Voor telers die vooruit kijken

Hoe om te gaan met de toename van meetgegevens uit de kas?

‘Van situatie met te weinig metingen naar overmaat’
291 0
Hoe om te gaan met de toename van meetgegevens uit de kas?

Er valt steeds meer te meten in de kas en regelmatig valt de term datagestuurd telen. Niets nieuws eigenlijk, want iedereen stuurt al op basis van metingen. Maar wat wel sterk verandert, is de grote hoeveelheid data. Daar moet iets mee: datasets zonder onderlinge samenhang vergroten eerder de verwarring dan het inzicht. Nieuwe initiatieven springen op de situatie in.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
Met een smakelijke lach vertelt onderzoeker Jan Voogt wanneer hij voor het eerst de term ‘datagestuurd telen’ tegenkwam. “Dat moet rond 1980 geweest zijn toen de eerste klimaatcomputers opkwamen. Bij het toenmalige proefstation PBG zag men meteen de potentie. Je kon de verzamelde klimaatgegevens analyseren en onderling uitwisselen. Als teler kon je zo leren van je eigen data en die van anderen.”

Uit dat idee is uiteindelijk in 2000 LetsGrow voortgekomen, het eerste centrale platform met tools voor presentatie van gegevens, analyse van verbanden en de mogelijkheid om onderling te vergelijken. Dat gaat over alle merken klimaatcomputers en sensoren heen. Ook kunnen gebruikers analyses op maat laten maken, bijvoorbeeld van de efficiëntie van de lichtbenutting of het verband tussen CO2-regime en productie.

Google en Facebook

Nu lijkt het erop dat we toe zijn aan een nieuwe stap: die van de ‘big data’. Het is een samenspel tussen de opkomst van nieuwe meetinstrumenten en sensoren en de software om grote hoeveelheden data te analyseren met geavanceerde technieken, zoals machine learning (het systeem leert steeds bij).

Dit is een ontwikkeling waar de tuinbouw natuurlijk niet alleen in staat. Analyse van big data is big business. Overal wordt gewerkt aan verbetering van de technieken, door megabedrijven als Google en Facebook en net zo goed door startups die zich op een specifieke markt richten. Er komen nieuwe bedrijven die met belangstelling naar de tuinbouw kijken en bekende namen werken aan uitbreiding van hun diensten. Dat gebeurt nu al en in de zeer nabije toekomst waarschijnlijk nog veel meer.

Wie is eigenaar van de data?

Aat Dijkshoorn is als projectleider Het Nieuwe Telen bij Kas als Energiebron betrokken bij initiatieven om meer te monitoren en te analyseren. Hij kijkt met een helikopterview naar de ontwikkelingen. “We gaan in feite van een situatie met te weinig metingen om goed te kunnen sturen naar eentje met heel veel metingen. Vroeger werd de klimaatcomputer gevoed met erg weinig input. Nu komen er steeds meer soorten sensoren. Dat is ondersteunend voor HNT, maar je ziet ook dat we nog in een experimenteel stadium zitten.”

De datastroom moet immers tot meer begrip leiden en niet tot meer verwarring, zegt hij. “Dat stelt hoge eisen aan de analysetools. Traditioneel wordt de computer gevoed met klimaatgegevens, maar we gaan ook naar plantmonitoring. Dat geeft heel nieuwe uitdagingen. Daarbij zou overigens een goede praktische fotosynthesemeter een welkome aanvulling zijn. Maar je ziet nu al dat elke nieuwe stap heel veel nieuwe vragen oproept. Als de fotosynthese beter verloopt, waar gaan die extra suikers dan naar toe? Hoe stuur je dat? Welk effect heeft dat op de structuuropbouw bij siergewassen? Enzovoorts.”

Daarnaast stelt hij de vraag die inmiddels in de hele maatschappij speelt: “Als je de gegevens via centrale platforms analyseert, wie is dan de eigenaar van de data? Daar moeten goede afspraken over komen.”

Koppelen, analyse, uitwisselen

ICT-bedrijf 30MHz heeft expliciet de ambitie om hét centrale platform voor de agrarische sector te worden. Het bedrijf startte met projecten voor GGZ, Schiphol en Havenbedrijf Amsterdam, tot het – nog geen jaar geleden – besloot zich volledig te concentreren op de agrarische sector. Het biedt eigen sensoren (bijvoorbeeld voor metingen van microklimaat, bodemvocht, lichtsterkte), maar vooral een methode om verschillende databronnen te integreren en deze data te analyseren en te visualiseren op een dashboard.

Waarom een centraal platform? “Er is nu geen centraal systeem dat alles aankan: data uit verschillende meetinstrumenten van verschillende fabrikanten. Je ziet daarom bij geavanceerde tuinbouwbedrijven vier of vijf beeldschermen naast elkaar openstaan, terwijl ze ook nog Excel-sheets gebruiken. Wij kunnen dat oplossen in een centraal systeem”, vertelt marketingstrateeg Niels Lauwers. Dat systeem zorgt dan voor koppeling van de data, analyse en uitwisseling van kennis: telers en adviseurs kunnen reacties achterlaten en foto’s uploaden, waarmee dit deel van het systeem een social medium wordt.

Beter samen dan concurreren

Koppeling van gegevens gaat niet zomaar, ieder systeem praat op zijn eigen manier. 30MHz zoekt daarom samenwerking met bedrijven als Sercom en Priva. “In theorie maakt het niet meer uit welke computertaal ze gebruiken, maar het duurt even voordat de vertaalslag is gemaakt, soms drie weken, soms negen maanden. Maar we sluiten geen enkel systeem uit.”

En waarom moeten de analyses centraal plaatsvinden en niet op de eigen bedrijfscomputer? “De hoeveelheid data neemt snel toe en op termijn zul je nog veel meer datapunten in je kas krijgen. Dan zit je snel aan de limiet van je rekenkracht. Als je het gemiddelde over veertig datapunten moet berekenen, staat een lokale computer echt te puffen. In de cloud gaat dat veel sneller. En dat geldt zeker wanneer je factoren aan elkaar gaat koppelen: VPD, vochttekort, verschil lucht- en planttemperatuur, EC, lichtsom, temperatuursom, enzovoorts. Je kunt veel meer uit de meetgegevens halen dan je nu doet, mits je de rekenkracht en de goede algoritmes hebt”, geeft Lauwers aan.

Zijn bedrijf is gericht op de samenwerking, zegt hij. Deels is dat noodzaak: “We hebben helemaal geen plantkundige kennis; dus we baseren ons product op inzichten en wensen”, zegt hij. Deels omdat hij denkt dat de ICT-kennis van zijn bedrijf een toegevoegde waarde is voor anderen. “Je ziet nu dat fabrikanten van sensoren geneigd zijn hun eigen analysetool te maken. Dat leidt tot allerlei tools naast elkaar. Dan kun je beter samenwerken.”

Meten is weten

Van Egmond Matricaria in Bleiswijk gebruikt sinds een jaar op één teeltlocatie de bodemvocht- en pointed microklimaatsensoren van 30MHz. “We telen in de grond, dus je ziet niet meteen hoe nat of droog het is. Mijn vader en ooms geven water op grond van jarenlange ervaring. Ik ben met de sensoren gaan onderzoeken hoe ze gieten en welke data daarbij horen. Wat doet een grote of een kleine beurt? Daar komt bij dat je vanwege de zuiveringsplicht minder drainagewater wilt. We zijn mede door de dataverzameling iets droger gaan telen”, vertelt Job van Egmond.

Het dashboardsysteem geeft geen adviezen en je moet leren hoe je de gemeten waarden moet interpreteren, is zijn ervaring. De microklimaatsensoren meten gewas- en luchttemperatuur en vochtigheid. Daarmee kan bijvoorbeeld het dampdrukverschil (VPD) worden bepaald om op grond daarvan beslissingen over luchten of schermen te kunnen nemen.

“In matricaria is nog veel minder bekend over teeltsturing dan in bijvoorbeeld chrysant. Door de verzameling van meetgegevens vergroot je je kennis”, vertelt hij. De koppeling met de Priva-klimaatcomputer is nog niet gerealiseerd; hij moet nog op verschillende schermen kijken. “Ik zie het aantal sensoren in de kas wel toenemen; daarvoor moeten ze wel eerst goedkoper worden. Datagestuurd telen komt dichterbij. Voor gangbare teeltsituaties kun je daar wel op varen, maar bij extreme gevallen zal je toch als teler altijd zelf moeten bijsturen”, denkt hij.

Gefundeerde beslissingen

Grodan, van oorsprong steenwolleverancier, werkt momenteel hard aan de realisatie van een digitaal platform, in nauwe samenspraak met een groep van telers in binnen- en buitenland. “Telers moeten elke dag complexe beslissingen nemen. Die bepalen niet alleen hun eigen bedrijfsresultaat, maar ook de planning in de keten en de beschikbaarheid van gezond en duurzaam voedsel voor de consument. Wij gaan de teler helpen die beslissingen beter gefundeerd te nemen”, vertelt Vincent Deenen, directeur marketing van Grodan. “Het systeem geeft adviezen op grond van data van allerlei sensoren in de kas, overzichtelijk gepresenteerd op een dashboard.”

Zijn bedrijf heeft enige jaren geleden met de GroSens zelf een sensor ontwikkeld, gevolgd door adviezen via de app e-Gro. Deenen ziet het platform als een volgende, flinke stap op dit pad: advies op grond van meetdata, niet alleen van de eigen sensor, maar alle meetapparatuur in de kas. “We gebruiken zelflerende algoritmes: in het begin is het startpunt voor iedereen hetzelfde, maar het systeem leert bij van ervaringen zodat de adviezen steeds beter worden toegespitst op het bedrijf. Heel anders dan we nu doen: advies per e-mail”, vertelt hij.

Meerdere partijen

Voor de ontwikkeling van de software werkt het bedrijf samen met een partner. “Wij hebben geen historie op IT-gebied en dat is in dit geval een voordeel; we worden niet belemmerd door bestaande systemen en kunnen ons zonder voorbehoud naar de wensen van de betrokken telers voegen”, zegt hij. “Inmiddels bereiden we ons voor om zelf verder door te pakken. Daarvoor wordt een heel software development team opgericht, zodat we snel kunnen inspelen op de wensen van de telers.”

Deenen is zich ervan bewust dat meerdere partijen werken aan digitale platforms. “Concurrentie is alleen maar goed, dat de beste mag winnen. Ik geloof niet dat er op termijn twintig platforms naast elkaar zullen functioneren. Net als bij mobiele telefoons zullen er hoogstens twee overblijven. En onze ambitie is om daar bij te zijn”, zegt hij.

Infrastructuur vormgeven

Jan Voogt roept partijen op de samenwerking met LetsGrow aan te gaan. “Wij werken al bijna twintig jaar samen met alle partijen die daarvoor open staan, zodat zij zich kunnen concentreren op hun eigen meerwaarde voor de teler. Zij laten het verzamelen van data aan ons over. Wij hebben daarvoor een goed functionerende infrastructuur en die bouw je niet zomaar op. Extra data aanleveren oké, andere analyses oké, maar een tweede of derde platform? We koppelen met iedereen als er een business case te maken valt. Nu al worden analysemodellen en –tools van andere bedrijven automatisch ontsloten.”

Hij stelt dat een monopoliepositie geen doelstelling is, maar wel een infrastructuur vormgeven waar de tuinbouw wereldwijd baat bij heeft. “Dat is nog helemaal niet zo simpel; je moet over een grote domeinkennis van plantgroei, klimaat én modellen beschikken. Ter vergelijking: autofabrikanten concentreren zich op ontwikkeling en verkoop van nieuwe auto’s, maar proberen geen eigen wegennet aan te leggen. Voor eindgebruikers is het een beperking als ze data op verschillende platforms met elkaar moeten combineren. Dat leidt uiteindelijk tot hogere kosten omdat de kosten van elk van die platforms over minder gebruikers worden uitgesmeerd.”

Samenvatting

Sensoren in de kas produceren steeds meer data. Zoveel dat die ‘big data’ nieuwe manieren van verwerken en analyseren behoeven. Alleen dan vergroten ze het inzicht en niet de verwarring. Centrale digitale platforms kunnen daarbij helpen. Drie mogelijkheden komen ter sprake, zowel bestaande als nieuwe initiatieven. Matricariateler Job van Egmond vertelt over zijn ervaringen. Hij stelt dat datagestuurd telen dichterbij komt. Zeker op het moment dat sensoren goedkoper worden.

Tekst: Tijs Kierkels.
Beeld: Wilma Slegers en Studio G.J. Vlekke.





[/wcm_restrict]

Gerelateerd

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd