Voor telers die vooruit kijken

Strategisch onderzoek moet toekomst voor tuinbouw zeker stellen

Financiering staat op de tocht
811 0
Strategisch onderzoek moet toekomst voor tuinbouw zeker stellen

De geldpot van het voormalige Productschap Tuinbouw raakt leeg. LTO Glaskracht Nederland zal haar leden op korte termijn naar hun mening vragen over de financiering van onderzoek in de toekomst. Zonder een structurele bijdrage van het bedrijfsleven lopen belangrijke onderzoeksthema’s spaak. Stilstand is achteruitgang.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
Het gevolg van de politieke beslissing om het Productschap Tuinbouw op te heffen begint nu zijn weerslag te krijgen op het onderzoek. De bijdrage van het tuinbouwbedrijfsleven liep immers via de heffing van het productschap en die is vervallen. Het huidige programma loopt nog door tot en met 2017. Daarna zijn de reserves op. Er is nog geen goede regeling getroffen om het gat op te vangen dat daarna ontstaat. Telers, verenigd in LTO Glaskracht, maken zich daar zorgen over.

Het onderzoek in Nederland heeft drie sporen. Het fundamenteel onderzoek bij universiteiten wordt volledig gefinancierd door de overheid. Dit onderzoek blijft dus gewoon doorgaan, zonder bijdrage van het bedrijfsleven. Fundamenteel onderzoek staat echter nog zo ver van de praktijk af dat het niet zonder vertaalslag in de praktijk kan worden toegepast.
Toegepast onderzoek staat juist weer helemaal aan de andere kant van het spectrum. Daarin gaat het om praktijktoepassingen, gericht op een technische innovatie of gericht op specifieke gewassen. Financiering van dit deel gebeurt veelal door bedrijven zelf, door gewascoöperaties en door bijvoorbeeld de tuinbouwtoeleveranciers verenigd in de ‘club van honderd’. Ook daar zal niet zoveel veranderen. Bij urgentie zoeken partners elkaar op en slaan de handen ineen.

Gewas overschrijdend onderzoek

Juist het gewas overschrijdende strategische onderzoek loopt nu gevaar. De financiering verloopt daarbij op fifty-fifty basis, waarbij de overheid de ene helft en het bedrijfsleven de andere helft betaalt. Naarmate het bedrijfsleven daaraan meer bijdraagt neemt ook het budget van de overheid toe. Het strategisch onderzoek vormt de brug tussen fundamenteel onderzoek en toegepast onderzoek. Dus het zijn vooral projecten waarbij nieuwe technieken worden toegepast die voor de individuele ondernemer te risicovol zijn. Onder dit onderzoek vallen tevens thema’s die raakvlakken hebben met veranderende wetgeving of die extra aandacht krijgen door druk vanuit de maatschappij.
Kas als Energiebron is zo’n thema. Behalve goed toepasbare technieken die financieel voordeel opleveren – denk aan Het Nieuwe Telen – levert het een belangrijke bijdrage naar de samenleving. De tuinbouw kan hierdoor goed presteren op haar energiedoelstellingen. De wetgeving rond waterverbruik, vervuiling en lozingen leek aanvankelijk een moeilijk haalbaar doel. Door het intensieve onderzoek en een proactieve houding gaat de tuinbouw zich op dat terrein ook verbeteren en onderscheiden.
Hetzelfde geldt voor plantgezondheid. Zonder strategisch onderzoek was bijvoorbeeld de biologische en geïntegreerde bestrijding niet goed van de grond gekomen. Weerbaar telen is de volgende stap om het gebruik van chemische bestrijding verder terug te brengen. Kortom, je mag gerust stellen dat strategisch onderzoek een grote bijdrage levert aan duurzaamheid. Het stelt de toekomst voor de tuinbouw zeker.

Collectieve inning

In de gloriejaren van het PT werd zo’n 10 tot 15 miljoen euro per jaar aan onderzoek besteed. De laatste jaren is er al veel veranderd en nu wordt nog maar 4 miljoen euro ingezet. Via andere constructies, zoals gewascoöperaties, loopt dat bedrag overigens op tot 5,5 miljoen. De overheid verdubbelt vervolgens deze bijdrage.
LTO Glaskracht verwacht dat ondernemers jaarlijks 5,5 miljoen euro moeten blijven bijdragen om de sector gezond te houden. Ongeveer 4 miljoen daarvan is na 2017 niet meer beschikbaar. De vraag is nu of hun leden het belang van strategisch onderzoek zien. Indien dat het geval is zoekt de organisatie ideeën hoe de financiën door het bedrijfsleven bij elkaar kunnen worden gebracht. Dit is bijvoorbeeld mogelijk via een Algemeen Verbindend Verklaring (AVV), bekrachtigd door de minister van EZ en vervolgens uitgevoerd door een Branche Organisatie (BO). Dit is een nieuwe constructie, die momenteel ook al binnen de akkerbouw wordt besproken. De BO voedingstuinbouw en BO siergewassen moeten dit dan oppakken.
Komende maanden wordt in bijeenkomsten en wellicht via een enquête geïnventariseerd hoe de leden staan ten opzichte van financiering van het onderzoek en een eventuele collectieve inning van onderzoeksgeld. Op basis van die uitslag overdenkt de organisatie vervolgstappen. Uiteraard hoopt zij dat ondernemers positief reageren en de urgentie van dit belangrijke thema zien. Tenslotte gaat het om een bedrag dat slechts 0,07% van de totale productiewaarde van de tuinbouw vertegenwoordigt.

Vruchten plukken

Als voorzitter van ondernemersgroep Kas als Energiebron zit Wilko Wisse, stafmedewerker bij tomatenproducent Lans, met zijn neus bovenop het strategisch onderzoek. Hij vreest voor ‘ongelukken’ wanneer er een gat valt tussen fundamenteel en toegepast onderzoek. “Strategisch onderzoek is niet alleen belangrijk voor ons en voor de samenleving, maar ook voor onze klanten. Zo laten we uiteindelijk aan consumenten zien dat de tuinbouw steeds duurzamer wordt. Kas als Energiebron vind ik daarvan een goed voorbeeld, dat behalve veel kennis voor onze sector ook grote uitstraling naar buiten heeft. Kijk bijvoorbeeld naar de energiedoelstellingen. Die hebben we als sector ruim op tijd gehaald, mede door dit onderzoeksprogramma.”
Een ander voorbeeld is de opkomst van aardwarmte. “Daarmee laat de tuinbouwsector zien dat het geluiden in de samenleving niet negeert en in staat is om minder fossiele brandstoffen te gebruiken. Die boodschap is duidelijk overgekomen.”

Politieke beslissing

Zorgelijk vindt Wisse dat er sinds de val van het PT nog geen nieuw onderzoeksgeld is gereserveerd. “Als dat nu niet snel gebeurt, dan valt er een gat. Dat zullen we volgend jaar nog niet direct merken, maar over een paar jaar wordt dat echt duidelijk. Dan is er geen mogelijkheid meer om resultaten uit fundamenteel onderzoek te vertalen naar technieken voor de praktijk. Bedrijven moeten dan veel te grote risico’s nemen om nieuwe technieken toe te passen.”
Als lid van een ondernemersgroep zie je van dichtbij hoe belangrijk het strategisch onderzoek is, ervaart Wisse. “Telers die wat meer afstand hebben tot de proeven zien dat belang soms niet. Wat ze dan vergeten is dat ook zij baat hebben bij de resultaten.”
Opheffen van het PT was een politieke beslissing, maar Wisse vraagt zich af of de sector iets moois te snel heeft weggegooid. “Ik pleit niet voor het optuigen van een nieuw productschap, maar dat er een collectieve inning van onderzoeksgeld moet komen, om onze leidende positie als glastuinbouw te behouden, staat voor mij vast.”

Plantweerbaarheid

Zit je in een landelijke commissie, zoals Rob Olsthoorn voor potorchidee, dan kun je de echte problemen waar telers tegenaan lopen niet negeren. Veranderende regelgeving is zo’n dilemma dat om een collectieve aanpak vraagt. Met z’n allen lukt het om snel slagen te maken. “Potworm. Dat is een probleem waar orchideeëntelers tegenaan lopen. Dat vraagt om toegepast onderzoek, dat telers samen kunnen oppakken. Maar spreek je over plantweerbaarheid, dan is dat sectoroverstijgend. Daarvoor heb je strategisch onderzoek nodig waaraan iedereen meebetaalt.”
Zelf zit hij namens de landelijke commissie in de Begeleidingscommissie Onderzoek (BCO), die zich bezighoudt met volledige recirculatie en beperking van emissie. Die proef heeft aangetoond dat het kan. “Door daar zo dicht op te zitten zie je wat er speelt. Bijkomend voordeel is dat je daar voor jezelf veel van leert. Twee jaar geleden ben ik zelf begonnen met recirculeren, eerst in de afkweek en daarna in de koeling.”

Mini-PT

Dat de sector gezamenlijk de schouders onder dergelijk onderzoek moeten zetten is voor Olsthoorn duidelijk. “De wetgeving verandert snel, soms sneller dan wij als praktijk aan kunnen. Daarom moet je met elkaar strategisch onderzoek doen, waar je immers met z’n allen voordeel bij hebt.”
Door middel van hun gewascoöperatie kunnen orchideeëntelers toegepast onderzoek financieren, maar er moet, naar hun mening, ook een collectieve oplossing komen voor het grote geheel. “Als dat op basis van vrijwilligheid gebeurt, dan krijg je de laatste niet mee. Dergelijke ondernemers hebben vaak zwakke argumenten om niet in te stappen, maar liften wel mee op de resultaten. Dat klopt niet.” Collectieve inning van promotie loopt in de sierteelt nu via Royal FloraHolland. Dat zou ook kunnen gelden voor de financiering van onderzoek. “Waarom niet? Een soort van mini-PT, maar dan wel van ons.”

