Geroutineerd tikt Joris Mulders, consultant tomaat, tegen de kop van een tomatenplant om te zien of er iets opvliegt. Vervolgens bekijkt hij de bladeren. Ziet hij wittevlieg en zo ja welke? Door dagelijks het gewas te bekijken, is het mogelijk om plagen bijtijds op te sporen. Dat kan een teler of scout niet alleen. Beter is het om de mensen die dagelijks in het gewas werken hierbij te betrekken. Reden voor teeltadviseurs om een training plaagherkenning voor medewerkers te organiseren.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
Het afgelopen jaar was lastig voor veel tomatenbedrijven. Steeds meer bedrijven belichten en het komt nauwelijks meer voor dat alle bedrijven in een gebied leeg zijn. Dat brengt volgens Joris Mulders van Delphy risico’s met zich mee, want jaarrond is er gewas waarin insecten kunnen overleven. Daarbij komt nog dat het klimaat langzaam maar zeker verandert. “Het leidde tot een explosie van beesten, zoals we nog niet eerder hadden.”
Hij onderscheidt daarbij drie belangrijke plagen: de roofwants Nesidiocoris tenuis, het mineermotje Tuta absoluta en de twee wittevliegen die Tomato chlorosis virus (ToCV) overbrengen.
Nesi en Tuta
Nesidiocoris tenuis, ook wel ‘Nesi’ genoemd, is de ‘boze oom’ van de roofwants Macrolophus. Macrolophus zetten we in tegen diverse wittevliegen en Tuta absoluta. In Zuid-Europa wordt ‘Nesi’ al jaren ingezet tegen Tuta absoluta. Bij ons daarentegen is het beestje een probleem. Ze prikken in vruchten en bloemen en bijten om de kop heen, waardoor deze afbreekt bij het indraaien (zie ook Onder Glas april 2018). “Veel telers die ‘Nesi’ hebben gaan de 90 kg dit jaar niet halen.” Niet alle bedrijven zijn al besmet. Maar voor bedrijven die last hebben, is het zaak om het zo snel mogelijk te constateren en er vervolgens dicht bovenop te zitten om de schade te beperken. Het herkennen is lastig volgens de voorlichter, omdat ‘Nesi’ veel lijkt op onze roofwants Macrolophus.
Ook het mineermotje Tuta absoluta is een toenemend probleem in de tomatenteelt. Als voornaamste reden ziet Mulders het feit dat de gebruikte gewasbeschermingsmiddelen minder effectief lijken te zijn. De volwassen mineermotten leggen eitjes op de jonge bladeren. De kleine rupsen die eruit komen vormen een soort gangen in het blad, die er anders uitzien dan die van de mineervlieg. Het is belangrijk om deze insecten vroegtijdig te signaleren zodat we nog effectief het verwarringsferomoon Iso-net in kunnen zetten. Samen met het biologische middel Bacillus thuringiensis kunnen we dan de problemen beperken.
Tomato Chlorosis Virus
Het Tomato chlorosis virus (ToCV) is momenteel een groot probleem in de tomatenteelt. Alleen een ketengerichte aanpak is een optie om het probleem te tackelen. Op 18 juli 2018 is daarvoor een hygiëneprotocol gepubliceerd, op basis van afspraken tussen LTO Glaskracht Nederland, Plantum, GroentenFruit Huis en Groen Agro Control, met een beheersingsstrategie tot eliminatie van ToCV in tomaat.
Het virusbeeld in tomaat begint met onregelmatige gele vlekken op bladeren tussen de nerven. De symptomen ontwikkelen zich eerst onderin de plant en trekken daarna langzaam naar boven. De bladeren kunnen aan de buitenrand opkrullen en bros aan gaan voelen. De vruchten en bloemen vertonen geen duidelijke symptomen. Wel kan de vruchtgrootte en het aantal vruchten kleiner zijn.
Zowel de tabakswittevlieg (Bemisia tabaci) als kaswittevlieg (Trialeurodes vaporariorum) kunnen het virus overbrengen. Maar Bemisia draagt meer virus mee en vertoont bovendien de meeste resistentie tegen gewasbeschermingsmiddelen. Beide soorten onderscheiden zich qua uiterlijk, maar ook qua plaats in de plant. “De kaswittevlieg zit voornamelijk in de kop. Bemisia zit beter verstopt en door de hele plant. Daarbij veroorzaakt tabakswittevlieg ook nog onregelmatige afrijping”, vertelt Mulders.
In het in juli verschenen hygiëneprotocol is een van de genoemde teeltmaatregelen het wekelijks tot dagelijks scouten door een gewasscout en de instructie van alle medewerkers met betrekking tot het herkennen van de wittevlieg.
Training voor medewerkers
De ernst van de drie plagen was de aanleiding voor Mulders en zijn Delphy-collega glastuinbouwtrainer Arlet Dechering om te zoeken naar een oplossing om de beestjes in een vroegtijdig stadium te kunnen ontdekken. “Waarom zou je niet de mensen inschakelen, die toch al rondlopen en dagelijks bezig zijn met gewaswerkzaamheden als indraaien van de toppen en bladplukken, als je er écht dicht bovenop wilt zitten? Zij zien ieder paadje elke week. Als zij de voornaamste plagen kunnen herkennen, beschik je over heel wat extra ogen om haarden op te sporen.”
Wanneer een plaag eerder wordt ontdekt, kan pleksgewijs behandelen voldoende zijn om uitbreiding tegen te gaan. Een rondje spuiten op een bedrijf van 10 ha kost al gauw duizenden euro’s. “We hebben een training ontwikkeld waarbij deze medewerkers leren om de drie belangrijkste plagen te herkennen. Deze bestaat uit twee middagen van twee uur op locatie. Acht is het maximum aantal deelnemers om iedereen persoonlijk te kunnen benaderen”, zegt Dechering.
Teamgevoel
Grotere bedrijven hebben een padregistratiesysteem. Als de werknemers aangeven welke plagen ze op welke plaats hebben gezien, heeft de teler sneller inzicht in waar plagen spelen. “Het is niet de bedoeling dat de medewerkers de rol van de vaste scout overnemen. De scout blijft zelf zijn rondjes maken en gaat kijken op de plekken waar de medewerkers iets hebben gezien”, voegt Mulders toe.
Een bijkomend voordeel is dat er een teamgevoel ontstaat en medewerkers zich meer gewaardeerd voelen wanneer je ze verantwoordelijkheden geeft bij de aanpak van het probleem.
Ook in de opkweek is er met het oog op ToCV een strengere aanpak. Deze bestaat voornamelijk uit strenge hygiëneregels om te kunnen waarborgen dat de jonge planten schoon naar de telers gaan. Mulders vindt dat het ook hier belangrijk is om beter te scouten en dat extra scholing van de medewerkers toegevoegde waarde heeft.
Nieuwe doelgroep
In de glastuinbouw werken veel buitenlandse werknemers, voornamelijk uit Polen. Om te voorkomen dat een taalbarrière problemen veroorzaakt heeft Dechering Agata Wolters van Language Switch betrokken bij de cursussen. Zij gaat de vertaling verzorgen. “Zij is niet alleen gespecialiseerd in taaltrainingen, maar breder. Zij geeft onder andere trainingen op het gebied van management en het instrueren van personeel. Bovendien voelt ze cultuurverschillen goed aan”, vertelt Dechering, die blij is met de samenwerking. “Trainingen die gericht zijn op een bepaalde doelgroep, in dit geval Poolse werknemers, is nog helemaal nieuw.”
De cursus start ‘per direct’ op. “We richten ons op belichtende tomatentelers die nu nog een jong gewas hebben staan en op niet-belichtende telers, die binnenkort hun teelt wisselen”, besluiten Dechering en Mulders.
Samenvatting
Het afgelopen jaar was lastig voor veel tomatenbedrijven. Nesidiocoris, Tuta en het Tomato chlorosis virus dat wordt verspreid door kas- en tabakswittevlieg zorgen voor grote problemen. Arlet Dechering en Joris Mulders hebben een training voor gewasmedewerkers ontwikkeld om de voornaamste plagen te kunnen herkennen tijdens hun werkzaamheden in het gewas. Daarmee zijn ze de extra ‘ogen’ om plagen vroegtijdig op te kunnen sporen. Bijzonder is dat deze training mede is gericht op een aparte doelgroep, de buitenlandse werknemers.
Tekst: Marleen Arkesteijn.
Beeld: Joris Mulders, Koppert en Marleen Arkesteijn.
[/wcm_restrict]
