[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
Het klimaatakkoord daagt de glastuinbouw uit op verschillende terreinen. Te weten: een uitbreiding van zeventien naar vijftig aardwarmtebronnen, de aanleg van warmtenetten voor rest- en aardwarmte, levering van externe CO2, jaarlijkse nieuwbouw van 300 ha energiezuinige kassen, een gestructureerde gebiedsaanpak in alle glastuinbouwregio’s, een koplopersaanpak voor innovators en intensivering van het programma Kas als Energiebron.
Realisatie van deze ambities vergt forse inspanningen van vele partijen binnen en buiten de sector. De realisatie van doelstellingen voor zowel 2030 als 2040 is daarmee voorwaardelijk en mede-afhankelijk van te maken afspraken. Hoe kijken tuinbouwondernemers aan tegen:
Stelling 1. De doelstellingen uit het Klimaatakkoord zijn realistisch voor de glastuinbouw.
Huub Zuidgeest, paprikateler in De Kwakel: “Nee, bedrijven als de onze zijn niet in staat om de warmtebehoefte in de wintermaanden volledig in te vullen met groene energiebronnen. Dat je nieuwbouwhuizen van het gas af haalt, snap ik. De glastuinbouw is echter een andere tak van sport. De benodigde technieken om klimaatneutraal paprika’s te telen, zijn er simpelweg nog niet.”
Rob van den Ende, aubergineteler in Pijnacker: “We gaan de doelstelling niet 100% halen. Ik vind dat er te simpel over maatregelen wordt gedacht. Door halve oplossingen nu ‘verplicht’ te stellen, kun je bedrijven ten gronde richten. Kijk bijvoorbeeld naar de pulsvisserij. Neem de tijd om maatregelen in de praktijk te testen. Ambities oké, maar laat het doel geen harde eis worden.”
Aad van der Wilt, gerberateler in Mijdrecht: “Het is complete onzin. Dat heb ik ook tegen telersvoorzitter Sjaak van der Tak gezegd. Want wat is duurzaam? Behalve een modewoord. Is gas dan zo slecht? Moeten wij nu het braafste jongetje van de klas zijn en bedrijven over de kling jagen, terwijl in Rusland net een gasveld ter grootte van Saudi-Arabië is aangeboord? Hun product ligt straks gewoon in onze winkels. Goedkoper. Nee, de nuchterheid van die plannen is ver te zoeken.”
Leo Verbeek, biologische groenteler in Velden: “Je zal schrikken hoe hard het gaat. De maatschappij voert de druk op en ontwikkelingen komen in een stroomversnelling. De oplossingen zijn heel divers en elk bedrijf zal zijn eigen mogelijkheden moeten bekijken. 100% klimaatneutraal wordt lastig, maar we komen zeker een heel eind.”
Leon Ammerlaan, groene plantenteler in Pijnacker: “Voor bedrijven in clusters is het mogelijk, maar verspreid glas krijgt het moeilijk. Sommige bedrijven hebben nog niet eens internet, hoe moeten die dan compleet elektrificeren? Volledig gasloos is sowieso onmogelijk en dat weet de overheid ook heus wel. Maar door hoog in te zetten, kun je later altijd nog zakken. Ik snap die insteek.”
Stelling 2. Aanpassing van regelgeving en tariefstructuren voor energievoorziening zijn dringend nodig.
Huub Zuidgeest: “Natuurlijk moet de overheid ontwikkelingen beter faciliteren. Met de nadruk op ‘beter’. Kijk naar zo’n subsidiepot voor elektrisch rijden. Helemaal leeggeslurpt door auto’s uit het dure segment. Daar heeft duidelijk iemand niet zitten opletten. Nu willen ze plots houtstookinstallaties opdringen. Leuk voor de doelstelling, maar volgens mij een ramp voor omwonenden. Is daar al aan gedacht? Er gaan ook dingen goed. Het CO2-netwerk is mooi uitgerold en aardwarmteprojecten zijn interessant. Maar als teler moet je toch te vaak je eigen nek uitsteken.”
Rob van den Ende: “Een tuinder moet tuinder kunnen zijn, geen energieleverancier. De overheid moet beter meehelpen bij de realisatie van alle duurzame randvoorwaarden. Innoveren doen we toch wel. Dat is inherent aan de glastuinbouw. Maar zeker de voorlopers moeten goed worden ondersteund. Ook middels onderzoek, ja. Een organisatie als Kas als Energiebron levert kennis waar we in de praktijk wat mee kunnen. Die zichtbaarheid verdient fondsen.”
Aad van der Wilt: “Als een innovatie echt goed is, zouden bedrijven die techniek automatisch omarmen en subsidies niet nodig zijn. De druk vanuit de overheid geeft alleen al aan dat het proces onnatuurlijk is. Laten we vooral lief zijn voor de wereld, maar overdrijf het niet. Energieneutraal of niet, we moeten in de toekomst gewoon de concurrentieslag met het buitenland aan. Het is totaal onrealistisch om te denken dat de overheid ons daarbij gaat of kan helpen.”
Leo Verbeek: “Natuurlijk spelen overheden een rol bij de realisatie. Maar de echte druk zal uit de hoek van de inkooporganisaties en supermarkten komen. Klimaatakkoord of niet, als zij een duurzaam product eisen, kun je wel naar de overheid kijken, maar zul je toch echt zelf maatregelen moeten treffen. Aan onderzoeken en het mogelijk maken van innovatieve projecten heb je dan heel veel. Dus graag veel nieuwe technieken en toepassingen onderzoeken.”
Leon Ammerlaan: “Ik weet dat de overheid niet alle middelen in huis heeft om de transitie compleet te faciliteren. Hoeft ook niet. Wat ze mijns inziens wel moet doen, is een sterke ‘backbone’ neerleggen. Een goede infrastructuur van warmte en voldoende elektriciteit waar bedrijven gebruik van kunnen maken. Daar heb je meer aan dan financiële prikkels. En onderzoek is natuurlijk altijd prima. Let wel: natuurlijk is daar budget voor nodig, maar belangrijker nog is de keuze voor goede projecten.”
Stelling 3. De hele klimaatdiscussie is zwaar overdreven.
Huub Zuidgeest: “Dat er wat verandert, is duidelijk. Ik denk echter dat wanneer je dit probleem in het juiste perspectief plaatst, dus bezien over honderden jaren, het allemaal iets genuanceerder ligt. Dat tegengeluid hoor je te weinig. De paar groepen die continu podium krijgen voor hun verhaal, moeten misschien de geschiedenis van de aarde wat beter bestuderen.”
Rob van den Ende: “Het klimaat verdient zeker aandacht. Ik vind het dan ook goed dat de tuinbouw mogelijkheden benut om duurzamer te telen. De verplichting stuit me echter tegen de borst. Laat iedereen op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo veranderingen doorvoeren. Ik ben bang dat als we te snel gaan, we zomaar een verkeerde weg inslaan.”
Aad van der Wilt: “Eerst had je het ozongat en de zure regen. Nu is het plots CO2 waar we wat aan moeten doen. Ik vind het overdreven en hypocriet. Vorig jaar kwamen er alleen al in Nederland 190.000 nieuwe auto’s bij en vlogen we met z’n allen 68 miljard kilometer. En dan moet de glastuinbouw alles op alles zetten om het probleem op te lossen? Laten we lief zijn voor de aarde en technieken benutten waar mogelijk. Maar kom op, Nederland is een klein landje. De rest van de wereld lacht zich rot.”
Leo Verbeek: “Voegt mijn mening echt wat toe aan deze stelling? Ik zeg: verbeter de wereld en begin bij jezelf. Natuurlijk is de wereld groter dan ons bedrijf alleen. Maar daar gaat het niet om. Er spelen grotere krachten; de jeugd wil de aarde anders inrichten. En over een paar jaar trekken zij aan de touwtjes en dan wordt dat de nieuwe realiteit.”
Leon Ammerlaan: “Niet zwaar overdreven, maar het mag wel een tandje minder. Onze stappen zijn natuurlijk miniem als je ze vergelijkt met wat er in de rest van de wereld gebeurt. Anderzijds denk ik dat het de Nederlandse telers een ‘license to produce’ oplevert. Ons bestaansrechte hangt ervan af. We zullen als tuinbouw wat moeten ondernemen. Samen. Dus mét de landelijke en regionale overheden en elkaar. Zo zijn we tenslotte ook groot geworden.”
Samenvatting
Het klimaat en het afgesloten klimaatakkoord leveren in alle lagen van de bevolking veel voer op voor discussie. Scholieren gaan de straat op en eisen een betere toekomst en ondertussen wordt de glastuinbouw geconfronteerd met ambitieuze doelstellingen voor de komende tien tot twintig jaar. Dat leidt tot uiteenlopende reacties van telers die reageren op een drietal stellingen. De noodzaak wordt in meerderheid onderkend, maar bij de manier waarop en het aangegeven tempo worden nadrukkelijk vraagtekens gezet.
Tekst: Jojanneke Rodenburg.Beeld: Vidiphoto en Pieternel van Velden.
[/wcm_restrict]
