[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
Hoe tof is het als een buitenlandse medewerker spontaan ‘goedemorgen’ zegt als hij ’s ochtends de tuin binnenstapt? Het lijkt een klein dingetje, maar het is de basis van waaruit integratie start. En aangezien arbeidsmigranten al lang niet meer als inwisselbare extra handjes worden gezien, is het belangrijk om te investeren in potentie en arbeidsomstandigheden. Dat alles start met beheersing van de Nederlandse taal.
Groeien in bedrijf
“We kunnen niet zonder ze.” Chantal van Kester, communicatiemedewerker bij Vreugdenhil Young Plants vertelt dat de plantenkweker ongeveer 250 uitzendkrachten per dag heeft rondlopen. Tijdens de piekperioden zelfs meer. “Ze zijn belangrijk voor ons. Ja, voor het standaard productiewerk, maar we plaatsen ze ook in hogere functies. Want laten we eerlijk zijn, Nederlandse vakmensen zijn vaak lastig te vinden. Als onze uitzendkrachten wel de motivatie en potentie hebben om verder te groeien in het bedrijf, bieden we ze die kans graag. Voorwaarde is dan wel dat ze redelijk Nederlands spreken. Anders kunnen ze de werkzaamheden niet goed uitvoeren en/of overbrengen.”Vreugdenhil besprak deze wens met Stipt Uitzendbureau dat op zijn beurt Martine Van der Lugt inschakelde. Samen ontwikkelden ze een taalcursus om de tuinbouwmedewerkers de basisbeginselen van de Nederlandse taal bij te brengen.
Waardevol
Locatie van de wekelijkse lessen is meestal het kantoor van het uitzendbureau in Schiedam. “Maar het kan ook bij het bedrijf zelf plaatsvinden”, vertelt Van der Lugt snel. “Net wat de klant wil, want het moet wel laagdrempelig blijven.” Haar bedrijf Uitsprekend verzorgt nu al drie jaar taalcursussen. Altijd op maat; afgestemd op het startniveau van de migranten. “Voorwaarde is dat ik vooraf de cursisten spreek. Wat is hun achtergrond, hoe lang zijn ze al in Nederland, wat kunnen ze en wat willen ze?”En dat zijn soms best verrassende gesprekken. “Laatst sprak ik bijvoorbeeld een man uit Letland die in zijn geboorteland twee universitaire studies had afgerond. Vanwege de economische situatie daar zag hij zich toch genoodzaakt om naar Nederland te komen. Nu plukt hij hier tomaten. Die man heeft zoveel potentie. Hij is gemotiveerd om het hier te maken en wil niets liever dan Nederlands leren. Een waardevol personeelslid voor zijn werkgever, dus. Zonde om daar niks mee te doen.”
Succesverhalen
Natuurlijk heeft niet iedereen zin om na een lange werkdag nog in de lesbanken plaats te nemen. Dat hoeft ook helemaal niet, benadrukt Daniel Mooij van Stipt. Daarom maakt hij samen met de klant altijd eerst een voorselectie van mogelijke deelnemers. Zaken als op tijd komen, graag willen werken en betrokkenheid spelen dan een rol. “En dat zijn echt niet alleen medewerkers die al langere tijd hier rondlopen. Ik probeer juist aan elke groep één of twee nieuwkomers toe te voegen. We willen iedereen een kans geven.”Mooij kent voldoende succesverhalen. De Poolse jongen die nu een vaste baan als voorman heeft, de Roemeense vrouw die dagelijks in de veredelingskas mag werken, de nieuwbakken operator die een efficiëntere interne logistiek opzette voor zijn baas, enzovoorts. “Het wordt tijd dat we buitenlandse medewerkers op waarde gaan schatten. Uit respect voor hen, maar zeker ook om hun potenties optimaal te benutten. We zijn nu eenmaal afhankelijk van elkaar.”
Respect voor elkaar
Los van de vaste aanstellingen en overige arbeidgerelateerde zaken, verbeteren de taallessen vaak de sfeer op de werkvloer. Van Kester geeft aan dat Vreugdenhil graag ziet dat de uitzendkrachten integreren met het overige personeel.De grens tussen ‘wij’ en ‘zij’ moet vervagen. “Taal is dan cruciaal. Als mensen met elkaar kunnen praten, zullen ze vaker samen optrekken en respect voor elkaar tonen. Want daar gaat het eigenlijk om: respect. Je ziet vriendschappen ontstaan en er lopen hier ook al wat stelletjes rond. Van verschillende nationaliteiten, ja. Arbeidsmigranten zijn hier al lang niet meer voor slechts een paar weken, de meesten willen langer blijven. Wanneer ze de taal spreken zullen ze sneller geaccepteerd worden en een prettig bestaan kunnen opbouwen. Wij nemen daarin onze verantwoordelijkheid.”
Ook Mooij omarmt dat besef. Het loont om te investeren in arbeidsmigranten. Uit menselijk en zakelijk oogpunt. De relatiemanager: “Als bedrijven een goede werkomgeving creëren, is het makkelijker om personeel te plaatsen. Mensen willen dan gewoon graag voor je werken.”
Soepele communicatie
Dat sneeuwbaleffect is ook op andere manieren merkbaar. Goed voorbeeld doet goed volgen. Van der Lugt merkt dat haar cursisten steeds meer gaan durven. “Ik geef ze slechts handvatten, zinnetjes waarmee ze bijvoorbeeld in de kantine een gesprek kunnen opstarten. Als ze eenmaal over die eerste drempel heen zijn, wordt het makkelijker om vaker Nederlands te spreken en met hun Nederlandse collega’s te praten. Ik heb zelfs een deelnemer die elke les mijn tips in een klein blocnootje opschrijft en dat meeneemt naar zijn werk. Plus: wanneer zijn vrienden zien dat hij praat en integreert met Nederlanders, zullen zij ook sneller die stap zetten.”Uitvallers zijn er nauwelijks. Van de 30 cursisten die afgelopen februari startte, hebben 24 deelnemers inmiddels de eindstreep gehaald. Voor hen wordt gedacht aan een vervolgtraject. Het loopt als een trein. Het taalbureau krijgt steeds meer cursusverzoeken binnen. Werkgevers zien steeds vaker de voordelen van Nederlands sprekende werknemers in. “Al zijn er maar een paar die de taal spreken”, vertelt de logopediste. “Die vormen vervolgens de schakel tussen bedrijfsleider/vast personeel en overige uitzendkrachten. Dan gaat de communicatie al heel veel soepeler.”
Vermijd kromme zinnen
Vanuit haar bedrijf geeft Martine van der Lugt taaltraining aan anderstaligen. Maar ook zonder lessen kan hun Nederlands flink worden verbeterd. Dat begint bij een juist taalgebruik van de werkgever.
Van der Lugt: “Je helpt mensen niet door kromme zinnen te maken. Zorg dat het klopt.”– Gebruik lidwoorden (de, het, een). Niet: deur moet dicht Wel: de deur moet dicht.
– Vervoeg werkwoorden. Niet: jij lopen naar de kas. Wel: jij loopt naar de kas.
– Maak korte zinnen. De simpelste manier is: wie-doet-wat. Maria hoest de bloemen (niet: Maria hoezen bloemen).
– Praat iets langzamer dan je normaal gesproken doet.
– Spreek de woorden goed uit (niet alles in je eigen dialect).
– Schakel indien nodig een taalspecialist in om medewerkers Nederlands te laten leren.
Samenvatting
Goede integratie begint met beheersing van de Nederlandse taal. Het helpt bij een juiste uitvoering van werkzaamheden en verbetert de sfeer op de vloer. Pas wanneer arbeidsmigranten de taal beheersen kan hun potentie optimaal worden benut. Denk aan een vaste aanstelling of de opmaat van productiewerk naar leidinggevende functie. Investeren in taalvaardigheid is investeren in wederzijds respect.
Tekst: Jojanneke Rodenburg.Beeld: Studio G.J. Vlekke.
[/wcm_restrict]
