[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
Groene middelen zijn zo oud als de tuinbouw zelf. Voordat chemische gewasbescherming aan haar opmars begon, maakten boeren en tuinders al gebruik van hulpstoffen uit de natuur om planten te beschermen en te helen van ziekten en plagen.
De laatste jaren is daar het begrip ‘biorationals’ aan toegevoegd. Hiermee wordt de groep speciaal ontwikkelde gewasbeschermingsmiddelen bedoeld die relatief onschuldig zijn voor mens en dier en die weinig of geen invloed hebben op het milieu.
Officiële toelating
Patrick Zuijderwijk, cropmanager glastuinbouw bij Certis Europe, geeft de volgende definitie aan biorationals: “Geregistreerde gewasbeschermingsmiddelen van natuurlijke oorsprong met een verlaagd risicoprofiel.” Dit maakt het onderscheid duidelijk tussen biologische gewasbeschermingsmiddelen met een officiële registratie bij het Ctgb (College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden) en biologische producten, zoals biostimulanten en meststoffen. Biostimulanten zijn producten die de plant rechtstreeks voeden, de plant helpen om voedingsstoffen op te nemen of bijdragen aan de kwaliteit van de plant. Deze producten kunnen geen gewasbescherming claimen.
Niet alle biorationals blijken die status al te hebben. Sommige middelen van natuurlijke oorsprong vallen nog onder de Regeling Uitzondering Bestrijdingsmiddelen (RUB) en zijn in afwachting van een officiële toelating. Fabrikanten van deze producten zijn volop bezig met procedures, want 1 oktober 2019 is de laatste dag waarop RUB-middelen mogen worden gebruikt die niet zijn aangemeld.
Uitbreiding pakket
De ontwikkeling van groene middelen is een belangrijke tak van sport geworden voor fabrikanten. Marco van der Lans, market manager horticulture bij Bayer, Daniël Cornelisse, technisch adviseur bij Nufarm, en Mark Selman, cropmanager glastuinbouw en boomkwekerij bij BASF geven een update van hun groeiende groene pakket.
Zuijderwijk: “We investeren flink in ons pakket en we verwachten de komende jaren een substantiële uitbreiding ervan. Ze zullen de conventionele middelen niet zomaar vervangen, maar ze ontwikkelen zich tot belangrijke schakels van IPM (Integrated Pest Management). We gaan steeds meer in systemen denken, waarbij de groene middelen een wezenlijke schakel in het geheel vormen”, legt hij uit.
IPM houdt voor hem niet automatisch in dat je moet beginnen met biologische bestrijding en vervolgens corrigeren. “Kijk bijvoorbeeld naar de tomatenteelt, waar vooral de laatste jaren meerdere plagen tegelijkertijd voorkomen en de complexiteit van bestrijding toeneemt. In veel gevallen zijn telers gestart met een combinatie van conventionele middelen en biorationals. Wellicht is dat een wijze keuze voor het vervolg van de teelt.”
Juiste klimaatomstandigheden
Veel aandacht gaat naar insecticiden die in een biologisch systeem passen. Een voorbeeld is BotaniGard (Certis), een insecticide van natuurlijke oorsprong. Het heeft een brede toelating en werkt op basis van de parasitaire schimmel Beauveria bassina, stam GHA. Bij een bespuiting kiemen de sporen op insecten als trips, wittevlieg en wantsen.
De schimmel kan alleen zijn werk doen wanneer de omstandigheden goed zijn. Een hoge luchtvochtigheid (minimaal 60%) is nodig voor een goede werking. Daarnaast is temperatuur belangrijk. De minimumtemperatuur voor goede kieming van de sporen is 15°C. Het optimum ligt ongeveer bij 25°C. Dat legt meteen de gevoeligheid van het gebruik van groene middelen bloot. Bij de toepassing van chemie moet de teler al rekening houden met klimaatomstandigheden in de kas, als het gaat om schimmelpreparaten nog meer.
Insectenparasitaire aaltjes
De juiste omstandigheden zijn ook belangrijk voor insectenparasitaire aaltjes, die op het gewas worden gespoten om daar hun werk te doen. Een voorbeeld daarvan is de Nemasys-lijn (BASF), die uit verschillende aaltjessoorten bestaat. Ze werken tegen rupsen, trips, varenrouwmug en oevervlieg. “Het zijn bodemorganismen die actief jagen”, vertelt Selman, maar ze kunnen ook op het gewas hun werk doen.”
Meerjarig onderzoek van de fabrikant heeft aangetoond dat met trips goede resultaten worden behaald, zowel in de bodem als op het gewas. De aaltjes zijn daarmee voor veel telers een belangrijk onderdeel geworden van het bestrijdingsschema. “Het vraagt meer aandacht en begeleiding dan chemie om de plaagbestrijding te laten slagen”, legt hij uit.
Uitdrogen
Een andere manier van insecten bestrijden is het contactmiddel Flipper (Bayer), op basis van plantaardige carbonzure kaliumzouten. Komt het in contact met eieren, larven en volwassen insecten, dan tast het de celwand (chitine huid) aan, waardoor de celinhoud lekt en het insect uitdroogt. Het insect droogt als het ware op.
“Binnen 48 uur zie je maximaal resultaat”, vertelt Van der Lans. “Biologische bestrijders hebben er bijna geen last van.” Ook voor dit product geldt dat je er zorgvuldig mee moet omgaan voor maximum resultaat, zoals bijvoorbeeld geen gebruik maken van hard water bij het vullen van de spuittank. Dan werkt het niet. Flipper staat nog op de verlengde RUB-lijst, maar er is een aanvraag gedaan voor officiële registratie.
