De tijd dat tuinbouwbedrijven voldoende presteerden als zij hun rente en aflossing konden betalen is voorbij. Wie gaat opschalen moet veel meer winst maken om te kunnen investeren in onderzoek, marketing, afzet en om dividend uit te keren aan aandeelhouders. Spronginvesteringen vragen om goed onderbouwde visies. Gerard Drogt geeft een voorzet.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
“Moderne bedrijven tot tien hectare zijn meestal nog op traditionele wijze gefinancierd.” Aan het woord is Gerard Drogt van Flynth adviseurs en accountants in Naaldwijk. Met twee voeten in de tuinbouw ziet hij de wereld om zich heen veranderen. Was schaalvergroting vlak voor de bankencrisis in 2008 al een hot item, bijna tien jaar later is het niet anders. Door de crisis verdwenen bedrijven, maar gingen anderen – soms noodgedwongen – met elkaar samenwerken. Inmiddels is het tij gekeerd. Bedrijven met grootse plannen zien nu hun kansen om ze waar te maken.
Produceren tegen de laagste kostprijs is niet meer de enige drijfveer om op te schalen. Het kunnen bedienen van professionele retail organisaties en verduurzaming dwingt de ondernemers om door te pakken. Samenwerkingsverbanden door de keten heen, waarbij ook dwarsverbanden ontstaan, zijn eerder regel dan uitzondering. De organisatiestructuur van ondernemingen zijn daardoor veel complexer geworden dan in het verleden het geval was.
Opschalen
Bedrijven die willen opschalen komen voor flinke uitdagingen te staan. De solvabiliteit van een bedrijf met een balanstotaal van tien miljoen euro, een eigen vermogen van vier miljoen euro en een schuld van zes miljoen is zonder meer goed. Wil zo’n bedrijf een sprong maken en opschalen naar een balanstotaal van 25 miljoen euro, dan daalt het eigen vermogen plots van 40% naar minder dan 20%.
Het behoeft weinig uitleg dat 21 miljoen euro lenen in die situatie niet zomaar mogelijk is. Qua solvabiliteit kan zo’n bedrijf volgens de traditionele financieringsprincipes niet worden gefinancierd. “Zo’n sprong is niet op eigen kracht te maken”, legt Drogt uit. “Wil je toch groeien, dan is daarvoor extra garantiekapitaal van 10 miljoen euro nodig. Aangezien dat niet zomaar voorhanden is, kun je in de meeste gevallen alleen geleidelijk groeien en dat blokkeert dus kansrijke spronginvesteringen.”
Investeerders zoeken
Wil je toch in schaal vergroten dan liggen andere constructies voor de hand. Voorbeelden daarvan zijn huren of pachten, collega’s vragen om op contract te telen, product aankopen, sale en lease back constructies aangaan of een externe partij of ondernemer deelgenoot maken van het bedrijf.
Partners en investeerders zoeken is inmiddels al een veel bewandeld pad. Het Nederlands/Engelse bedrijf Thanet Earth vond haar partner in handelsbedrijf Fresca. Hartman Kwekerijen is na jarenlange samenwerking met Bakker Barendrecht en Albert Heijn overgenomen door Greenyard/The Fruit Farm. Tomatenteeltbedrijf AgroCare fuseerde met Kesgro met als doel om door te groeien. Van Dijck Groenteproducties, leverancier van Lidl, kon doorgroeien dankzij externe investeerders via investeringsfonds Mindhunter. Andere recente voorbeelden zijn de samenvoeging van Kwekerij Vreugdenberg en SV.CO en de aanstaande samenwerking tussen drie grote plantenkwekers Grow Group, Leo Ammerlaan en Van der Lugt.
Complexe constructies
Veel samenwerkingen die ontstaan zijn er niet uitsluitend om in de financieringsbehoefte te voldoen, maar ook om de positie in de markt te verbeteren. Eén plus één is drie. Het adviesbureau wordt hier vaak bij betrokken. Dit begint met het ontwikkelen van een strategische visie door één van de partijen en eindigt met het opstellen van concrete overnamecontracten.
De overnamesom is dan gebaseerd op bedrijfswaarderingsmethodes, waarbij niet zozeer wordt gekeken naar de marktwaarde van de activa, maar vooral naar de waarde van de toekomstige kasstromen.
“Daardoor ontstaan soms complexe constructies, met verschillende deelnemingen in aparte BV’s met soms ook weer verschillende aandeelhouders”, constateert de bedrijfsadviseur. “Op deze manier kunnen bedrijven op bepaalde onderdelen van hun bedrijfsvoering andere aandeelhouders of financiers betrekken. Denk daarbij aan het deelnemen in een gezamenlijk veredelingsbedrijf, uitzendbureau of verpakkingsbedrijf.”
Onderbouwde visie
Of ondernemers nu kapitaal aantrekken via banken of andere financiers, zij zullen een goed onderbouwde visie moeten presenteren. Slechts het aantonen dat je rente en aflossing kunt betalen is vandaag de dag onvoldoende. Ze moeten vaak op het hoogste niveau aan ‘financial engineering’ doen. Dit is het uitwerken en zichtbaar maken of de investering ook rendement gaat maken op basis van verschillende parameters.
Parameters zijn bijvoorbeeld de solvabiliteit, de verhouding Debt/EBITDA (schulden/bedrijfsresultaat), het verschil tussen winst en cashflow (geldstroom) en het lange termijn dividendbeleid van de onderneming. Het laatste kan bijvoorbeeld in de knel komen door een investering.
Drogt: “Dit dwingt je tot nauwkeurige forecasting, dus voorspellen van het verwachte vermogen, maar ook tot backcasting, dus wat heb je nu nodig om daar te komen. Bovendien moeten er scenarioanalyses op tafel liggen, waarin zowel positieve als negatieve gebeurtenissen zijn doorgerekend met een duidelijk lange termijn perspectief. Kortom, je moet aantonen dat je onder veel verschillende omstandigheden grip hebt op de onderneming, dat je flexibel genoeg bent om hier op in te spelen zonder je oorspronkelijke doel uit het oog te verliezen.”
Sturen op parameters
“Verschaffers van vermogen hebben recht op winst in de vorm van dividend. Er is dus veel meer winst nodig dan voor het betalen van rente en aflossing. Er moet geld over zijn”, vindt de adviseur. Een gezonde tuinbouwonderneming moet een DSCR (debt service coverage ratio) van minimaal 1,5 halen of een Debt/EBITDA verhouding van 4. Deze ratio’s geven een beeld van de betalingscapaciteit van een onderneming, in verhouding tot de financiële verplichtingen.
“Ratio’s zijn geen papieren tijgers”, legt Drogt uit, “ze blijven belangrijk gedurende de looptijd van een lening. De mate waarin een ondernemer kan sturen op de parameters bepaalt zijn of haar kwaliteit. Wie de beste scenario’s kan maken staat het sterkst.”
Via automatisering en digitalisering staan de ondernemer steeds meer gegevens ter beschikking om grip te houden op de parameters. Big data gaan besluiten beïnvloeden, omdat ze de ondernemers houvast geven. Niet langer hoeven zij strategische beslissingen te nemen op basis van ‘onderbuikgevoel’, maar op basis van feitelijke cijfers. De bedrijfsadviseur: “Meten is weten en wat wordt gemeten, wordt verbeterd.”
Toekomstige röntgenfoto
Bij grote financieringen houden banken de vinger aan de pols. Meerdere keren per jaar willen zij de daadwerkelijke cijfers weten. En steeds vaker vragen zij om een begroting voor een periode van vijf tot tien jaar, met uitgewerkte scenario’s. “Ondernemers moeten dus in staat zijn om een toekomstige röntgenfoto van hun bedrijf te maken. Bovendien moeten zij doodlopende sporen niet verder bewandelen”, weet de adviseur.
Deze ontwikkeling dwingt het adviesbureau om over haar eigen positie na te denken. De functie van accountancy verandert. Tuinbouwbedrijven hebben financiële managers in dienst, die de traditionele rol van de boekhouder overnemen. Zij vragen dus van externe adviseurs om meer een controlerende rol op zich te nemen of om te adviseren over de administratieve organisatie en interne beheersingsmaatregelen; eigenlijk het werk van registeraccountants. “Ook dat is een interessante ontwikkeling die aanpassing van onze kant vraagt”, besluit Drogt.
Samenvatting
Bedrijven die te maken krijgen met opschaling en spronginvesteringen hebben voor het aantrekken van vreemd vermogen niet alleen een bank nodig. Allianties met andere bedrijven en alternatieve financieringsvormen maken zulke stappen wél mogelijk. Complexe financieringen vragen om goed onderbouwde visies, waarin meerdere scenario’s zijn verwerkt. Ook tijdens de looptijd van de lening is terugkoppeling met financiers een voorwaarde.
Tekst: Pieternel van Velden. Foto’s: LD Photography en Studio G.J. Vlekke.
[/wcm_restrict]