Over grenzen gaan

Paprikateler André Kaashoek zit namens de landelijke commissie Paprika in de ondernemersgroep van Kas als Energiebron. Vergeleken met de totale productiewaarde van de glastuinbouw vindt hij een goed onderzoekbudget een relatief klein bedrag.
“Kijk eens naar de spin-off van Het Nieuwe Telen. Niet alleen worden we ons meer bewust van energiebesparing, honderden mensen hebben veel opgestoken van de cursussen.” De proeven die nu lopen noemt hij hét middel om nieuwe technieken toe te passen. “In die proeven kunnen we over grenzen gaan die je als ondernemer niet op je bedrijf kan en mag toelaten. De resultaten daarvan kunnen we stapje voor stapje toepassen, zodat we geen al te grote risico’s lopen.”

Schade oplopen

Collectief onderzoek is ook nog eens heel erg betaalbaar, vervolgt Kaashoek. “Als eenling kun je dat onmogelijk zelf doen. Kijk welke bedragen er door grote bedrijven in andere sectoren worden uitgegeven aan R&D, dan hobbelt de tuinbouw daar wel heel erg achteraan.” Het totale budget dat nu nodig is om het strategisch onderzoek overeind te houden noemt hij maar een fractie van de omzet van een tuinbouwbedrijf.
Dat de sector collectief voor onderzoek moet betalen staat voor hem vast. “Als je gaat innen op vrijwillige basis, dan zijn er altijd bedrijven die niet meedoen. Je kunt er op wachten dat het scheve gezichten geeft. Blijven we langer treuzelen, dan komen we op achterstand. Dan moeten we over zes jaar concluderen dat we van vooraf aan moeten beginnen met nieuwe onderzoeksprogramma’s. Dat de sector daardoor schade oploopt, staat voor mij als een paal boven water.”

Chrysant voorbeeld

Volgens chrysantenteler Wouter Duijvesteijn, is het helemaal niet zo moeilijk om collectieve gelden voor onderzoek te innen. De chrysantentelers hebben daarin het voorbeeld gegeven door de oprichting van stichting Chrysant NL, waarvan Duijvesteijn voorzitter is. Iedereen doet mee.
“Noem het grootste probleem in chrysant? Trips natuurlijk. Van oudsher is de samenwerking tussen chrysantentelers heel goed en we weten met z’n allen dat plantgezondheid ons allemaal raakt. In je eentje los je dat niet op.”
In 2013 hebben de telers al besloten om financiering van marketing en onderzoek samen aan te pakken. “We hebben één organisatie, Chrysant NL, opgezet, bestaand uit de FPC (FloraHolland Productcommissie), Chryson (marketing) en de landelijke commissie Chrysant. Alle telers doen daaraan mee. Bijzonder was dat 99 procent van alle telers daadwerkelijk vóór stemde.”

Democratisch proces

De begroting voor onderzoek is 100.000 tot 150.000 euro per jaar. De inning van het geld verloopt via de stekleveranciers – een vast bedrag per stek – en via de veiling. “Natuurlijk vraagt het veel energie om iedereen over de streep te trekken, maar als de wil er is dan kan er veel. Bij samenwerken moet je niet allerlei bezwaren opwerpen, maar juist benadrukken wat de voordelen zijn. Zoek dus vooral naar wat je met elkaar verbindt.”
Voordeel van deze constructie vindt Duijvesteijn dat de telers zelf beslissen wat er moet gebeuren en dat het een democratisch proces is. “Omdat iedereen mee doet is er geen onderscheid. Iedereen heeft baat bij de resultaten van het onderzoek. En tot nu toe werkt dat heel goed.”

Samenvatting

Het strategisch onderzoek in de tuinbouw heeft nog geen structurele financiering, vanwege het wegvallen van het PT. Op korte termijn komen daardoor belangrijke onderzoeksprogramma’s in de knel. Aangezien het met name om onderzoek gaat waar iedere ondernemer baat bij heeft, gaat de voorkeur uit naar collectieve inning van onderzoeksgelden. Bij sommige dossiers en gewassen is daar al ervaring mee opgedaan.

Tekst: Pieternel van Velden. Foto’s: Studio G.J. Vlekke, Mario Bentvelsen en Jan van Staalduinen.

[/wcm_restrict]

Gerelateerd

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd