doen en daaruit bleek dat het concentraat wel kon worden teruggebracht op meer dan 200 meter diepte”, zegt Meis. “Dat is uiteindelijk de oplossing.”
Dit brengt wel extra kosten met zich mee voor de telers. “Een diepere bron slaan is inderdaad duurder”, geeft hij aan. “Voor kleinere telers is dit financieel niet verantwoord. Er is daarom besloten dat grotere hoeveelheden op grotere dieptes moeten worden teruggebracht en kleinere hoeveelheden, zolang clustering tot een grote niet mogelijk is, minder diep mogen worden geretourneerd. Daarnaast loopt er een businesscase, waarbij we kijken naar de opvang van regenwater van dakvlakken van een nabijgelegen industrieterrein. Als dat economisch verantwoord is, is dat ook een reële optie om de hoeveelheid gietwater op peil te houden.”
Op gebiedsniveau
Meis ziet dat er na de droogte deze zomer sowieso meer aandacht is voor voldoende kwalitatief goed gietwater. “Omgekeerde osmose staat met het oog op 2022 onder druk, dus wordt gezocht naar alternatieven. Toch zijn dit soort oplossingen zoals in de Noordoostpolder wel voorbehouden aan initiatieven op gebiedsniveau. Voor een individuele ondernemer is het lastiger.”
De telers in de Noordoostpolder mogen vooralsnog gebruik blijven maken van de bestaande installaties. Meis verwacht dat het nieuwe beleid komend jaar van kracht zal zijn.
Delfland benadrukt gezamenlijk belang
Meer ondernemers moeten zelf waterkwaliteit gaan meten
Rondom het Van den Burggemaal in Monster meten sinds oktober zeven glastuinbouwondernemers de waterkwaliteit rond hun bedrijf. De wens van het Hoogheemraadschap van Delfland is dat iedere teler dit gaat doen. “We hebben een gezamenlijk belang”, stelt hoogheemraad Ingrid ter Woorst van het Hoogheemraadschap van Delfland
Haar droom is dat alle glastuinders de waterkwaliteit gaan meten en zo zelf verantwoordelijk worden voor de waterkwaliteit in hun gebied. “Ik refereer graag aan de uitspraak van John F. Kennedy”, zegt Ter Woorst. “Vraag niet wat de overheid voor jou kan doen, vraag wat jij kan doen voor de overheid; in dit geval voor de waterkwaliteit. We hebben een gemeenschappelijk belang. Wij als waterschap willen water en energie besparen én een goede waterkwaliteit. De telers willen dat ook: hoe schoner het water, hoe minder discussie over het toegestane middelenpakket.”
Meer meetgegevens
De omgeving van het Van den Burggemaal kampt met zoute kwel. Gedurende voorjaar en zomer pompt Delfland miljarden liters zoet water vanuit het Brielse Meer het gebied binnen om de peilen en de waterkwaliteit op niveau te houden. Een deel daarvan wordt weer het gebied uitgemalen bij Monster om tegendruk te geven aan de zoute kwel. “Dat is zonde van het schaarse zoete water en van de energie die daarvoor nodig is”, zegt Ter Woorst. “Wij willen daar dus iets aan doen. Maar juist de glastuinders rondom dit gemaal gebruiken nog veel oppervlaktewater voor hun teelt. Daarom kijken wij samen hoe wij tot een situatie kunnen komen, waarbij wij minder hoeven te verspillen en zij toch beschikken over water van voldoende kwaliteit.”
Het liefst wil ze dat alle telers zelf regelmatig de waterkwaliteit rondom hun bedrijf meten: hoe schoner het water blijft, hoe minder het waterschap hoeft te spoelen, hoe meer energie ze bespaart en hoe minder verspilling van zoet water er optreedt. “Wij kunnen als waterschap niet structureel alle 1.400 glastuinbouwbedrijven langsgaan om de waterkwaliteit te meten”, geeft Ter Woorst aan. “Dat is niet te doen. We hebben de telers daarom gevraagd mee te helpen met meten. Behalve dat wij op die manier veel meer meetgegevens krijgen – en dus een beter en een gedeeld beeld van de waterkwaliteit – zorgt ‘joint factfinding’ ook voor meer waterbewustwording onder de glastuinders.”
Predicaat uitgeven
Door mee te doen krijgen telers meer en sneller informatie, meer inzicht in hun invloed op het watersysteem en kunnen ze sneller lekstromen oplossen. Het blijkt namelijk dat vrijwel alle gemeten overschrijdingen worden veroorzaakt door lekkages. “Als de ondernemer zelf meet en hij ziet concentraties oplopen, dan weet hij meteen dat hij ergens lekkage heeft en kan hij direct actie ondernemen”, zegt Ter Woorst.
Daarnaast is het zelf meten iets om je als branche en als individuele ondernemer mee te onderscheiden, stelt ze. “Ik wil best een bord neerzetten of een predicaat uitgeven aan een teler die zich hiervoor inzet. ‘Deze tomaten zijn geteeld met schoon water’, bijvoorbeeld. Het heeft ook een maatschappelijke kant: voldoende zoet water van goede kwaliteit is zelfs in Nederland niet meer vanzelfsprekend, daar moet iedereen zijn steentje aan bijdragen.”
Op de goede weg
Hoewel de waterkwaliteit in het gebied nog niet aan de Kaderrichtlijn Water voldoet, laten de metingen zien dat het wel de goede kant opgaat. Sinds 2012 is er in de gemiddelde concentratie van aangetroffen bestrijdingsmiddelen een flinke daling te zien. Zat dat in 2012 nog uitzonderlijk hoog, op 0,43 µg/l, in 2017 zat de glastuinbouw op 0,11 µg/l. Ook aangetroffen stikstofgehaltes zijn behoorlijk gedaald. Zo lag dat in 2013 nog op 11,5 mg/l N, in 2017 op 5,2 mg/l N.
“We werken nauw samen met gemeenten, Glastuinbouw Nederland en bijvoorbeeld waterbedrijf Evides”, legt Ter Woorst uit. “Ook zij maken ondernemers in het gebied bewust van de waterkwaliteit. Die aandacht helpt. Deze maand bespreken we de eerste resultaten met de telers nabij het Van den Burggemaal. “De geest is uit de fles. De waterkwaliteit gaat iets worden voor en door telers.”
Samenvatting
Met het oog op het klimaat en toekomstige wet- en regelgeving zijn glastuinders druk zoekende naar manieren om voldoende gietwateropvang te behouden en om te voldoen aan de waterbergingsopgave. Ook staan het verbod op het lozen van brijnwater in 2022 en de nulemissie in 2027 scherp op het netvlies. Onder andere in de glastuinbouwgebieden PrimA4a en de Noordoostpolder en in het gebied van Hoogheemraadschap van Delfland werken telers, overheden en aanverwante bedrijven nauw samen om in de toekomst aan de eisen te kunnen voldoen.
Tekst: Marjolein van Woerkom.
[/wcm_restrict]
