Voor telers die vooruit kijken

Door zaadteelt en LED duurzame aardbeienteelt binnen handbereik

Tijd rijp voor smaakaardbeien uit zaad?
298 0
Door zaadteelt en LED duurzame aardbeienteelt binnen handbereik
Even buiten Andijk ligt Holland Strawberry House: een opvallend bedrijfspand in Kaaps-Hollandse stijl. Hier legt een aardbeienveredelingsbedrijf zich toe op de veredeling van aardbeien uit zaad en komen bezoekers uit de hele wereld langs om de nieuwe rassen te bekijken. Het bedrijf is sterk in de sierteeltsector, maar heeft als speerpunt de voedingstuinbouw. De tijd voor rassen uit zaad is rijp nu de vraag naar duurzaam geteelde aardbeien duidelijk op de agenda staat.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
Gé Bentvelsen, veredelaar en directeur van het aardbeienveredelingsbedrijf ABZ Seeds vertelt over de mogelijkheden van F1-aardbeienrassen uit zaad. Er staat uitnodigend een schaaltje met aardbeien klaar om zijn verhaal over de smaakvolle, zoete Delizzimo’s te ondersteunen. Buiten ligt 6,5 ha proefveld met een kas van 2.000 m2 en een veld van 1.800 m2 voor stellingenteelt.

’s Winters zijn er vooral binnenactiviteiten. In het showgedeelte van de proefkas staat het lopende tuinplantenassortiment opgeplant, dat onder andere rond de Spring Trials van 30 april tot 3 mei te zien zal zijn. Prachtige aardbeienplanten met bloemen in een scala aan rozetinten van wit tot en met diep roze. Ze zijn enkelbloemig of gevuld als kleine roosjes en in kleinere of grotere potten opgeplant, afhankelijk van het gekozen marktsegment. Ook zijn er proefgoten te zien, met daarin plantenrassen en -nummers die bestemd zijn voor de aardbeienteelt.

Drie marktsegmenten

De aardbeienveredelaar startte zijn carrière in 1984 bij de Zaadunie als veredelaar van bloemzaden. Samen met compagnon Jasper Veldhuijzen van Zanten richtte hij in 1993 een veredelingsbedrijf op dat zich volledig toelegt op de ontwikkeling van F1-hybride aardbeirassen uit zaad. Zij namen het in 1976 gestarte, lopende veredelingsprogramma van de Zaadunie mee. “In de afgelopen 26 jaar hebben we meer dan 25 rassen geïntroduceerd. We exporteren zaden naar 35 landen, verdeeld over zes continenten.”

Het bedrijf richt zich op drie marktsegmenten: de verse markt, de tuinplantenmarkt en de kleinverpakking ofwel zakjes zaad waarmee consumenten hun eigen aardbeienplanten kunnen zaaien. “De marktsegmenten hebben ieder eigen veredelingsprogramma’s, hoewel er van oorsprong overeenkomsten zijn. Het ras ‘Elan’ bijvoorbeeld was een ras ontwikkeld voor de productieteelt, maar wordt nu vooral gebruikt als plant voor in een hanging basket.”

Voordelen aardbeien uit zaad

Bentvelsen kan enthousiast vertellen over de voordelen van aardbeien uit zaad in vergelijking met de gangbare aardbeienteelten uit stek. “Wij gaan uit van een grootvruchtig gewas – Fragaria x ananassa. Onze rassen zijn daglengteneutraal. Dat betekent dat het doordragers zijn”, vertelt de veredelaar.

Op de eerste plaats is er een groot voordeel qua opkweek. “De opkweek van planten uit stek neemt meer dan een jaar in beslag. Ze worden in de koelcel opgeslagen in kuubskisten en daarna gaan ze pas naar de teler. Dat betekent bijvoorbeeld dat de stekken die in maart van het ene jaar als moerplant worden geplant, pas vanaf oktober van het jaar erop hun eerste oogst hebben. In ons geval begint de plantenkweker met zaad. Na drie maanden zijn de planten groot genoeg. Na een maand kan de aardbeienteler ervan plukken.”

Kruisbesmetting voorkomen

Een tweede voordeel is dat het plantmateriaal schoon en betrouwbaar is. “De zaadproductie vindt in Nederland plaats, onder glas en onder toezicht van Naktuinbouw qua bedrijfshygiëne. De plantenopkweek gebeurt bij bestaande groenteplantenkwekers en is ook goed op steenwol mogelijk. Zij hebben zaai-apparatuur, een hoog hygiëneniveau en géén materiaal uit stek zodat we eventuele kruisbesmetting voorkomen.”

Niet voor niets is er een link met het onderzoeksproject Groene Gewasbescherming (zie ook Onder Glas, september 2018), waarbij nieuwe duurzame teeltsystemen worden ontwikkeld voor verschillende teelten, waaronder aardbei. “De hygiëne, de korte teeltcyclus in combinatie met de opkweek op steenwol maken een meer duurzame aardbeienopkweek mogelijk”, vat Bentvelsen samen. Hij zit in de klankbordgroep bij dit project.

Ondersteunend onderzoek

Het bedrijf richt zich bij de veredeling op rassen met grote vruchten, die goed smaken in combinatie met een goede opbrengst. De Delizzimo is op dit moment het boegbeeld: donkerrood, zoet-aromatisch met een brix van 9-12. Bij Proeftuin Zwaagdijk laat Bentvelsen al zeker tien jaar rassenonderzoek doen, waarbij het vruchtgewicht, de productie en smaak belangrijke aandachtspunten zijn. De smaaktesten gebeuren bij Wageningen University & Research in Bleiswijk.

“We willen onder andere aantonen dat er een robuust teeltsysteem mogelijk is in de belichte winterteelt en goede teeltprotocollen ontwikkelen voor de verschillende teeltomstandigheden. Ons advies is dat de hele teelt onder een minimale daglengte van 14 uur plaatsvindt, maar liever nog met 16 tot 18 uur licht. In Zwaagdijk bereiken we dit op twee manieren: met stuurlicht en groeilicht. De laatste bestaat uit een hybride belichting van SON-T (80 micromol) en LED (120 micromol) met rood/blauw licht in de verhouding 95 en 5%.”

Door een combinatie met LED wordt de teelt nog duurzamer. Qua productie zijn in de loop der jaren belangrijke stappen gemaakt. Deze ligt nu op 10 kg/m2.

Ook test hij nieuwe kandidaatrassen voor het label Delizzimo. De aardbeienveredelaar kan zich daarnaast voorstellen dat er een segmentatie van de markt mogelijk is met ruimte voor aardbeien die nog bijna even lekker zijn, maar ook een hogere productie hebben en in grote hoeveelheden via een private label kunnen worden verkocht.

Verschuiving in de aardbeienteelt

Bentvelsen schat het areaal aardbei onder glas en/of tunnels op dit moment op 450 ha. Daarvan is 30 ha belicht. Dat is minder dan 10%. In de tomatenteelt is het belichte areaal 40%.

Hij ziet een verschuiving van vollegrond naar stellingenteelt en van stellingenteelt naar glasteelt. “Meestal gaat het ’s winters in een onbelichte doorteelt om eenmaal dragende rassen met twee productiepieken in oktober en april. De tussenliggende periode kan in principe worden ingevuld met belichte teelt. Nu nog kiezen telers voor eenmaal dragende rassen, synchroon in meerdere teelten. Hier liggen duidelijk kansen voor doordragende rassen die de gehele winterperiode in productie blijven.”

Dit speelt in op de trend dat aardbeientelers in de kas willen telen om jaarrond goede aardbeien te kunnen oogsten. Op deze manier willen zij de Spaanse aardbeien, die wel goed tegen transport zijn bestand maar de consument teleurstellen, uit de schappen verdringen.

Wel of niet

Op dit moment wordt de teelt van aardbeien uit zaad niet tot nauwelijks in de praktijk opgepakt. Een van de redenen is dat de teelt uit stek en zaad slecht te combineren zijn binnen een bedrijf. Dit werpt een drempel op voor telers die voorzichtig met een hoekje willen starten. Verder gebeurt de opkweek van het plantmateriaal uit zaad bij groenteplantenkwekers onder geconditioneerde omstandigheden en niet bij de traditionele aardbeienplantenkwekers.

In het onderzoek van de Groene Gewasbescherming wordt wel uitgegaan van planten vanuit zaad, omdat hier een meer duurzame teelt mogelijk is. “We werken aan een systeem waarmee er niet alleen in de winter, maar ook in de zomer een product mogelijk is, afkomstig van betrouwbaar plantmateriaal. Mijn toekomstvisie is dat we in de winter een teelt met licht krijgen en in de zomer de kas benutten voor een koelere teelt dan buiten.”

Samenvatting

Een aardbeienveredelingsbedrijf uit Andijk legt zich toe op de teelt van F1-aardbeirassen uit zaad voor de sierteelt en voedingstuinbouw. Sterke punten van de teelt uit zaad zijn schoon en betrouwbaar plantmateriaal, doordat er een snelle opkweek van plantmateriaal onder geconditioneerde omstandigheden mogelijk is. In combinatie met LED-belichting kan dit bijdragen aan een duurzame aardbeienteelt in Nederland, in de concurrentie met Spaanse aardbeien, die steeds minder populair zijn bij de consument.

Tekst en beeld: Marleen Arkesteijn.

[/wcm_restrict]

Gerelateerd

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd