Voor telers die vooruit kijken

Phalaenopsisteler gebruikt gemiddelde PAR-meting als extra tool

PAR-sensor op dynamische arm
291 0
Phalaenopsisteler gebruikt gemiddelde PAR-meting als extra tool

Met kleine stukjes tegelijk draait een robotarm, met aan het uiteinde een PAR-sensor, een deel van een cirkel boven de phalaenopsisplanten. Teler Sander Vijverberg wil graag weten hoeveel PAR-licht zijn planten dagelijks gemiddeld krijgen. Niet om te sturen, maar wel om te finetunen. Zijn planten zijn bestemd voor het hogere segment en hij wil graag dat ze van topkwaliteit zijn.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
Sander Vijverberg leidt samen met zijn vader Piet het bedrijf. ‘Growers since 1946’, staat op de koffiebekertjes en benadrukt dat het bedrijf inmiddels 72 jaar bestaat. Opa Kees startte het bedrijf in Naaldwijk met verschillende soorten groenten. Halverwege de jaren tachtig kwam de focus op groene planten te liggen. Het bedrijf verhuisde naar Monster en groeide door tot de huidige 7,5 ha.

Nu telen vader en zoon alweer twintig jaar phalaenopsis in 12 cm potten. Jaarlijks zo’n drie miljoen stuks. Het is een gemengd assortiment. Het uitgangsmateriaal is afkomstig van vijf verschillende plantenleveranciers. “We doen dat voor risicospreiding en omdat je bepaalde variëteiten bij de een wel en bij de ander niet kunt krijgen. Bovendien houdt het je scherp.” Alleen de dracaena, die nog op 1 ha wordt geteeld, is overgebleven als groene plant. “Niet gek nu groen populair is”, vindt de teler.

Meten is weten

De phalaenopsisteler meet, naast de standaard klimaatfactoren als kastemperatuur, RV en CO2-gehalte, ook de planttemperatuur met een infraroodcamera en de hoeveelheid PAR-licht. “Phalaenopsis is een schaduwplant. Je hebt een bepaald optimum wat betreft de hoeveelheid licht. We meten al vijftien jaar de hoeveelheid PAR-licht. Dat is de energie van het licht die de plant gebruikt voor de fotosynthese. We hebben twintig sensoren in de verschillende afdelingen. We sturen niet automatisch op PAR-licht binnen, maar op basis van PAR-metingen boven het scherm. Er zit alleen een alarmering op als de planten te veel licht krijgen.”

Wel gebruikt hij de PAR-metingen binnen om het klimaat rondom de plant nóg beter in de hand te kunnen houden. Hij kijkt daarom naar eigen inschatting wel zes- tot achtmaal per dag op de computer naar het klimaat en de PAR-meting en aan het einde van de dag ook naar de lichtsom. “Als de lichtsom aan de lage of hoge kant is, stuur ik bij door extra belichten of juist wegschermen.”

Robot PAR-arm

Het risico van meten op één plek is dat er een deel van de tijd schaduw op kan vallen. Daarom heeft de teler gekozen voor PAR-sensoren op een bewegende arm. De sensor meet zo een ‘gemiddelde’ hoeveelheid licht per afdeling. De oude armen zijn inmiddels aan vervanging toe. “Ze waren robuust en zwaar. De lagertjes slijten. Bovendien krijgen ze tweemaal per week water, 1.500 keer in vijftien jaar. Dat is ook niet bevorderlijk voor de levensuur”, licht Vijverberg toe. Hij heeft daarom de eerste armen net vervangen door een nieuwere versie.

“De nieuwe arm is gemaakt van aluminium met carbon. Dat is sterk en licht. Daardoor heb je een minder zware motor nodig. Doordat de uitvoering lichter is, heb je minder last van slijtage van de lagers. We maken gebruik van technieken uit de robotica. Dat wil zeggen dat de arm individueel programmeerbaar is en aan te passen aan specifieke wensen wat betreft de snelheid waarmee de arm draait en de grootte van de hoek”, licht Hans Weisbeek van Hinova, de producent van de arm, toe.

IJken van sensoren

Bij Vijverberg beschrijft de arm een hoek van 160º. Zonodig is er een kleinere hoek of andere armlengte mogelijk. Wanneer het donker wordt, stopt de arm met bewegen en draait hij terug naar zijn startpositie om bij opkomst van de zon of het aanschakelen van de belichting weer te gaan bewegen. De motor kan door middel van magneten worden vastgezet aan de kaskolom. “Dat is lekker flexibel. Je zou hem bijvoorbeeld even weg kunnen halen of verplaatsen als er iets langs moet”, voegt de teler toe.

Het is natuurlijk ook belangrijk dat de meetwaarden kloppen. PAR-sensoren zijn gevoelig. Het is nodig ze minimaal eens per jaar te ijken om te grote meetafwijkingen te voorkomen. Afwijkingen zorgen ervoor dat de lampen eerder aan of uit gaan en/of de schermen eerder open of dicht. Vaak gebeurt dit ijken door de installateur en is een teler de sensor een paar dagen kwijt.

De teler gebruikt sinds kort een mobiel ijkapparaat, dat hij mee de kas in kan nemen. “Je kunt de sensor gewoon laten hangen en het ijkapparaat over de sensor plaatsen. De werkelijke waarde van het ijkapparaat wordt vergeleken met de meetwaarde van de sensor. De afwijking wordt vervolgens gecorrigeerd”, legt Weisbeek uit.

Samenvatting

Phalaenopsisteler Vijverberg meet zijn PAR-licht met behulp van een sensor op een bewegende arm. Zo kan hij de gemiddelde waarde bepalen in plaats van de hoeveelheid PAR op één plaats. Hij gebruikt deze waarde niet om te sturen, maar vooral om te finetunen. De zware oude armen worden vervangen door een lichte versie met robotica-aansturing. Voordelen hiervan zijn onder andere dat ze lichter zijn en individueel instelbaar qua armhoek en snelheid.

Tekst en beeld: Marleen Arkesteijn.





[/wcm_restrict]

Gerelateerd

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd