Voor telers die vooruit kijken

Onderstam speelt minimale rol bij voedingsopname tomatengewas

Resultaten meenemen in nieuw bemestingsadviesmodel
487 0
Onderstam speelt minimale rol bij voedingsopname tomatengewas

De voedingsopname is afhankelijk van het functioneren van het wortelstelsel. Over bepalende factoren als teeltmedium en de heersende chemische omstandigheden is al veel bekend. Maar wat is precies de invloed van onderstammen? Onderzoekers zijn verrast door de resultaten van een proef, want wat blijkt: geënte planten nemen niet meer nutriënten op dan een ongeënt gewas.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]

Een tomatenteelt zonder onderstammen is zo goed als ondenkbaar. Ze verbeteren de vitaliteit van de plant; helpen het gewas de zomer door. Telers zoeken de combinatie die het beste past bij hun specifieke teeltdoel en bedrijfsomstandigheden. Veredelaars ontwikkelen dan ook verschillende typen onderstammen, voor elk wat wils. Van zeer krachtig tot minder sterk. De verschillen komen onder meer tot uiting in de omvang en capaciteit van het wortelgestel. En alhoewel gangbaar in gebruik, werd de invloed van onderstammen nooit meegenomen in de bemestingsadviezen. Terecht of niet?

Drie variabelen

Met bijdragen vanuit de Club van 100 en de Topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen onderzocht onderzoeker Wim Voogt de effecten van wortels op de voedingsopname. “Onze proefopzet bevatte drie variabelen: onderstammen, tomaattypen en plantbelasting. We kozen voor een grove ronde tomaat, een cocktailtype en een cherry-pruimtomaat. Elk type entten we op drie verschillende onderstammen, variërend in groeikracht. Ter vergelijking werd van elke tomaat ook een set planten niet geënt. Hier overheen deden we testen met een lichte en zware plantbelasting.”
De rassen werden op gebruikelijke wijze bij de plantenkweker na elkaar gezaaid en geënt. Na ongeveer vijf weken kwamen de jonge planten in potten van 5 liter met steenwol-grow-cubes in de proefkas in Bleiswijk. Het onderzoek liep van februari tot en met juni, met vijf geoogste trossen.

Meer wortels, meer opname?

Onder elke teelttafel stond een bak met voedingsoplossing. De water-nutriëntenbalans was conform de standaardvoedingsoplossing voor tomaat. Vervolgens berekenden de onderzoekers aan de hand van drainmonsters de opname van meststoffen per groep (ras met onderstam). Na drie maanden legden ze de opnamecijfers naast elkaar.
“Persoonlijk had ik verwacht dat planten met meer wortels, dus de rassen met sterkere onderstammen, meer zouden opnemen. Dit bleek echter niet het geval. Bij alle drie de onderstammen, plus de variant zonder onderstam, waren de opnamecijfers nagenoeg gelijk. De enige afwijking zagen we bij chloride (zie figuur). Tomatenplanten met een groeikrachtige onderstam nemen meer chloride op dan planten met minder wortels. Fosfaat gaf in mindere mate datzelfde beeld.”
Op grond van het onderzoek blijken onderstammen dus weinig invloed te hebben op de voedingsopname van tomatenplanten. Ofwel, op chloride na hoeft een teler zijn gift niet aan te passen aan het type onderstam.

Kali-calcium verhouding

Met betrekking tot plantbelasting verliep de opname lineair aan de productie. Voogt: “Daar zagen we geen verrassingen. Of een ras nu weinig of veel vruchten produceerde, de verhouding nutriënten bleef gelijk.”
Circa 75% van de kali-opname ging naar de vrucht en 90% van het calcium naar het blad. Wat dat betreft is het ook niet zo’n probleem dat deze proef al stopte voor de zomer. De verhoudingscijfers gelden voor het hele seizoen en juist in de eerste helft van de teelt gebeurt er het meeste met zo’n plant. De voedingsopname in de tweede helft is minder gecompliceerd.
Tot slot gaven ook de verschillende tomaattypen geen plotselinge wending aan bestaande inzichten. Zoals verwacht verbruikten de grovere tomaten meer kali dan de kleinere typen, ongeacht de gebruikte onderstam. “Met de hogere opname van kali zakte het calciumcijfer. Met de verhouding tussen deze twee nutriënten kunnen telers nog wat meer gaan spelen. Natuurlijk is kali nodig voor de kwaliteit van de vruchten, maar calcium is noodzakelijk voor een gezond gewas. Dus zeker in tijden van een hoge plantbelasting moeten telers het calciumcijfer in de gaten houden. Je wilt van beiden geen tekort. Door meer grip te krijgen op de opnamewaarden van tomaat, kunnen we bijvoorbeeld ‘veilig’ zoeken naar de ondergrens van kali. Zonder dat er kwaliteitsproblemen optreden.”

Dynamisch bemestingsadvies

“Al met al geen spectaculaire uitkomsten, maar zeker zaken die we kunnen gebruiken”, meent Voogt. Ze worden meegenomen in een vervolgonderzoek naar een nieuw BAB-model. Dit rekenprogramma zal, aan de hand van standaard analysecijfers in combinatie met meerdere bedrijfsomstandigheden als productiedoel en historische gegevens, een dynamisch bemestingsadvies op maat kunnen geven. “Kijk, de huidige adviezen zijn veelal nog gebaseerd op 30 jaar oude inzichten. Het is hoog tijd dat we onze hedendaagse kennis integreren in een nieuw model.”

Tegengaan ongewenste spui

Wageningen University & Research hoopt over circa anderhalf jaar het nieuwe model gebruiksklaar te hebben. Of het instrument vrij toegankelijk wordt voor iedereen of niet, hangt onder meer af van de opdrachtgevers. Momenteel wordt het model in de praktijk beproefd. Op vier tomatenbedrijven volgen onderzoekers de gewasopname via waterstromen en biomassa-analyses.

Op basis van beide meetwaarden berekenen zij de totale opname en de opnameconcentratie. De uitkomst moet duidelijk maken of het model matcht met het bestaande advies. De meerwaarde is volgens Voogt duidelijk: “Betere kennis en nieuwe modellen leiden tot een optimalisatie van de bemesting. We willen het aantal fouten dat eventueel kan leiden tot ongewenste spui aan de voorkant verkleinen. En dat past natuurlijk weer binnen de doelstelling van het emissieloos telen.”

Samenvatting

Onderzoekers hebben de interactie tussen wortelsysteem en voedingsopname bij tomaat onder de loep genomen. Hiertoe werden drie tomaattypen op drie verschillende onderstammen beproefd. De opnamecijfers bij alle planten waren nagenoeg gelijk. Alleen de chloride-opname liet wisselende resultaten zien. Verder bleek, zoals verwacht, de kalium-calciumverhouding mee te bewegen met de grofheid van de vruchten en de plantbelasting. De resultaten worden meegenomen in een nieuw bemestingsadviesmodel.

Tekst: Jojanneke Rodenburg.
Beeld: Pieternel van Velden en WUR.





[/wcm_restrict]

Gerelateerd

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd