Bij kwekerij Greenway in De Lier heeft elke mat niet één draingat, maar twee: voor elke tomatenplant eentje. Een simpele snee extra onderin in de steenwolmat zorgt voor een gelijkmatiger EC en een uniformere verdeling van de elementen in de mat. Erik Volkering, teeltverantwoordelijke bij dit bedrijf doet het al vijf jaar zo. Naar volle tevredenheid. Een seminar op 18 april was gewijd aan dit onderwerp, want deze werkwijze is zeker niet standaard.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
Hal april organiseerden Saint-Gobain Cultilene en Haifa dit seminar in De Kuip in Rotterdam, voor zo’n vijftig telers en voorlichters. Remy Maat, manager application van de substraatfabrikant en Ronald Valke van de meststoffenfabrikant zijn de trekkers van deze nieuwe visie.
Nieuw is eigenlijk niet het goede woord, want ze pleiten hier al jaren voor. Maat zette zeven jaar geleden, toen hij in dienst kwam bij de leverancier, vraagtekens bij het gebruikelijke enkele draingat aan de kopse kant. Het leek hem niet logisch om maar één gat te maken, terwijl er twee, drie of vier planten op elke steenwolmat staan. Maat en Valke raakten jaren geleden over dit onderwerp aan de praat. Zij trekken sindsdien samen op en raden telers aan om ervaring op te doen met meer dan één draingat in de mat.
Evenveel als planten
Hun idee kreeg de afgelopen jaren bijval, maar toch bleven er vragen over. Om hun visie kracht bij te zetten, deden zij het afgelopen jaar berekeningen en onderzoek. Op het seminar in Rotterdam presenteerden ze de uitkomsten daarvan aan de aanwezigen.
Maat schetst eerst de visie: “Elke plant heeft zijn eigen druppelaar. Die moet dezelfde hoeveelheid steenwol verversen. Waarom zou er dan maar één uitgang zijn waar alle overtollige meststoffen uit kunnen? Daarom adviseren wij voor elk blok een eigen draingat te maken onderin de mat. Het aantal gaten moet even groot zijn als het aantal blokken/planten per mat, dus twee, drie, vier of vijf. Dat zorgt voor een gelijkere EC in de mat.”
Eerst berekeningen
Om de visie te onderbouwen met cijfers rekende Ronald Valke van Haifa vorig jaar door wat het effect is van de extra gaten op de verdeling van de elementen in de mat. Hij berekende voor twee situaties – drie planten met één en drie planten met drie draingaten – de concentratie van elementen als natrium en kalium op verschillende delen in de mat. De figuren 1 en 2 laten dat zien.
Bij de situatie met één gat komt een ongewenst element als natrium via de druppelaar bij elke plant. Onder plant 1 is de concentratie natrium het laagst. Bij plant 2 en 3 wordt het natriumgehalte hoger, omdat het restwater die route aflegt naar het afvoerpunt. Dat geeft ongelijkheid. “Bij de situatie met drie gaten heb ik diezelfde berekening gemaakt. Dan zie je dat de elementen stabieler zijn verdeeld over de mat.”
Monsters bij bedrijf
Deze rekenkundige benadering was een eerste stap, meten was de tweede. Bij een tomatenteler in Noord-Holland, waar Maat elke zes weken de EC monitort, nam hij gedurende de teelt drie keer watermonsters uit de matten. Standaard heeft deze teler één draingat aan de kopse kant van de mat. Bij wijze van proef maakte de teler er in een deel van zijn matten drie, voor elke plant één. Maat nam watermonsters van 20 cc bij 15 tot 20 matten in beide situaties. Dat deed hij op vijf plaatsen in de mat. Vervolgens liet hij de monsters uitgebreid analyseren op het gehalte aan onder meer natrium, kalium, calcium, magnesium, silicium, ijzer en borium.
Borium tot 600 mmol
De resultaten kwamen sterk overeen met de eerdere berekeningen. “Bij de matten met drie draingaten is de verdeling van elementen in de mat gelijkmatig, bij de matten met één gat meten we grote verschillen in de mat. Het lineaire patroon klopt precies met de cijfers van Ronald.” Figuur 3 laat zien dat de natriumcijfers oplopen: bij plant 1 is die aanvaardbaar, bij plant 2 een stuk hoger en bij plant 3 nog hoger.
Bij alle elementen zien de adviseurs dezelfde trend. Dat betekent ook dat de concentratie van een element hoger kan zijn dan wat telers nu meten. “Bekijken we het gehalte borium, dan komt die op één plek in de mat zelfs uit op 600 mmol. Bij drie draingaten zit je overal op 150 mmol.”
Gelijkmatiger EC
Het onderzoek bevestigde dus hun stelling: meer draingaten geven meer gelijkheid in de mat. Erik Volkering van Greenway, onderdeel van Prominent, heeft al deze bewijzen niet nodig. Het bedrijf teelt cocktailtrostomaten en stapte vijf jaar geleden op aanraden van Maat al over op een extra gat. Volkering ziet met eigen ogen dat het werkt.
“Wat het ons heeft opgeleverd, is dat de EC en de watergehaltes veel gelijkmatiger zijn. Voor die tijd moesten we stoeien met de watergift om de EC te laten zakken. We hebben daar nu geen last meer van. Je maakt een extra snee en hebt er het hele seizoen plezier van. In overleg met Remy zijn wij daarna overgestapt op kleinere beurten, een hogere gietfrequentie en een ander blok. Die dragen ook bij aan gelijkheid.”
Herverzadigbaar
Hoewel inmiddels een flink aantal klanten is overgestapt op de nieuwe methode, gebeurt het nog lang niet altijd. Wat houdt anderen tegen? “Op de eerste plaats is het gemak. Eén gat snijden is makkelijker dan twee of drie. De tweede reden is dat steenwolmatten vroeger moeilijker herverzadigbaar waren na grote interingspercentages. Bij één draingat blijft je mat natter. Met onze steenwolmatten hoeft een teler echter niet bang te zijn voor onvoldoende herverzadiging bij meerdere gaten”, vertelt Maat.
Valke voegt daaraan toe dat het effect en de voordelen onbekend zijn. De gedachte leeft dat meer gaten meer drain oplevert, maar dat is zeker niet het geval. Het is juist andersom, vertelt Maat: “Ik heb klanten in de belichte tomatenteelt die nu werken met 20% drain, terwijl ze vroeger 40 of 45% drain nodig hadden om de te hoge EC in de mat te verlagen. Met meer gaten kun je makkelijk van de afvalstoffen afkomen en het water eenvoudiger verversen. Het grootste voordeel is meer gelijkheid in de mat, die zorgt voor een gelijkmatiger teelt. Dat is waar elke teler naar streeft.”
Samenvatting
Veel telers kiezen ervoor aan de kopse kant van de steenwolmat één draingat te maken. Op een seminar half april in Rotterdam pleitten twee experts ervoor om evenveel gaten te maken als er planten op de mat staan. Dat zorgt voor meer gelijkheid in de mat. Deze visie onderbouwden zij met onderzoeksresultaten. Telers bevestigen dat deze werkwijze bijdraagt aan een stabielere EC en een gelijkmatiger teelt.
Tekst: Karin van Hoogstraten. Foto’s: Studio G.J. Vlekke.
Gerelateerd
[/wcm_restrict]