Neemboom
Dat de neemboom een bijzondere stof bevat is al sinds mensenheugenis bekend. In India bestrijden mensen hoofdluis met de olie van de noten. De gewasbeschermingsindustrie maakt hier dankbaar gebruik van. Er zijn verschillende producten in omloop op basis van de werkzame stof Azadirachtine-A, namelijk Azatin (Certis), NeemAzal-T/S (Nufarm) en Oikos (BASF). Deze producten hebben ieder hun eigen formulering.
Ze bestrijden mineervlieg, wittevlieg, luizen, kevers en rupsen door het bespoten gewas minder aantrekkelijk te maken, maar werken ook als groeiregulator dat het vervellingsproces van plaaginsecten ontregelt en onvolwassen vrouwtjes steriel maakt. Azatin heeft een toelating in de sierteelt en boomteelt. NeemAzal-T/S heeft een uitbreiding gekregen in de teelt van vruchtgroenten, Oikos zowel in sierteelt, vruchtgroenten, bladgroenten als kruiden. Door verschillen in de formulering kunnen producten met dezelfde actieve stof toch verschillen in dosering en gewasveiligheid.
Balans
“Oikos gaat goed samen met een groot deel van de natuurlijke vijanden”, laat Selman weten. Door de formulering is het al werkzaam bij een lagere dosering. Deze maakt het gebruik veiliger, zelfs in een gevoelig gewas als paprika. “Als bedrijf investeren we in groene middelen. Dat is niet altijd een makkelijke weg, maar retail en consumenten vragen hierom. Uiteindelijk streven we naar een goede balans tussen chemie en biologie”, legt hij uit.
Producten op basis van Azadirachtine-A zijn in staat om pieken in plagen weg te nemen en helpen om het biologisch evenwicht te herstellen”, legt Cornelisse uit. “Ze zijn bekend om hun werking tegen trips, maar juist hun brede werking tegen andere plaaginsecten maakt ze interessant”, vindt Zuijderwijk.
Is het lastig dat alle fabrikanten producten maken op basis van dezelfde werkzame stof? “Nee”, denkt Cornelisse. “Het is juist positief dat er veel energie wordt gestoken in de ontwikkeling van nieuwe of verbeterde formuleringen en producten.”
Schimmelbestrijding
Ook de ontwikkeling van groene fungiciden gaat door. Serenade (Bayer) is een belangrijke hulp bij het bestrijden van schimmels, waaronder Botrytis, echte meeldauw en Sclerotinia. Het is de bacteriestam Bacillus amyloliquefaciens (voorheen subtilis) QST 713 die in staat is om de celmembranen van schimmels lek te prikken. “De toepassing is preventief, dus in een heel vroeg stadium”, legt Van der Lans uit.
In de buitenteelten heeft de bacterie ook een toelating om in de bodem te worden toegepast, waarna deze meegroeit met de wortel. Dan bestrijdt deze een aantasting van Rhizoctonia en Pythium. In 2016 heeft het een toelating gekregen als bladbespuiting in vruchtgewassen, waarmee het een nuttige aanvulling is in de geïntegreerde teelt. Van der Lans meldt dat zijn bedrijf dit jaar met meer fungiciden van natuurlijke oorsprong op de markt komt.
Meeldauw blijft een geduchte tegenstander. Fado (Nufarm) is een biologische fungicide die vooral een preventieve werking heeft, op basis van de werkzame stof COS-OGA. Het had al een toelating in onder andere vruchtgroenten- en fruitgewassen onder glas, maar sinds zomer 2018 ook voor potplanten en snijbloemen, waaronder gerbera. “Deze stof wordt opgenomen via de huidmondjes en maakt de plant weerbaar tegen meeldauw. Je moet het probleem dus voor blijven”, legt Cornelisse uit.
Telers moeten Fado preventief inzetten onder de juiste omstandigheden en met de juiste toepassingstechniek. Huidmondjes (stomata) zitten aan de onderkant van het blad en het is dus belangrijk dat ze goed worden geraakt. Uit onderzoek is gebleken dat de effectiviteit toeneemt door toevoeging van de uitvloeier Hi-Wett.
Een ander contactfungicide tegen echte meeldauw is Karma (Certis), op basis van kaliumwaterstofcarbonaat. Dit product heeft eind 2018 een etiketuitbreiding gekregen voor heel veel teelten, waaronder gerbera.
Geen wondermiddelen
Biorationals zijn de ontbrekende puzzelstukjes die nodig zijn om ziekten en plagen onder controle te houden. Alle vier de adviseurs geven aan dat het geen wondermiddelen zijn. Voor de inzet ervan is maatwerkadvies nodig. Ze openen wel de weg naar een teelt die nagenoeg vrij is van residu. Met de komst van biorationals behoort het conventionele middelenpakket niet tot het verleden. Soms versterken ze elkaar en op andere momenten moet je rigoureus in kunnen grijpen als het evenwicht zoek is.
Samenvatting
Biorationals zijn in opkomst, vanwege hun waarde binnen de geïntegreerde gewasbescherming en de eisen die retailers en consumenten stellen. De mate van effectiviteit is sterk afhankelijk van het moment van toepassing en bijbehorende klimaatomstandigheden. Dit maakt hun toepassing complex. Voor telers die de technieken beheersen ligt een weg open naar evenwichtige teelten en producten die het minimale aan residu bevatten.
Tekst: Pieternel van Velden.Beeld: Studio G.J. Vlekke.
[/wcm_restrict]
