Donderdagavond 23 juni 2016 troffen hagelbuien de glastuinbouw in Zuidoost-Nederland. De NOS meldde dat het noodweer zeker 100 ha kassengebied in de omgeving van Asten en Someren had verwoest. Vrijdagochtend richtten de verzekeraars crisiscentra ter plaatse op en gingen de bedrijfsbezoeken van start. Bij de grootste verzekeraar alleen al kwamen tot vrijdagmiddag 16.00 uur zo’n 400 schademeldingen binnen uit de hele agrarische sector.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
Alle ellende ten spijt, wederom blijkt dat telers enorm weerbaar zijn. In plaats van de handdoek in de ring te gooien, zagen diverse bedrijven in alle ravage ook een kans. Een mogelijkheid om het bedrijf op een hoger niveau te krikken. Teler Pieter van Gog omschrijft de situatie. “Je moet vlug nadenken en vlug schakelen. Wat ga je doen? Repareren hoeft niet altijd het antwoord te zijn. Wij besloten bijvoorbeeld om de reparatiekosten van een 1,7 ha oude glasopstand te kapitaliseren en dat geld over te zetten naar modernisering van een andere locatie. Daar hebben we nu het ‘oude’ 91+ glas vervangen door 96+ diffuus glas AR. Uiteraard met een eigen investering en in goed overleg met de verzekeraar. Interpolis werkte volledig mee om de aangepaste kas weer verzekerd te krijgen.”
‘Helicopteren’
Ondernemers zijn er in alle soorten en maten, weet Willem Snoeker, sectormanager bij genoemde verzekeraar. “Er zijn er die gelijk heel analytisch te werk gaan, maar er zijn er ook die even niet boven de chaos kunnen uitstijgen. Daar ligt een belangrijke taak voor ons. Tijdens de eerste bezoeken na zo’n enorme calamiteit proberen we daarom hoogte te krijgen van de schade, maar vooral van onze klant. Rust brengen. We gaan samen nadenken over wat we kunnen en moeten doen om daarna weloverwogen aan de slag te gaan. Onze schade-experts zijn mannen en vrouwen van de praktijk en hebben al veel schadesituaties meegemaakt. Dankzij die ervaring zijn zij in staat om met een helicopterview naar het bedrijf te kijken.”
Een van de schade-experts glastuinbouw is Harm Aerts. Hij was gelijk de volgende ochtend ter plaatse. “Donderdagavond vielen de hagelstenen, zaterdag hadden we alle getroffen verzekerden bezocht. Inventariseren wat er allemaal kapot was en naast kasherstel vooral advies geven over de te nemen maatregelen. Ons uitgangspunt: zorgen dat alles goed wordt hersteld, zodat ondernemers er straks niet weer tegenaan lopen. Als uit onderzoek bijvoorbeeld blijkt dat de bekabeling of de belichting in de kas is beschadigd, vervang deze dan. Allemaal maatregelen om snel de teelt te hervatten. Volgens mij zijn we daar samen best goed in geslaagd. Ik hoor voornamelijk positieve geluiden en deze maand gaan de laatste bedrijven weer operationeel.”
Samen in actie
Zo ook de vijf vestigingen van Mts. Van Gennip Kwekerijen in Oost-Brabant. Ze telen aardbeien onder glas, op stellingen en in de vollegrond en kweken hun eigen planten op. De nieuwste kas in Someren was nog niet opgeleverd toen de supercel overtrok. “2.500 ruiten kapot”, vertelt Theo van Gennip. Zijn vliegtuig was net geland op de vakantiebestemming, toen hij een berichtje van zijn broer annex compagnon kreeg. De hagelstenen hadden het bedrijf flinke schade toegebracht. Kasdek, gewas en techniek, een deel kon als verloren worden beschouwd.
“Dat overkomt je dan maar even”, vertelt Van Gennip. “Pas toen ik de volgende dag wat foto’s ontving, besefte ik me de ernst van de situatie. Gelukkig was alles al in gang gezet. De verzekeraar was al langsgekomen en de kassenbouwer had eveneens contact gezocht. Samen zijn we er voor 200 procent ingevlogen en nu, ruim een half jaar later, zijn we nagenoeg weer helemaal in bedrijf. De afhandeling is me zeker niet tegengevallen.”
Veiligheid voor alles
Wel viel het de aardbeienteler moeilijk dat ze drie weken lang de kas niet in mochten. Hij wilde immers zo snel mogelijk opruimen, repareren en weer telen. “Het gewas en de kas zijn misschien wel verzekerd, maar je positie in de keten ben je zo kwijt!”
Ook Snoeker erkent dat deze calamiteit de bijzondere positie van de glastuinbouw uitlicht. Tijdens een eerste bijeenkomst maakten de telers zich vooral zorgen om hun klanten, vertelt hij. “De positie van de tuinbouw is veranderd. Bedrijven staan niet meer op zich, maar zijn een onderdeel van een grotere ketenstructuur. Een complex gebeuren dus. Veel telers wilden zo snel mogelijk weer productie draaien. Maar: veiligheid voor alles. Daar hebben wij steeds op gehamerd. Eerst het dek glasvrij maken en dan pas starten met glasrapen en repareren. Alleen met de juiste mensen en de juiste middelen.”
Alhoewel hij het moeilijk vond om af te wachten, heeft Van Gennip daar zeker begrip voor. “Het is inderdaad levensgevaarlijk en de veiligheid van mensen staat centraal. Alleen al tijdens het glasrapen hebben we een aantal medewerkers naar het ziekenhuis moeten brengen voor hechtingen. Glas is zo scherp.”
Noodplan
Juist om deze veiligheid verder te verbeteren, startte de Stichting Coördinatie Calamiteitenbestrijding Glastuinbouw (CCG) een traject om beter voorbereid te zijn op zulke excessen. Voorzitter Teun van der Eijk: “Na de hagelbui vroegen bedrijven en verzekeraars ons om een draaiboek. Dat hadden we niet. Je moet weten dat de CCG is opgericht in een tijd dat er voldoende beglazers in Nederland werkten. Die situatie is veranderd. Glas en deskundig (technisch) personeel is tegenwoordig schaars. Wij vinden het daarom vooral belangrijk om aan de ‘voorkant’ alles goed geregeld te hebben.”
Het CCG benadrukt dat niet alleen een collectief noodplan belangrijk is, maar dat vooral ook glastuinders moeten beschikken over een individueel draaiboek. Van der Eijk: “Het is bijvoorbeeld essentieel dat ondernemers een actuele lijst met contactpersonen bij de hand hebben. Denk hierbij aan de contactpersoon van de verzekering, maar ook aan contactgegevens van herstelbedrijven. In het draaiboek staat wat een teler zelf kan doen en welke spullen hij in huis moet hebben om noodvoorzieningen, zoals een noodwand, te maken.”
Collectief draaiboek
Snoeker geeft het advies om altijd de opdrachtbevestiging van nieuwbouw te bewaren bij de verzekeringspolis. Op deze manier heeft een teler een overzicht van gebruikte materialen en glasmaten bij de hand.
Daarnaast benadrukt hij dat ondernemers verantwoordelijk blijven voor het uitvoeren van veilig glasherstel door eigen mensen en externe medewerkers. “Dergelijke zaken kunnen helpen om zaken sneller op de rit te krijgen. ZLTO heeft de realisatie van het collectieve draaiboek op zich genomen. Want hoewel iedere calamiteit anders is, zijn er altijd bepaalde basiszaken die terugkomen. Wie is waarvoor verantwoordelijk, hoe ga je om met de pers, et cetera?”
Gehard glad
De totale schade die Interpolis in de glastuinbouw gaat uitkeren voor de hagelschade van 23 juni in Zuidoost Nederland zal uitkomen tussen 125 en 130 miljoen euro. Daarmee is het veruit de grootste glasschade in de historie van de verzekeraar.
Belangrijk leerpunt is ook het gebruik van gehard glas. Dit glas is vier tot vijf maal zo stevig als standaard glas. “In de kern van de bui was het evenmin bestand tegen de hagelstenen zo groot als tennisballen”, zegt Aerts. “Maar in de gebieden rondom de kern werden de hagelstenen steeds kleiner en zagen we dat gehard glas er beter tegen bestand was. Verder valt het breukpatroon op. Bij beschadigd ongehard glas hingen de restanten nog in het dek. Gehard glas verbrokkelt, de ruit viel in z’n geheel uit het dek. Daardoor konden we veiliger en sneller werken. Alle reparaties zijn uitgevoerd met gehard glas.”
Samenvatting
Een dik half jaar na dato zijn bijna alle door hagelschade getroffen ondernemingen in Someren en omgeving hersteld en weer in bedrijf. Over het geheel genomen verliep de samenwerking tussen telers en verzekeraars goed. Schades werden afgehandeld en doelen/leerpunten bijgesteld. Zo wordt vanaf nu meer aandacht besteed aan een goede voorbereiding, aan ‘de voorkant’ van een calamiteit. Daarnaast roepen betrokkenen op om, ondanks de chaos, altijd helder te blijven nadenken: enerzijds over de veiligheid van de medewerkers en anderzijds over de toekomst van het bedrijf.
Tekst: Jojanneke Rodenburg. Foto’s: SIRIS Someren en Wilma Slegers
[/wcm_restrict]
