Voor telers die vooruit kijken

Kan sector uit de voeten met het huidige kwekers- en octrooirecht?

Meningen bescherming intellectueel eigendom verdeeld
339 0
Kan sector uit de voeten met het huidige kwekers- en octrooirecht?

Het Europees Octrooibureau besloot vorig jaar geen octrooien meer te verlenen op planteigenschappen die zijn ingebracht via klassieke veredelingstechnieken. Hierdoor kan op veel plantenrassen alleen nog kwekersrecht worden aangevraagd. Dat biedt echter minder bescherming. Sommige veredelaars zijn blij met deze aanpassing, andere vinden de afkalving van eigendomsrechten een slechte zaak en zien graag een strenger kwekersrecht.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
Kwekersrecht en octrooirecht zijn termen die regelmatig voor verwarring zorgen. Dat merkt ook Lennard van Vliet van Hortis Legal, juridisch adviesbureau op het gebied van intellectueel eigendomsrecht. “Het zijn twee wezenlijk verschillende zaken”, benadrukt hij. “Kwekersrecht kun je aanvragen op nieuwe rassen, die zich met een of meerdere eigenschappen onderscheiden van andere rassen. Het geeft veredelaars voor een bepaalde periode het alleenrecht op de vermeerdering van rassen. Maar andere partijen mogen wel kruisen met deze beschermde rassen en kunnen op deze nieuwe kruisingen ook weer kwekersrecht aanvragen. Dit noemen we de kwekers- of veredelingsvrijstelling.”

Deze vrijstelling maakt het kwekersrecht volgens Van Vliet niet heel sterk. “Iedereen kan dus veredelen met jouw rassen. Vandaar dat vooral grote veredelaars de laatste jaren hebben geprobeerd om octrooirecht te verkrijgen. Volgens de wetgeving kun je hiermee echter geen plantenrassen beschermen. Veredelingsbedrijven probeerden dit te omzeilen door octrooi aan te vragen op planteigenschappen – denk aan een resistentie tegen een bepaalde ziekte – en/of methoden om die planteigenschappen in te brengen in plantencellen. In sommige gevallen zijn hier daadwerkelijk octrooien voor afgegeven.”

Meer bescherming

Het octrooirecht biedt volgens Van Vliet meer bescherming dan het kwekersrecht. Met planteneigenschappen waarop een octrooi geldt, mogen andere partijen namelijk niet verder kruisen en vermeerderen. “Stel dat je als bedrijf een planteigenschap hebt ontwikkeld die beschermt tegen Phytophthora. Als je hier octrooi op hebt, betekent dit dat geen enkele andere partij verder mag veredelen met een plant die deze geoctrooieerde eigenschap heeft. Je kunt dan dus in feite een hele veredelingsrichting blokkeren en je marktpositie als veredelaar verstevigen. Dat vooral de grotere veredelaars zich richtten op het verkrijgen van octrooien, komt mede omdat met het aanvragen hiervan veel geld is gemoeid.”

Beperking octrooirecht

Vorig jaar vond een belangrijke verandering plaats in het Europese octrooirecht. Het Europese Octrooibureau (EOB) bepaalde toen namelijk dat per 1 juli 2017 geen octrooi meer werd verleend op planten met eigenschappen die ‘het product zijn van wezenlijk biologische processen’. Deze uitspraak kwam voort uit een jarenlange discussie over of het verlenen van octrooien op planten al dan niet wenselijk is. “Dat klinkt ingewikkeld, maar het betekent in feite dat geen octrooi meer wordt verleend op planteigenschappen die in de natuur voorkomen en zijn ingebouwd via klassieke veredeling. Dit kan alleen nog bij planteigenschappen die tot stand zijn gekomen via laboratoriumtechnieken.”

Door deze uitspraak van het EOB komen dus veel minder planten met unieke eigenschappen in aanmerking voor octrooirecht. “Voor sommige grote veredelaars was dit een fikse tegenvaller”, zegt Van Vliet. “Het biedt ze namelijk minder kansen om een complete veredelingsrichting te monopoliseren. Voor planten die het resultaat zijn van natuurlijke kruising en veredeling zijn zij nu aangewezen op het kwekersrecht, dat dus minder bescherming biedt. Een nadeel voor veredelaars die veel tijd en geld steken in de ontwikkeling van noviteiten en deze logischerwijs dan niet ‘te grabbel’ willen gooien.” Zijn mening is dan ook dat de uitspraak van het EOB de ontwikkelingen in de veredeling in sommige gevallen vertraagt. “Veredelaars zullen minder gas geven op met name grootschalige R&D-projecten, aangezien ze hiermee simpelweg minder geld kunnen verdienen. Dat is jammer, vooral vanwege de grote uitdagingen die er liggen om het wereldvoedselprobleem op te lossen.”

Niet overdrijven

Sierteeltveredelaar Dümmen Orange is vooral blij dat er na jaren eindelijk duidelijkheid is over wanneer al dan niet octrooi kan worden verleend op planteigenschappen. Volgens Hans van den Heuvel, Managing Director R&D bij Dümmen Orange, moet de impact van de uitspraak echter niet worden overdreven. “Het is nu zonder twijfel lastiger om in Europa octrooi te verkrijgen op natuurlijk veredelde planteigenschappen, maar onmogelijk is het niet. Nieuwe eigenschappen die via een technische proces – bijvoorbeeld mutagenese – tot stand zijn gekomen, zijn in principe octrooieerbaar. Mutagenese leidt tot wijzigingen in het DNA van een plant. Deze wijzigingen kunnen worden aangebracht met behulp van nieuwe technologieën en op conventionele wijze, door (natuurlijke) straling en chemische stoffen. Conventionele methoden voor mutagenese worden al decennialang toegepast in de veredeling en zijn veilig voor mens en milieu. Daarom worden deze ook niet beschouwd als genetische modificatie. Toepassing van nieuwe methoden, waaronder Crispr-Cas, voor mutagenese is onwaarschijnlijk in de sierteelt omdat de producten dan worden gezien als genetisch gemodificeerde organismen.”

Volgens Van den Heuvel wordt het aanvragen van octrooien hierdoor wel nóg meer een ‘ding’ van grotere veredelaars, aangezien deze beschikken over de technologische mogelijkheden en budgetten voor dergelijke trajecten. “Voor ons als Dümmen Orange is de impact van de uitspraak sowieso minder groot, aangezien wij wereldwijd actief zijn. In belangrijke markten buiten Europa gelden andere regels voor het octrooieren van planteigenschappen.”

Stap in goede richting

Er is ook een stroming van partijen die juist blij zijn met de uitspraak van het Europese Octrooibureau. Onder hen is directeur Niels Louwaars van Plantum, de brancheorganisatie van veredelaars en vermeerderaars. “Als organisatie hesen wij zo’n twaalf jaar geleden, toen de effecten van octrooien op planteigenschappen tot ons doordrongen, de noodvlag. De wetgeving was in de basis namelijk niet bedoeld om natuurlijke eigenschappen te octrooieren. Daarbij konden onze leden hierdoor niet meer vrijelijk veredelen met de geoctrooieerde planteigenschappen. Dit beperkte de mogelijkheden voor veredelaars fors en daarmee de genetische vooruitgang in gewassen.”

Louwaars noemt de uitspraak van vorig jaar daarom ‘een stap in de goede richting’. En ook de meeste van de Plantum-leden – en in ieder geval de sierteeltveredelaars – staan volgens hem positief tegenover de recente uitspraak. “Voor biotechbedrijven, die vooral zijn gericht op het verdienen van geld via octrooilicenties en het afschermen van hun marktpositie, was dit daarentegen geen goed nieuws.”

Binnen zijn eigen achterban ziet Louwaars dat zelfs grote veredelaars het belangrijker vinden om toegang te hebben tot planteigenschappen van anderen dan dat ze hun eigen planten met specifieke eigenschappen kunnen beschermen door middel van octrooi. “Dat enkele grote groentezaadbedrijven onderling hebben afgesproken om nooit ‘nee’ te zeggen tegen een licentieaanvraag voor een geoctrooieerde planteigenschap onderstreept dat.”

Rechtvaardig

Ook directeur Aad van der Knaap van KP Holland is blij dat de mogelijkheden zijn ingeperkt om octrooi aan te vragen op planteigenschappen (zie interview op pagina 30). De opmars van het octrooirecht binnen de veredelingsbranche was hem al jarenlang een doorn in het oog. “Octrooien komen van oorsprong uit de industrie. Wanneer je een systeem uit de ene sector gaat toepassen binnen de andere sector, gaat het mis”, geeft hij aan.

Een treffend voorbeeld is volgens Van der Knaap de gevuldbloemigheid in kalanchoë. Deze eigenschap ontstond door een spontane mutatie. Een Deense veredelaar ontleedde vervolgens de methodiek om tot die gevuldbloemigheid te komen en vroeg daar octrooi op aan. “Dat lukte aanvankelijk, wat betekende dat iedereen die wilde veredelen met gevuldbloemige kalanchoës een licentie moest aanvragen. Zoiets is niet rechtvaardig, aangezien de betreffende veredelaar zelf geen inspanningen had gedaan om een eigenschap toe te voegen”, zegt Van der Knaap. Op basis van een uitspraak van het Europees Octrooibureau is dit octrooi vervolgens teruggedraaid. “Wij zijn in ieder geval blij dat geen octrooien meer worden verleend op klassiek veredelde planteigenschappen, ook omdat we op deze manier toegang houden tot het materiaal van anderen. Het verlenen van octrooien is alleen nuttig wanneer sprake is van een significante innovatie in planteigenschappen, die een partij zelf heeft ontwikkeld.”

Vol aan de bak

Louwaars en Van der Knaap zijn niet bang dat de innovatie in de kiem wordt gesmoord doordat planten die het resultaat zijn van klassieke veredeling nu zijn ‘veroordeeld’ tot het kwekersrecht. “Wij zien dat bedrijven, op basis van de bescherming die het kwekersrecht hen biedt, gemiddeld 15 en soms zelfs tot 30% van hun omzet in de ontwikkeling van nieuwe rassen steken. Dat is veel meer dan in industriële sectoren die van het octrooirecht afhankelijk zijn”, zegt Louwaars.

Van der Knaap denkt dat de recente wijzigingen in de wetgeving de noodzaak om te innoveren juist groter maken. “Aangezien iedereen nu kan veredelen met materiaal dat het resultaat is van natuurlijke veredelingsprocessen, moeten veredelaars vol aan de bak om hun voorsprong te behouden.”

Kwekersrecht in balans

Al met al kunnen de meeste Plantum-leden prima uit de voeten met het huidige kwekersrecht. Zij vinden dat hun innovaties hiermee voldoende worden beschermd. “Zoals gezegd: we moeten niet te sterke rechten willen, aangezien we de beschikbaarheid van veredelingsmateriaal hiermee ook aan banden leggen”, zegt Louwaars.
Van Vliet vindt dat hiermee vooral de mening van de kleinere veredelaars wordt vertegenwoordigd en dat aanpassing van het kwekersrecht nog wel wenselijk zou kunnen zijn, zeker voor grotere veredelaars van voedselgewassen. “We moeten ons afvragen of het nog wel van deze tijd is dat iedereen vrijelijk mag kruisen met rassen waarop kwekersrecht rust. Het is in bepaalde gevallen onrechtvaardig dat iedereen gewoon verder kan veredelen met rassen waarbij enorm veel geld en energie is gestoken in de ontwikkeling. Daarom is aanscherpen van het kwekersrecht op diverse punten belangrijk.”

Faire vergoeding

Dümmen Orange, maar ook Axia Vegetable Seeds deelt die mening. Hoewel beide partijen voorstander zijn van het vrijelijk beschikbaar stellen van genetisch materiaal voor iedereen, vinden zij wel dat het kwekersrecht meer in balans moet worden gebracht. “Wanneer een partij grote en risicovolle investeringen doet om een nieuwe eigenschap in een soort te brengen, is het niet meer dan normaal dat, wanneer anderen daar gebruik van willen maken, hier een faire vergoeding tegenover staat”, benadrukt Van den Heuvel.

Hessel Deinum, Legal Council bij Axia, geeft aan dat het kwekersrecht op dit punt zou moeten worden aangepast. “Dit zou de innovaties in de veredelingswereld op een positieve manier stimuleren.”


‘Crispr-Cas had mogelijkheden octrooirecht kunnen vergroten’

Onlangs oordeelde het Europese Hof van Justitie dat innovatieve genbewerkingstechnieken zoals Crispr-Cas onder genetische modificatie moeten worden geschaard.

Aangezien hiervoor strenge regels gelden in Europa betekent dit volgens Aad van der Knaap dat het voor veredelaars lastig wordt om gebruik te maken van deze technieken. “Deze uitspraak heeft ons verrast”, zegt Van der Knaap. “Genbewerkingstechnieken stellen veredelaars in staat om heel gericht DNA te veranderen, door genen uit te schakelen en aan te passen. En dat zonder dat soortvreemde genen nodig zijn. Hierdoor kom je veel sneller tot rassen met bepaalde eigenschappen dan met natuurlijke veredelingstechnieken. Extra zuur is dat de inzet van genbewerkingstechnieken in andere werelddelen wel is toegestaan.”

Octrooi gerechtvaardigd

Ook Hessel Deinum van Axia noemt de uitspraak een gemiste kans. “Zeker gezien de uitdagingen waarvoor wij als veredelingssector staan bij de ontwikkeling van nieuwe rassen: klimaatverandering, een groeiende wereldbevolking et cetera”, zegt Hessel Deinum.
Planteigenschappen die tot stand zijn gekomen door middel van genbewerkingstechnieken zouden zich volgens Van der Knaap mogelijk wel lenen voor het aanvragen van een octrooi. “Dit is namelijk een goed voorbeeld van een methodiek waarbij je via niet-klassieke veredeling komt tot verandering of verbetering van een plantsoort. En omdat je echt veranderingen aanbrengt in de genen, is ook daadwerkelijk sprake van een ‘uitvinding’. Dan is een octrooi naar mijn mening eerder gerechtvaardigd. Kortom: een positieve uitspraak had de mogelijkheden van het octrooirecht kunnen vergroten.”


Samenvatting

Sinds vorig jaar kan geen octrooi meer worden verkregen op planteigenschappen die in de natuur voorkomen en zijn ingebouwd via klassieke veredeling. Hierdoor zijn veredelaars aangewezen op het kwekersrecht, dat intellectueel eigendom minder beschermt. De meningen hierover zijn verdeeld. Sommige partijen vinden dat er meer balans in het kwekersrecht moet komen: volgens hen moeten veredelaars die aan de slag willen met een soort die voortkomt uit een intensief en kostbaar traject hier een faire vergoeding voor betalen.

Tekst: Ank van Lier. Foto’s: Studio G.J. Vlekke.





[/wcm_restrict]

Gerelateerd

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd