Voor telers die vooruit kijken

Vertical farming trekt vooral een heel nieuw soort ‘telers’ aan

Duurder dan teelt onder glas, hoogrenderende afzet vereist
572 0
Vertical farming trekt vooral een heel nieuw soort ‘telers’ aan

Als alle klimaatfactoren perfect onder controle te houden zijn, krijgen groene vingers een heel andere inhoud. De crux ligt dan bij het uitdokteren van het teeltrecept, het juiste klimaat- en lichtregime. En vooral bij een rendabele afzet. Vertical farming trekt veel belangstelling van partijen die zich nooit eerder met tuinbouw bezighielden.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
Vijf jaar geleden was Leo Marcelis, hoogleraar Tuinbouw en Productfysiologie bij Wageningen University & Research, nog erg sceptisch over vertical farming. Er waren weliswaar belangrijke ontwikkelingen in Japan, maar die waren te verklaren uit de specifieke lokale omstandigheden. Het beeld is nu veranderd, niet in de laatste plaats omdat hij veel vragen van investeerders krijgt, die voorheen nooit in tuinbouw geïnteresseerd waren. “Het is een nieuwe hightech ontwikkeling die de aandacht trekt. Investeerders denken: daar moet ik bij zijn. Het komt niet in plaats van kasteelt, maar er komt een heel nieuw systeem bij in het hogere marktsegment. In het Verre Oosten gaat het snel, maar ook in de VS”, ziet hij.

Brecht Stubbe van Urban Crop Solutions in het Belgische Waregem valt die brede belangstelling eveneens op: “We zien veel interesse uit de voedingsindustrie, van telers tot restaurants en cateraars, maar zeker ook van investeerders en bedrijven in heel andere segmenten, bijvoorbeeld groene energie. Een derde categorie is de farmaceutische industrie en onderzoeksinstellingen.”

Haalbaarheidsstudies

Zijn bedrijf is sinds vier jaar actief en levert complete plant factories inclusief teeltrecept, van containerformaat tot heel grootschalig. Ze hebben nu acht systemen verkocht en zijn bezig met een aantal grote projecten. “Voor investeerders is de economische terugverdientijd de belangrijkste vraag; wij doen voor hen de haalbaarheidsstudies en komen, afhankelijk van de case, uit op een terugverdientijd van drie tot vijf jaar. De onderzoeksinstellingen en de farma-industrie stellen heel andere vragen: de flexibiliteit van het systeem, het klimaat en het lichtspectrum. De voedingssector is vaak geïnteresseerd in mogelijkheden om zich te onderscheiden”, vertelt hij.

Stubbe ziet wereldwijd ontwikkelingen op dit gebied. “We zien serieuze belangstelling in bijvoorbeeld Oekraïne, Brazilië, Japan, VS. De redenen zijn divers: in Japan speelt het ruimtegebrek, dan wordt verticaal telen een logische oplossing. Verder wordt daar de ‘cleane’ productiewijze gewaardeerd. In de VS spreekt erg aan dat het innovatief is en zien investeerders perspectieven voor lokale productie dicht bij de consument. Niet te onderschatten is de wens om tot zelfvoorziening in de voedselproductie te komen. Dat speelt in Rusland, maar ook in het Midden-Oosten.”

Hightech sector

In de beginjaren is vertical farming vaak vergeleken met glastuinbouw en dan valt de productie in een kas simpelweg veel goedkoper uit. Marcelis wijst erop dat je de perspectieven altijd in samenhang met de afzet en de lokale omstandigheden moet zien: “In Nederland en België is vertical farming nu nog twee à drie keer duurder dan kasteelt. Dat betekent dat je altijd een veel hogere toegevoegde waarde nodig hebt. Maar je moet je realiseren dat we in Nederland of België internationaal gezien goedkoop produceren. We hebben geen last van extreme hitte of koude; onze infrastructuur, kennis en logistiek liggen op een zeer hoog peil. Al deze factoren zijn elders in de wereld veel minder gunstig. Dan vallen kostprijsberekeningen opeens heel anders uit.”

En daar komen nog andere factoren bij. “In Japan kun je bijna geen mensen vinden voor werk in de land- en tuinbouw. Iedereen wil in hightech sectoren werken. Vertical farming heeft daar de tuinbouw hightech, en dus veel aantrekkelijker als werkgever, gemaakt.” Hij ziet vertical farming als een geweldige kans voor toeleveranciers: “Wil je Nederland Tuinbouwland blijven, dan kun je dit niet aan andere landen overlaten”, zegt hij.

Teeltbeginselen

Stubbe maakt dankbaar gebruik van bestaande technische kennis. “We willen geen zaken heruitvinden. We werken samen met bedrijven als Priva en HortiMaX, zaadfirma’s en leveranciers van substraten en meststoffen maar ook heel andere industrieën zoals warehousing, logistieke en elektrabedrijven. We leveren complete turn-key projecten af met alle benodigdheden: de technische installatie, de juiste zaden, substraten en meststoffen, plus ondersteuning. In principe is het gemakkelijker om in zo’n systeem te telen dan in een kas, maar je hebt wel een operator nodig. Sommige klanten moeten eerst de algemene teeltbeginselen onder de knie krijgen; andere trekken speciaal iemand met teeltkennis aan.”

Wereldvoedselproblematiek

Aanvankelijk teelde men in plant factories alleen sla en andere bladgewassen, maar ook daar zit ontwikkeling in. Kassenbouwer Certhon experimenteert in het eigen innovatiecentrum in het Westland met hoogopgaande gewassen als tomaat, paprika en framboos. Urban Crop Solutions bekijkt juist miniatuurversies van bijvoorbeeld tomaat of courgette. En opvallend: in de proefcellen staan ook dwerg-tarweplanten.

Bij publiciteit over vertical farming wordt vaak gerefereerd aan de oplossing van de wereldvoedselproblematiek. Daarbij spelen de grote zetmeelgewassen – rijst, tarwe, maïs – een belangrijke rol. De Wageningse hoogleraar ziet ze echter niet binnen afzienbare tijd in een plant factory: “Technisch gezien zou het best kunnen, maar het is heel duur. Ook hier geldt echter: wanneer je een hoge toegevoegde waarde weet te realiseren, wordt het beeld heel anders.”

Toch zijn claims over de wereldvoedselvoorziening niet helemaal uit de lucht gegrepen vindt hij: “Je kunt hiermee verse groente naar de groeiende stedelijke bevolking brengen. Dat wordt steeds belangrijker.”

Ecologische container

Ook Stubbe ziet niet meteen zetmeelgewassen in de cellen. Wel is er vanuit noodhulporganisaties duidelijk belangstelling voor nieuwe mogelijkheden. “Als je in een noodregio een teeltcontainer neerzet, heb je na een maand voedsel. Het World Food Programme en Oxfam kijken daarbij niet alleen naar voedsel maar ook naar veevoer.”

Vijf kilometer verderop, in Kuurne, staat sinds september een teeltcontainer prominent langs de doorgaande weg. “Stttt, hier groeit uw feest… In deze ecologische container ontwikkelen we op een efficiënte en hoogtechnologische manier onze eigen kruiden in de meest optimale condities en met 95% minder waterverbruik”, staat erop. De container is van het gerenommeerde Huis van Wonterghem, een groot restaurant en zalencomplex. Regelmatig stopt er iemand om door het ruitje te kijken, waar een paarsig licht uit schijnt.

Exclusieve producten

Tot nu toe zijn ze de enige in de hele Belgische horeca met een eigen hightech teelt. Chef-kok Jelle Cattelein: “Onze gasten willen continu vernieuwing en dit is zeer onderscheidend. Niet alleen moet ons eten van hoog niveau zijn, het verhaal is eveneens heel belangrijk. We kunnen hiermee onze innovatieve concepten verder ontwikkelen. Een voorbeeld is dat we foie gras in de vorm van een steentje presenteren. De gasten kunnen daarbij hun eigen kruiden uitkiezen en afknippen. Het gaat dan om exclusieve soorten als citrusafrikaantjes, amarant en Oost-Indische kers.”

Naast basiskruiden als koriander, peterselie, tijm, dille, basilicum telen ze soorten voor de garnering en afwerking, die anders moeilijk te krijgen zijn. Een goed voorbeeld is sisho, een kruid met roodpaarse blaadjes. “Bij de communiefeesten maken we daar een paarse thee van en geven er een stukje citroen bij. Wanneer de kinderen dat in het theeglas doen, slaat de kleur opeens om van paars in roze. Succes gegarandeerd”, vertelt hij.

Zelf bosaardbeitjes laten plukken

Ze zijn niet van plan zelf groenten te gaan telen: de gasten komen soms in groepen van 500 à 1.000 personen, daar is één container niet genoeg voor. “We denken juist in exclusieve producten: bosaardbeitjes zijn bijvoorbeeld moeilijk te krijgen. We willen de gasten ze zelf laten plukken aan tafel. Dingen anders doen dan anderen, dat is ons doel.”

Eén van de andere koks, Dieter Deboo, is verantwoordelijk voor de teelt. Hij heeft er het meeste gevoel voor, maar echt lastig is het niet. Omdat alle kruiden dezelfde omstandigheden krijgen, groeien sommige wel wat te ver door. “Maar dat is niet erg. We gebruiken basilicumblaadjes voor de presentatie, maar wanneer de plant te lang wordt, maken we er pesto van. De kwaliteit is uitstekend. Alle kruiden uit onze container hebben een intensere smaak dan die we inkochten”, vertelt de chef-kok.

Duurzaamheid

Heel andere plannen heeft het Zweedse OX2. Dit bedrijf bouwt overal in Scandinavië windmolenparken, biogasinstallaties en zonneparken. “Het is voor hen een logische vervolgstap om de groene energie en reststromen uit de biogasinstallaties – meststoffen en CO2 – te benutten in een vertical farm. Ze hebben daarvoor een aparte business unit opgericht”, vertelt Stubbe.

Het energiebedrijf heeft een haalbaarheidsstudie laten doen voor de teelt op grote schaal. Momenteel loopt een proef; het teeltoppervlak daarvan is al dertig keer zo groot als die bij het restaurant. In eerste instantie gaat het om sla en kruiden in een substraat van kokos en turf. De producten worden vooralsnog tegen gangbare Scandinavische prijzen verkocht; die zijn overigens hoog in vergelijking met Nederland en België. “Ze hebben nog niets aan marketing en branding gedaan, maar daar liggen wel mogelijkheden. Duurzaamheid speelt erg in Scandinavië en vertical farming is een manier om verse lokale producten te telen. De ecologische voetafdruk van geïmporteerde producten is groter dan de teelt bij dit bedrijf”, geeft hij aan.

Hygiëne

OX2 heeft een teeltmanager met een mastergraad aangenomen. Hij maakt gebruik van de aangeleverde teelt- en lichtrecepten. Die schrijven temperatuur, CO2-dosering, lichtregime (dag-nacht), voeding, pH, EC en dergelijke voor. Heel het systeem draait automatisch. In principe hoeft er niemand binnen te komen en dat is in verband met de hygiëne eigenlijk ook niet gewenst. De teeltmanager bepaalt wel de cyclus en stelt aan de hand daarvan de teeltfactoren in. Als de proef goed verloopt, wordt het project drastisch opgeschaald.

Samenvatting

Vertical farming trekt de belangstelling van partijen die voorheen nooit in tuinbouw geïnteresseerd waren. Een restaurant gaat zelf exclusieve kruiden telen; een groene energieleverancier ziet deze manier van telen als verlengstuk van hun keten. Opvallend is de warme belangstelling van investeerders. Vertical farming is fors duurder dan een teelt onder glas, maar rendabel bij hoogrenderende afzet. De terugverdientijd ligt op drie tot vijf jaar.

Tekst: Tijs Kierkels. Foto’s: Wilma Slegers.





[/wcm_restrict]

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd