Voor telers die vooruit kijken

Jonge ondernemers voegen focus toe aan ambities van huidige generatie

Tuinbouw Jongeren Oostland en Westland laten zich horen
669 0
Jonge ondernemers voegen focus toe aan ambities van huidige generatie

Ze zijn enthousiast, vol vertrouwen én staan te popelen het roer over te nemen van de huidige generatie ondernemers. Niet dat het nu verkeerd gaat, maar over tien jaar is alles anders. Teelt, afzet, techniek: de tuinbouw vernieuwt in rap tempo. Jongeren jagen die veranderingen aan en zien kansen voor verdere verbetering. Niet meer dan logisch om hun stem mee te nemen in de discussies over de toekomst van de sector.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]

De leeftijdsgrens? Tot 35 jaar kun je lid worden van de Tuinbouw Jongeren Westland, vertelt voorzitter Lambert Zwinkels (25). Een goede opkomst kenmerken de activiteiten van deze club. Allang niet meer alleen door telers/ondernemers. Net als zustervereniging TJ Oostland richten ze zich op tuinbouwjongeren in de breedste zin van het woord. Ook scholieren, adviseurs en handelaren zijn welkom. Eigenlijk iedereen met een hart voor de tuinbouw.
Dat kenmerkt misschien gelijk wel de visie die de meeste jongeren erop na houden, meent scheidend Oostland-voorzitter Wouter van den Bosch (25): “In de sector van de toekomst red je het niet als teler, je moet ondernemer zijn. Voorbij de eigen glazen muren kijken. Kansen zien en pakken. Doen we dat niet, dan worden we links en rechts ingehaald door het buitenland. Terwijl we hier belachelijk veel kennis en ervaring hebben!”

Kritische jongeren

De beoogd opvolger van Van den Bosch is gelijk een goed voorbeeld van zo’n kennisintensieve en breed georiënteerde tuinbouwjongere. Net afgestudeerd aan de tuinbouwuniversiteit in Wageningen heeft Stefan Hendriks (25) nu een baan als plantspecialist bij Philips te pakken. “Ik ben opgegroeid op een chrysantenbedrijf. Toentertijd is de beslissing genomen om te stoppen, wat achteraf een goede zet blijkt te zijn geweest. Jammer voor mij als ondernemer? Nee, er zijn volop mogelijkheden om alsnog in bedrijven te participeren. Ik krijg genoeg aanbiedingen, maar kies er toch voor de sector eerst verder te verkennen. Ja, jongeren zijn wat dat betreft kritischer dan vroeger. Ze gaan minder vanzelfsprekend de tuin in. Ondernemerschap is zo veel meer dan ‘vieze handen’. En de benodigde capaciteiten vragen vaak om persoonlijke ontwikkeling.”
Ook Van den Bosch merkt een grotere twijfel bij jongeren om daadwerkelijk in een tuinbouwonderneming te stappen. “Dat is niet slecht, het lijkt mij een logische reactie. Een onderneming leiden is een complexe aangelegenheid. Geloof me, onze ambitie is echt niet minder dan die van de huidige generatie, maar onze focus verschilt misschien. We leggen meer de nadruk op kennis en dat vraagt onder andere om ervaringen buiten de tuin.”

Familiebedrijf blijft

En alhoewel het aantal ondernemingen steeds verder afneemt en de twijfel over overname bij jongeren groeit, blijft de tuin wel gewoon trekken. TJW-bestuursleden Lambert Zwinkels en Rob van Dijk (27) draaien volop mee in het sierteeltbedrijf van hun families. Van Dijk had die keuze al jong gemaakt. “Het is gewoon het mooiste wat er is. Ik ben een echte ‘paplepel-ondernemer’ en startte gelijk na mijn opleiding. Het hoeft dus echt allemaal niet zo ingewikkeld. Maar ik begrijp het wel; ondernemen vraagt om contacten met andere mensen, bedrijven en inzichten. Ik vergaar dat netwerk via deze bestuursfunctie.”
Beiden zijn positief over de toekomst van hun familiebedrijf. Juist deze structuur, waarbij meerdere generaties moeten worden gevoed, vraagt om duurzame keuzes en een lange termijnvisie. Generaties kunnen elkaar daarin goed versterken. Het vaak consoliderende, conservatieve karakter van de ‘vader’ wordt verrijkt door de verbeteringsdrang van zoon of dochter. Want over een decennium ziet het tuinbouwspeelveld er heel anders uit dan nu. Net als dat tien jaar geleden zo was.

Stem laten horen

Volgens de tuinbouwjongeren liggen de belangrijkste kansen bij internationalisering van de sector, innovaties en een meer marktgerichte afzet van producten. De activiteiten van de verenigingen richten zich hier dan ook op: een studiereis naar Spaanse telers, een excursie naar het postsorteercentrum of een trip naar Amsterdam om bij willekeurige detaillisten en retailers binnen te kijken.
“Daarnaast proberen we bij Oostland continu contact te onderhouden met partijen zoals gemeenten, LTO Glaskracht, universiteiten en opleidingsinstituten”, vult Van den Bosch zijn Westlandse collega’s aan. “We hebben de belangrijke functie om te waken over de belangen van tuinbouwjongeren, zijn ambitieus en worden het liefst betrokken bij alle discussies aangaande de toekomst. Ik merk nog te vaak dat ze ons vergeten. Terwijl het wel ontwikkelingen betreffen waar vooral wij mee te maken gaan krijgen. Het is daarom noodzakelijk dat we voldoende betrokken worden; we moeten onze stem vaker laten horen. Want als de besluiten over de toekomst niet passen bij de mensen van de toekomst, is dat een gevaar voor de sector.”

De baas

Over de verschillen tussen de huidige en toekomstige generatie ondernemers doen de jongeren niet moeilijk. Je hebt ze in alle soorten en maten, nu én in de toekomst. Voor de bedrijfstypen ligt dat anders. Zwinkels: “Professionalisering en schaalvergroting zullen doorzetten. Veel kleine ‘tuintjes’ verliezen daardoor hun bestaansrecht. Daarbij is niet gezegd dat oppervlakte per se leidend is. Professionaliteit kun je heel goed uit kwaliteit halen en met een beperkt aantal vierkante meters kun je een goede boterham verdienen, mits het bedrijf een duidelijke strategisch en financieel plan heeft.”
Van Dijk beaamt deze stelling en wijst op een andere ontwikkeling die volgens hem steeds duidelijker wordt. “We hebben te maken met een groeiend verschil tussen de ondernemer en de onderneming. De tijd dat beiden gelijk zijn – dat de teler ook echt de baas van de tuin is – gaat voorbij. Wij hebben te maken met banken, stakeholders, personeel; het is een complex geheel dat om een heel nieuwe vorm van ondernemen vraagt. Oké, je bent een leidend radar in het geheel, maar de baas…”

Informatie uitwisseling

Het is een uitdaging die ze graag aangaan. Een uitdaging die vraagt om voldoende kennis van zaken. Of het nu gaat om techniek, afzet of teelt, de ondernemer van morgen is graag goed op de hoogte en maakt bewuste keuzes. Sleutelwoorden daarbij zijn uiteraard samenwerken en communicatie. Je kunt niet alles zelf en moet weten waar en hoe je vragen en plannen neerlegt. “We hebben vooral veel informatie nodig”, benadrukt Zwinkels. “Van veredelaar, techniekleverancier tot en met eindgebruiker. Ik wil weten welke nieuwigheden er zijn, wat dat voor mijn bedrijf betekent en hoe de consument daarop reageert. Tegelijkertijd moeten wij actiever bij die consument het verhaal achter ons product verkopen. Ja, werk aan de winkel.”

Samenvatting

Volgens de nieuwe generatie tuinbouwondernemers vraagt de toekomst om een andere vorm van ondernemerschap. De toegenomen omvang van veel bedrijven plus zaken als internationalisering en marktgerichte afzet vragen om meer kennis. Informatie die veelal wordt vergaard buiten de ‘glazen muur’ van de eigen tuin. Aan de toekomst moet je bouwen. Generaties kunnen elkaar daarin goed versterken. Het vaak consoliderende karakter van de ‘vader’ wordt verrijkt door de verbeteringsdrang van zoon of dochter.

Tekst: Jojanneke Rodenburg. Foto’s: Studio G.J. Vlekke.[/edd_restrict]

[/wcm_restrict]

Gerelateerd

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd