Chrysantentelers zijn redelijk positief gestemd over de tripsbestrijding. Na jaren van hoge plaagdruk hebben telers de geïntegreerde bestrijding beter in de vingers. Dankzij nauwkeurige scouting, een goede roofmijt, bijvoeding en biologische gewasbeschermingsmiddelen. Natuurlijk is er niet één aanpak die voor elk bedrijf werkt. Chemische middelen blijven daarnaast onmisbaar als achtervang. Telers en leveranciers schetsen de laatste ontwikkelingen.[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
Even een tripsje voor de fotograaf van dit artikel vinden, dat valt niet mee. Het is half mei zoeken naar een exemplaar op de vangplaten bij het 38.000 m2 grote jaarrond chrysantenbedrijf Kamuro Flowers van Frank, Rick en Arthur van Zeijl in Hoek van Holland. Dat is héél goed nieuws.
Zeker als je je realiseert dat de chrysantensector lastige jaren achter de rug heeft. Door de verminderde inzet van chemie stak trips overal de kop op. Die vormde een ware bedreiging voor de teelt. Frank van Zeijl: “Vorig jaar rond dit tijdstip zaten er wel dertig op elke vangplaat. Dit jaar is dat anders. Deels door het weer, want het is tot en met april nog niet een lange periode achter elkaar warm geweest.”
Nauwkeuriger scouten
Dat is niet het hele verhaal. In de gewasbescherming hebben de broers Van Zeijl andere keuzes gemaakt, vooral nauwkeuriger scouten. Sinds 2016 is hun bedrijf, dat onder andere de pluischrysanten Anastasia, Astroid en Siberia teelt, aangesloten bij Zentoo. Het kwaliteitsmerk garandeert 100% vrij te zijn beestjes. Om dit waar te maken, is een strak protocol opgesteld voor scouting en bestrijding van trips. Bij ieder bedrijf is sinds vorig jaar één persoon verantwoordelijk om dit protocol te monitoren.
“Scouting is nu belangrijker dan voorheen. Van Iperen doet dat voor ons. Zij controleren niet alleen vangplaten, maar lopen tevens door het gewas. Want hoe eerder je een haard ontdekt, hoe beter. Wij spuiten verder wekelijks NeemAzal-T/S of Azatin, middelen van natuurlijke oorsprong. Die gaan goed samen met phytoseiulus persimilis, die we tegen spint inzetten. De roofmijt transeius montdorensis passen we niet toe, omdat we regelmatig last hebben van wantsen. De biologische middelen werken daar namelijk ook tegen.”
Productie opgeschaald
Veel collega-bedrijven kiezen dit jaar wel voor deze ‘nieuwe’ roofmijt tegen trips. Royal Brinkman (met partner Agrobio) was twee, drie jaar geleden de eerste leverancier die bij chrysantentelers uit de Bommelerwaard met montdorensis goede resultaten in de tripsbestrijding boekte, waarna ook Koppert en Van Iperen (met partner Bioline) de productie van deze natuurlijke bestrijder opschroefden.
Teler Michel Grootscholten uit Monster, die op 11 ha chrysanten teelt, kiest sinds 1 januari bij de tripsbestrijding voor deze roofmijt. “Hij is er al langer, maar ik vond ‘m vroeger niet te betalen. Een paar collega’s kwamen met montdorensis heel goed de zomer door. Alle drie de leveranciers hebben toen de productie ervan opgeschaald. Daardoor is de prijs gelukkig naar beneden gegaan. Of de inzet bij mij goed uitpakt, weet ik nog niet. Trips is nu onder controle, maar andere plagen grijpen hun kans, bijvoorbeeld rupsen en slakken. Daarom zet ik vanaf half mei NeemAzal-T/S en het bacteriepreparaat Turex in, biologische middelen die passen binnen het biologische systeem. Waterdicht is het helaas nog niet. Het is belangrijk dat wij telers, maar ook leveranciers kennis uitwisselen.”
Data verzamelen
Uitwisseling van kennis gebeurt al, maar vooral tussen groepen telers. Zo coördineert Van Iperen voor alle bedrijven van Zentoo de gewasbescherming, maar doet meer dan dat. Het hele jaar door verzamelt adviseur Richard van Spronsen data op de aangesloten bedrijven – bijvoorbeeld door takspoelingen – en vergelijkt hij de geboekte resultaten.
Van Spronsen: “Natuurlijk is elk bedrijf en elk seizoen anders, maar we bouwen zo een database op met gegevens. Eén ideale strategie is er nog niet. Binnen Zentoo bestrijdt een deel van de telers trips met transeius montdorensis, een deel gebruikt onze vernieuwde bugline met amblyseius cucumeris en de broers Van Zeijl zetten alleen biologische middelen in. Of de roofmijten worden bijgevoerd met voermijten, verschilt van bedrijf tot bedrijf. Daar zijn veel vragen over, maar mijn indruk is dat het effectief is. We blijven samen met de telers volgen welke geïntegreerde oplossing het beste werkt. Zeker is dat correctiemiddelen – biologisch of chemisch – nog steeds onmisbaar zijn.”
Middelen van biologische oorsprong
Dat kan Daniel Cornelisse, adviseur bij gewasbeschermingsmiddelenfabrikant Nufarm beamen. “Telers kiezen vooral voor chemie om schoon te starten of sierteeltproducten insectenvrij af te leveren. Breedwerkende chemische middelen zijn en komen er steeds minder. We blijven lobbyen voor selectieve chemische middelen, want het is belangrijk dat telers brandjes kunnen blussen. Zo is Nocturn (pyridalyl), een selectief insecticide voor de bestrijding van trips, vorig jaar toegelaten in de chrysantenteelt.”
Hij vertelt dat de focus van deze fabrikant ligt op gewasbeschermingsmiddelen van natuurlijke oorsprong (GNO’s). “We investeren in middelen die passen binnen de geïntegreerde bestrijding. Zoals NeemAzal-T/S, dat een extract is van de Neemboom en Dipel DF, een bacteriepreparaat. Wij dragen in de chrysantenteelt graag bij aan een robuust systeem voor geïntegreerde teelt.”
Diezelfde boodschap geeft ook Lianne van Wijk af, technisch adviseur bij fabrikant Certis. “Het combineren van natuurlijke vijanden met biologische middelen maakt het systeem sterk. Zeker omdat die middelen die telers noemen – Azatin en Turex, maar ook BotaniGard – ook andere insecten dan trips bestrijden. We blijven zoeken naar middelen die passen in dit systeem. Zo is pas NEMguard toegelaten, een biologisch middel tegen aaltjes. Natuurlijk blijven chemische correctiemiddelen als Winner onmisbaar.”
Samenvatting
Trips was de laatste jaren een groot probleem in de chrysanten. Telers krijgen de plaag steeds beter onder controle. Op de eerste plaats omdat ze veel nauwkeuriger scouten, maar ook omdat de inzet van roofmijten op veel bedrijven voor een succesvolle bestrijding zorgt. Biologische middelen zijn een onmisbare schakel in deze geïntegreerde aanpak. Het is van belang dat leveranciers en telers gezamenlijk kennis blijven ontwikkelen en delen.
Tekst: Karin van Hoogstraten. Foto’s: Studio G.J. Vlekke, Jan van Staalduinen en Marleen Arkesteijn.
[/wcm_restrict]
