Bij de teelt van groene paprika’s moet je extra alert zijn op wisselende teeltomstandigheden. Een gelijkmatige EC en beheersing van de pH zijn voorwaarden voor uniforme groei en productie. Ophoping van zout is daarbij een echte stoorzender. Een actueel onderwerp, aangezien onbeperkt lozen er niet meer bij is.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
In de bedrijfsruimte klinkt het regelmatige geluid van de sorteermachine, waar de oogst van de dag wordt verwerkt. Sinds jaar en dag is kwekerij Van den Bosch volledig gespecialiseerd in de teelt van groene paprika’s. Jaco en zijn zoon Wouter vinden dat een mooie tak van sport. Zij zijn leverancier van de kleur groen in het ‘stoplicht’ van hun telersvereniging.
Vergeleken met andere kleuren is het gewas iets moeilijker te sturen. De plantbelasting wisselt wat meer dan van planten waarvan de vruchten nog weken moeten doorkleuren. “Het betekent dat we in de teelt iets sneller moeten kunnen schakelen”, legt Wouter van den Bosch uit. “En we moeten de plant beheerst laten groeien.”
Remy Maat van Cultilene en Marco Molenaar van Haifa zijn aanwezig om de bemestingsstrategie met hem door te nemen. Vooral het vermijden van te hoge natriumgehaltes is het onderwerp van het gesprek.
Meerdere draingaten
In de kas staat het gewas met steenwolmat direct op de grond. Wel hebben vader en zoon een klein deel goten op een plek waar de grond erg nat is. Goten hebben volgens hen wel voordelen, omdat het gunstig is voor de uniformiteit in de mat. Ze hebben echter nog niet het besluit genomen om dat op het hele bedrijf door te trekken.
Dit seizoen kozen zij voor de Reaxxion mat, een wat drogere mat, die helpt om de plantbalans in de richting van generatieve groei te sturen. Dit past dus goed bij de teeltstrategie. Op iedere mat staan drie planten. Tussen de planten in zijn voor het planten twee draingaten in de zijkant van de mat gemaakt. Op de, in vergelijking met goten, iets golvende ondergrond is dat voldoende, is hun ervaring. Normaal gesproken zou je tussen alle druppelaars een draingat maken. In het systeem bij Van den Bosch is het voldoende om met twee draingaten te werken.
Ophoping zout
Substraatspecialist Maat vertelt zijn bevindingen met één of meerdere draingaten per mat. “In de praktijk zie je toch nog regelmatig dat telers voor één draingat per mat kiezen. Dat doen zij bijvoorbeeld omdat de mat daardoor een hoger watergehalte blijft houden.” Of dat opweegt tegen de nadelen wordt wel eens onderschat.
“Wij zien dat zout zich ophoopt in de steenwol als het voedingswater maar op één plaats de mat verlaat”, legt Maat uit. Die ophoping vindt met name plaats in de hoeken van de mat en tussen de druppelaars. Het gevolg daarvan is dat er verschillen in EC ontstaan, die kunnen oplopen tot twee EC-punten (zie illustratie).
Wortels vormen zich voornamelijk op die plaatsen waar de EC het laagst is. Een ongelijke EC op meerdere plaatsen in de mat zorgt er voor dat wortels zich niet goed door de mat verdelen. “Wij hanteren daarom de regel dat elke druppelaar dezelfde hoeveelheid steenwol moet verversen. Dus bij drie druppelaars horen ook drie draingaten. Overtollige zouten kunnen dan makkelijk de mat verlaten.” In matten met meerdere draingaten is de EC veel gelijkmatiger.
Recirculeren zonder lozen
Door de zuiveringsplicht is de discussie over zoutophoping erg actueel. Van den Bosch recirculeert al jaren en past UV-ontsmetting toe. Hij heeft goed uitgangswater, namelijk regenwater en water afkomstig van omgekeerde osmose. In het verleden moest hij alleen wel eens lozen vanwege de schoonmaakmiddelen tijdens de teeltwisseling. Dat kan straks niet meer. Daarom heeft hij overleg gehad met collega’s in hetzelfde gebied, maar kwam tot de conclusie dat de aanschaf van een eigen installatie nog de beste optie is. “Onze installatie is inmiddels aan vervanging toe. We denken aan een combinatie van UV en waterstofperoxide.”
“Goed uitgangswater is de eerste vereiste om natriumophoping te vermijden. Toch zie je het natriumgehalte door het seizoen stijgen en dat belemmert de calciumopname”, weet meststoffenspecialist Molenaar. “Daarom moet je proberen om met meststoffen te werken die zo min mogelijk natrium bevatten.
Hij wijst daarbij op een alternatief voor standaard kalisalpeter. “Voor recirculatie bevelen wij Multi-K Reci aan, die het laagste natriumgehalte heeft.” Ook waarschuwt hij voor ijzerchelaat, dat natrium kan bevatten. Door DTPA 3% te vervangen voor natriumvrij DTPA 6% is weer een natriumbron uitgeschakeld. Alle beetjes helpen.
pH beheersen
Niet alleen de ophoping van natrium is actueel, ook het optimaliseren van het bemestingsschema hoort daarbij. Van den Bosch gebruikt een combinatie van voornamelijk vaste en enkele vloeibare meststoffen. Kalksalpeter gebruikt hij in vloeibare vorm, omdat het goedkoper is. Bijkomend voordeel is dat deze meststof geen ammonium bevat. Om de pH te beheersen voegt hij ammoniumnitraat en ureum toe. “Ik zie het liefst een pH van 6,5”, zegt hij.
“Als de pH structureel naar 7 oploopt, dan vermindert de opname van fosfaat, ijzer en mangaan”, legt Molenaar uit. “Ammonium wordt nogal eens in verband gebracht met neusrot, maar het is niet direct de veroorzaker. Die ligt vermoedelijk in een onbalans in de kalium-calcium verhouding in combinatie met klimaat.”
Evenwichtig voedingsschema
Voedingselementen kunnen wel aanwezig zijn, maar zijn niet altijd optimaal beschikbaar. Een belangrijk element als fosfaat kan bij een te hoge pH onder andere reageren met calcium. Die reactie kan zo sterk zijn dat zoutkristallen zich ophopen aan de zijkanten van de mat. Daar waar verhoogde EC-concentraties aanwezig zijn zullen plantenwortels minder actief zijn. Het gevolg is een onbalans van nutriënten in de mat. “We streven naar een gelijkmatige EC in de mat om gebreksverschijnselen en onregelmatige groei te voorkomen”, vindt Van den Bosch, die iedere veertien dagen laat bemonsteren.
Volgens Molenaar kun je voor een evenwichtig voedingsschema beter meststoffen kiezen op basis van een polyfosfaat in plaats van orthofosfaat. Deze meststoffen, waaronder Vitaphos-K, nemen neergeslagen zouten mee terug in de oplossing, zodat ze weer beschikbaar zijn. “Ze hebben de eigenschap om mineralen te binden en vallen pas langzaam uiteen als zij het wortelmilieu hebben bereikt.”
Uiteindelijk is het doel om alle elementen optimaal beschikbaar te krijgen voor de plant. Dat is soms lastig, maar zeker te doen. “Gelijkheid is voor ons het meest belangrijk, want dat geeft uniformiteit”, besluit Wouter van den Bosch.
Samenvatting
Meerdere draingaten per steenwolmat zorgen er voor dat zouten zich niet ophopen in de hoeken van de mat. Door daarbij de juiste meststoffen te kiezen hoeft natrium geen probleem te worden. Beheersing van de pH draagt bij aan een betere opname van voedingselementen. Uiteindelijk geeft dat een uniforme groei en productie.
Tekst en foto’s: Pieternel van Velden.
[/wcm_restrict]
