De teeltwisseling is het enige moment dat je weer schoon schip kunt maken. “Idealiter willen we helemaal steriel starten. Vroeger deden we alles zelf, maar de desinfectie duurde te lang en was te risicovol; je bent er toch niet op ingericht”, vertelt Richard Jonkman van Redstar. Nog een stap verder is meten of de desinfectie goed is gelukt.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
Tomatenspecialist Redstar is met zijn 86 ha, verdeeld over talloze vestigingen, tussen week 26 en 51 altijd wel ergens aan het wisselen. De zeer sterke marktgerichtheid zorgt voor een turbulente planning, geeft Richard Jonkman, general manager tuinen Voorne-Putten, aan. Beslissingen om op een bepaald moment te wisselen worden op korte termijn genomen en vervolgens moet het ook snel gebeuren.
Schoonmaken doen ze zelf, maar de desinfectie wordt uitbesteed. “Dat kost wel geld, maar heel veel bespaar je niet door het zelf te doen. Bovendien stonden de medewerkers ook niet in de rij om het te doen. We waren uren lang bezig met foggen en bij wisseling in de zomer liepen de temperaturen bij dichte ramen wel eens op tot 65ºC. Dat is niet verantwoord”, zegt hij.
Nu schakelt hij desinfectiebedrijf Veugen High Care in. “Wij gebruikten zelf de Pulsfog K3, maar zij hebben veel betere apparatuur. Bovendien zijn ze flexibel en betrouwbaar”, zegt hij.
Lege tuin
Grote zorgvuldigheid bij de teeltwisseling is van steeds groter belang om schimmels, bacteriën, virussen en insecten kwijt te raken. Dat lukt alleen in een volledig lege tuin; Redstar wisselt daarom nooit individuele afdelingen, maar de hele locatie ineens.
Eerst spuit een medewerker met heet water de goten en het glas schoon. “Dat doen we om geen fluor te hoeven gebruiken, want dat etst het glas. Heet water werkt net zo goed om het glas te ontvetten. Bovendien kunnen we dit op het einde van de teelt doen; dat scheelt een dag in de planning”, vertelt Jonkman.
Vervolgens gaat al het plantmateriaal en het geplukte blad eruit en wordt versnipperd. De steenwolmatten volgen en daarna vegen de medewerkers alles dusdanig dat er geen groen deeltje meer te zien is. Dan gaat het bodemplastic eruit, maar het gronddoek blijft liggen. Het personeel zorgt zelf voor reiniging met de hogedrukspuit en chloor (natriumhypochloriet). “Dat doodt alle bacteriën en schimmels”, zegt de manager. “Bovendien is er voldoende wetenschappelijke literatuur die aantoont dat chloor afdoende is tegen virussen.” Ook het gronddoek wordt met chloor ingespoten.
Water en zuurstof
Vervolgens gaat het desinfectiebedrijf aan de slag. De fogapparatuur zorgt voor een zeer fijne mist van waterstofperoxide en perazijnzuur, die overal indringt. Tegelijkertijd is het gebruikte volume zo gering dat er geen natte plekken ontstaan en dat het afplakken van de elektra niet nodig is. Het voordeel van deze stoffen is dat ze afbreken tot water en zuurstof, zodat er geen schadelijke stoffen overblijven.
“Je kunt dus meteen weer de kas in”, vertelt Ed Gerrits van Veugen High Care. “Dat is het voordeel ten opzichte van formaline. Bovendien werkt dat niet tegen virussen en moet het bij toepassing minstens 18ºC zijn voor een goede desinfectie. Maar sommige van onze klanten hechten nu eenmaal van oudsher aan formaline.”
Meten = weten
Gerrits ziet dat het principe van ‘meten = weten’ op het terrein van desinfectie nog niet erg is doorgedrongen. Telers gaan ervan uit dat het wel goed zit als ze hebben schoongemaakt en de boel hebben laten ontsmetten. “In de voedingssector wordt veel meer gemonsterd. Vanuit die sector hebben we de testkit Hygicheck ontwikkeld. Daarmee kun je monsters nemen van bijvoorbeeld goten, paden of glas. Een laboratorium bepaalt vervolgens het aantal kiemvormende eenheden (KVE), een indicatie van de steriliteit. Als je vóór en na de desinfectie bemonstert, weet je precies wat het effect is geweest. En je zou het na een maand nog een keer kunnen doen, om te bekijken hoe het aantal KVE zich ontwikkelt. Ook kun je bijvoorbeeld je hygiënesluis testen, om te beoordelen of die wel zo hygiënisch is.”
Zwakste schakels aanpakken
Het niveau van de bedrijfshygiëne hangt af van de zwakste schakel. Deels gaat het om voor de hand liggende zaken. Gerrits: “De mensen die op het bedrijf rondlopen, eigen personeel en vreemden, maar ook de apparatuur zijn bekende besmettingsbronnen, waar je rekening mee kunt houden. Ook ontsmetting van de loods tijdens de teeltwisseling ontsnapt inmiddels niet meer aan de aandacht.”
Maar er kunnen ook bedrijfsspecifieke maatregelen nodig zijn. Bij de desinfectie volgt bij Redstar een behandeling met het insecticide Decis. Jonkman: “Dat doen we vooral omdat we van de roofwants Nesidiocoris af willen. Die pakt wittevlieg wel goed aan, maar hij veroorzaakt ook schade aan de bloemen. De behandeling tijdens de teeltwisseling is bedoeld om zowel de schadelijke roofwants als kaswittevlieg kwijt te raken.”
Ook aandacht voor het bassinwater voorkomt problemen. “We laten de bodem van het bassin schoon zuigen zodat zich geen vuil ophoopt. Als dat gebeurt, kun je een sneeuwbaleffect krijgen.” Om crazy roots te voorkomen, zetten ze het irrigatiesysteem tijdens de teeltwisseling vol met waterstofperoxide en natriumhypochloriet. Op alle tuinen wordt gedurende de teelt waterstofperoxide meegegeven om het systeem schoon te houden. Het bedrijf heeft geen last van wolluis, een toenemend probleem in verschillende teelten. “Collega’s die dat wel hebben, moeten branden om luizeneitjes in alle kieren weg te krijgen”, ziet Jonkman.
Herkolonisatie
Als alles schoon is, maakt het vervolgens veel uit wie het lege terrein weet te veroveren: de goede of de verkeerde organismen. Daarom besteedt het teeltbedrijf aandacht aan de herkolonisatie. “De jonge planten krijgen bij de plantenkweker al de goede bacteriën en schimmels mee. Op de tuin zetten we meteen vanaf het begin Macrolophus in en de planten worden geënt met de zwakke pepinovirusstam PMV-01”, vertelt hij.
Bij de gewasbescherming is biologisch evenwicht tussen ziekten en plagen en hun natuurlijke vijanden gebruikelijk, bij de hygiëne zouden wellicht gelijksoortige principes kunnen worden toegepast. “We hebben dat wel geprobeerd”, geeft de manager aan, “bijvoorbeeld door de matten te laten liggen en te enten met microbiologie. Maar dat pakte toch niet goed uit. We hebben meerdere producten getest, maar alles schoonmaken werkt tot nu toe het beste: dat geeft toch een meer vitale plant en bijgevolg de meeste productie.”
Goedkoop is duurkoop bij desinfectie tijdens teeltwisseling
Door het versmallende middelenpakket is het belang van desinfectie tijdens de teeltwisseling toegenomen. “Kies dan voor effectief in plaats van voor goedkoop”, zegt Jeannette Vriend, coördinator effectief maatregelenpakket bij LTO Glaskracht Nederland.
