De pH van de bodem verbeteren met kalk, dat is nogal wiedes. Dat het element calcium zoveel meer doet is minder bekend. Behalve een belangrijk voedingselement voor de plant verbetert het ook de structuur van de grond en verrijkt calcium het bodemleven. Juist de toepassing bepaalt welke soort je het beste kunt gebruiken. Er zijn namelijk veel verschillende kalkbronnen met elk hun specifieke kenmerken.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
Kalk is een van de producten waar een verhaal bij hoort. Bij organische meststoffenleverancier DCM weten ze dat. Het bedrijf krijgt vanuit de praktijk vragen over toepassing van deze meststof en wat dit nu precies doet in de grond. Bovendien zijn er veel verschillende soorten en momenten waarop je ze inzet.
Twan Wubbels, die er accountmanager is, legt uit hoe hij en zijn collega’s telers begeleiden bij de juiste keuze. Dat begint al bij een uitleg over de herkomst van het materiaal, want daaruit blijkt al snel dat het ‘verhaal’ vrij logisch in elkaar steekt. “Kalk kan namelijk voor veel meer doeleinden worden gebruikt dan alleen als pH-verhoger”, legt Wubbels uit.
Meerdere kalklagen
Kalksteen is miljoenen jaren geleden ontstaan als sediment door opgestapelde skeletjes van kalkhoudende zeeorganismen en door neerslag als gevolg van hoge zoutconcentraties in zeewater. Wereldwijd zijn er heel veel plaatsen waar kalksteen wordt aangetroffen en gewonnen. “Wij halen onze grondstoffen uit mijnen in Noord-Duitsland”, vertelt hij.
Kalk, ofwel calciumcarbonaat (CaCO3), komt op de vindplaatsen in verschillende vormen voor. De bovenste laag bestaat uit jonge poreuze coccolietenkalk, ook wel calciet genoemd. Deze soort valt makkelijk uit elkaar en lost op in het bodemvocht. Wanneer je het door je handen laat glijden geeft het af, zoals bordkrijt.
In de diepere lagen zit de veel oudere dolomietenkalk. Door de druk van bovenliggende lagen is het proces van dolomisatie op gang gekomen en is calciet omgezet naar dolomiet. De kalk is daardoor veel harder en minder poreus geworden. Bovendien bevat het een hoger gehalte magnesium.
Nog dieper zit kalk die niet meer geschikt is voor landbouwtoepassingen. Door processen als cementatie en rekristallisatie onder toenemende druk is marmer ontstaan. Hoe dieper de mijn, des te ouder en harder is het product en neemt het magnesiumgehalte toe. Naarmate het product meer magnesium bevat neemt de reactiviteit (werkingssnelheid) af.
Belangrijke voedingsstof
Calcium is een belangrijke voedingsstof voor de plant. Het mineraal verstevigt de celwand en de celmembranen. Het speelt een belangrijke rol in de weerbaarheid van planten en onderdrukt ziektes. Bovendien verbetert het de houdbaarheid van producten.
Alle planten hebben dus behoefte aan voldoende calcium, het ene gewas wat meer dan het andere. Op gronden waar de pH al hoog is, bijvoorbeeld op bepaalde kleigronden, zullen telers minder snel geneigd zijn om hiervoor een kalkproduct te gebruiken, omdat ze bang zijn de pH daarmee nog verder te verhogen. Wubbels: “Deze angst is vaak niet gegrond.” Calciumcarbonaat is een calciumbron die veel meer geleidelijk vrijkomt voor de plant, vergeleken met bijvoorbeeld gips (calciumsulfaat).
Bij een gift coccolietenkalk tot 600 kg per ha verandert de pH niet, terwijl wel een behoorlijke hoeveelheid calcium wordt gegeven. “Pas bij giften van meer dan 800 kg per ha zal de pH stijgen, maar dat is voor alleen calciumvoeding vaak al teveel.”
Zuurgraad corrigeren
Naast voeding is het verhogen van de pH de meest gebruikelijke toepassing van kalkmeststoffen in de grond. Een optimale pH zorgt er namelijk voor dat plantenwortels de meeste voedingselementen goed kunnen opnemen. Ook het bodemleven presteert het beste bij een pH tussen de 5,5 en 6,5. Stijgt de pH, dan kan de plantenwortel minder sporenelementen opnemen. Daalt deze, dan ontstaan er problemen met bijvoorbeeld de opname van fosfaat.
Volgens het natuurlijk proces van uitspoeling verzuurt de grond. Andere meststoffen kunnen de bodem ook laten verzuren. Bovendien scheiden plantenwortels zelf kleine hoeveelheden zuur uit. Daarom is het nodig om regelmatig kalk toe te voegen aan de grond.
Hoe poreuzer de meststof, des te sneller deze oplost. Als telers het toepassen voor pH-verhoging, dan is coccolietenkalk geschikt voor een snelle correctie en dolomietenkalk juist voor een langzame pH-verhoging. Ook zijn er combinatie producten in de handel, die zowel coccolieten- als dolomietenkalk bevatten.
Niet teveel ineens
Wubbels: “Wij adviseren telers om jaarlijks een lichte onderhoudsgift te geven, voor calcium-voeding en voor pH-onderhoud in plaats van eenmalig een grote gift. Geef je teveel ineens, dan kan het bodemleven verbranden. Bovendien wordt het klei-humus complex op z’n kop gegooid. Je kunt dus de structuur van de grond verprutsen, terwijl kalk juist een structuurverbeteraar is door de grote calciummoleculen, die structuurbruggen vormen tussen de kleideeltjes.”
Welke meststof je dan het beste kan gebruiken, hangt af van de grondsoort en de lokale situatie. Coccollietenkalk is al bij kleine hoeveelheden geschikt als meststof en kan bij grotere giften de pH in één jaar tijd snel laten stijgen. De afgifte van dolomietenkalk komt veel langzamer op gang, maar blijft de jaren daarna nog doorwerken. De keuze voor een van de twee of een combinatie hangt tevens af van de wens om magnesium aan de grond toe te voegen.
Klei-humus complex
Toevoeging van kalk aan de bodem heeft grote invloed op het klei-humus complex. Het positief geladen calcium (2+) zal zich binden aan negatief geladen klei- en humusdeeltjes en verdringt de positieve waterstofionen (H+). Het carbonaat (CO3) uit de verbinding CaC03 bindt zich aan waterstof tot H2CO3, dat uiteindelijk uiteenvalt in water (H2O) en koolzuurgas (CO2).
Hoe hoger de bezettingsgraad van het klei-humus complex, des te meer voedingsstoffen worden gebufferd en nageleverd. Bovendien geven de grote calciumionen een betere structuur aan de grond, waardoor deze voldoende zuurstof kan bevatten en wortels makkelijker groeien.
Verschil tussen kalk en gips
Telers geven al snel de voorkeur aan een calciumbemesting met gips (CaSO4) wanneer de pH hoger is dan 6. Dit doen zij om de pH niet nóg verder te verhogen en toch plant-beschikbare calcium te geven. “Gips kun je gebruiken als je een snel ‘calciumshot’ nodig hebt, maar heeft wel nadelen”, vindt Wubbels. Het sulfaat (SO4) is namelijk erg gevoelig voor uitspoeling en er ontstaat zwavelzuur in de grond.
Daarnaast bevat gips diverse ballastzouten, die de plantengroei negatief kunnen beïnvloeden. Een jonge calciumbron op carbonaatbasis (coccolietenkalk) kent deze nadelen niet en komt bovendien langzamer vrij over een constante periode. Met een lichte gift van deze soort kan evengoed veel calcium worden toegevoegd, zonder iets aan de pH te veranderen.
“Wij zien graag dat telers calciumbemesting en pH reguleren van elkaar loskoppelen. Beiden zijn goed afzonderlijk van elkaar te regelen door na te denken over een geschikte kalkmeststof”, besluit hij.
Samenvatting
Kalkmeststoffen krijgen niet altijd de aandacht die ze verdienen, terwijl kalk zoveel meer doet dan alleen pH verhogen. Juist het tweeledige doel: de pH regulering én calciumbemesting maakt de toepassing niet eenvoudig. Er zijn meerdere producten in de handel met elk hun eigen specifieke eigenschappen. Daardoor is het mogelijk om pH en bemesting van elkaar los te koppelen.
Tekst en beeld: Pieternel van Velden.
[/wcm_restrict]