“Belagers zetten zich gedurende het jaar vast in het systeem. Er is maar één moment in het jaar dat je heel grondig schoon kunt maken, als er geen groene delen meer in de kas aanwezig zijn. Vruchtgroentetelers zijn zich dat steeds meer bewust”, geeft ze aan. Ze ziet een opmars van ziekten en plagen die lastig in de hand zijn te houden omdat er onvoldoende (integreerbare) middelen voorhanden zijn, of omdat ze überhaupt niet aan te pakken zijn tijdens de teelt, zoals het komkommerbontvirus.
De laatste tijd zorgen Clavibacter, Fusarium, tomatengalmug, tabakswittevlieg (Bemisia) en wolluis soms voor forse problemen. “Elk beestje of schimmel die je overhoudt, beïnvloedt al snel het biologische evenwicht, omdat je correctiemiddelen moet gebruiken om ze in de hand te houden. Je ziet bovendien dat er steeds sneller wordt gewisseld. Dan mag er niets mis gaan; je hebt zo een Bemisia meegenomen naar het volgende seizoen. Vanuit plantgezondheidsperspectief is het heel belangrijk om de tijd te hebben voor de maatregelen die je moet nemen.”
Ook planning is van wezensbelang, benadrukt ze. Het is spelen met vuur als er al nieuwe jonge planten aankomen op het bedrijf, terwijl de schoonmaak nog in volle gang is. “Voor een bedrijf met meerdere locaties is het verder belangrijk het eigen personeel goed te instrueren. Als iemand van een ‘groene’ kas naar een schone kas gaat zonder voldoende maatregelen, neemt hij gemakkelijk bijvoorbeeld de tomatengalmijt mee.”
Gebruik alleen toegelaten middel
De manier van schoonmaken is natuurlijk belangrijk – tandenborstelschoon is het ideaal – maar ook wie het doet. “Als je zelf eigenlijk niet voldoende tijd hebt om het zorgvuldig te doen, schroom dan niet om expertise in te huren. En bij echt hardnekkige problemen, bijvoorbeeld steeds terugkerende crazy roots, kun je toch beter advies vragen. Dan is het verstandig om het hele systeem door te laten lichten om de oorzaak op te sporen”, zegt ze.
Vriend ziet in de praktijk ook bedrijven die de dupe worden van verkeerde zuinigheid. Soms gebruiken telers vaatjes met desinfectiemiddel die al een jaar in de kast hebben gestaan; de effectiviteit daarvan is twijfelachtig. En ook zijn er etiketloze middelen in omloop. “We maken als LTO Glaskracht Nederland ons er hard voor om dat terug te dringen en raden iedereen aan biociden met een helder etiket (inclusief N-nummer) bij een betrouwbare partij te kopen. We zetten ons ervoor in die middelen toegelaten te krijgen en dan is het ook zaak dat ondernemers ze kopen en niet voor goedkoop en dubieus gaan, want dan verdwijnen de bewezen effectieve middelen weer van de markt. Voor de hele sector is het belangrijk dat iedereen alleen toegelaten middelen gebruikt, niet alleen bij de gewasbescherming, maar ook bij de desinfectie.”
Samenvatting
Binnen de totale bedrijfshygiëne worden schoonmaak en desinfectie tijdens de teeltwisseling steeds belangrijker. Voor een sluitend hygiënebeheer is het nodig systematisch alle zwakke schakels te elimineren. Richard Jonkman van Redstar beschrijft hun aanpak. Loonwerker Ed Gerrits wijst op het belang van controle of de desinfectie goed is gelukt. Jeannette Vriend van LTO Glaskracht Nederland wijst op ziekten die problematisch worden door het versmallende middelenpakket en benadrukt om alleen erkende biociden te gebruiken.
Tekst: Tijs Kierkels. Foto’s: Wilma Slegers en Gert Janssen.[/edd_restrict]
[/wcm_restrict]
