Clusters van telers kunnen uitstel krijgen van de zuiveringsplicht tot 1 januari 2021. Dat uitstel krijgen zij niet zomaar. Met een businessplan moeten ze aantonen op welke manier en met welke investeringen ze in dat jaar aan de zuiveringsplicht gaan voldoen. Maar daarna moeten deze samenwerkende bedrijven opnieuw investeren, dán om in 2027 een nulemissie te bereiken. Kan dat anders, beter, efficiënter?
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
Ja, dat zou mogelijk kunnen zijn, was de gedachte van Alwin van Ruijven. Hij is milieuconsultant bij adviesbureau AAB Nederland in Honselersdijk. Het uitstel van de zuiveringsplicht dat de clusters kunnen krijgen, is niet vrijblijvend, stelt hij. Er zijn immers al goede zuiveringstechnieken beschikbaar. Een werkende zuiveringsinstallatie is daarom binnen een jaar aan te leggen en de overheid ziet dan geen reden om een cluster van telers drie jaar extra tijd te geven. Het cluster moet dus met een goede reden komen, een reden die voldoende grond biedt om de uitzonderingspositie te behouden.
Twee doelstellingen
De logische vraag is óók of clusteren eigenlijk wel zinvol is, als deze samenwerking slechts een tijdelijke oplossing biedt. Na 2021 moeten de clusters immers opnieuw aan de slag met technieken en investeringen om in 2027 een nulemissie van stikstof en fosfaat neer te zetten.
Van Ruijven: “Zo bekeken is clusteren alleen zinvol als de deelnemende telers nu al iets doen waarmee ze én aan hun zuiveringsplicht per 2021 voldoen én dat eraan bijdraagt dat zij in 2027 een nulemissie kunnen bereiken.” Twee doelstellingen dus. Dan rijst de volgende vraag op: zijn er technieken en infrastructuren denkbaar die voor het cluster de beide doelstellingen dichterbij brengen. En is dat dan voldoende om het uitstel te krijgen?
Wat doet de fabriek?
De adviseur ging met dit vraagstuk aan de slag. Hij ontwierp een zuiveringsstructuur voor clusters, waarin een gezamenlijke ‘waterfabriek’ centraal staat. Hij ging daarbij uit van vier kwaliteiten water dat te zuiveren is: water van vruchtgroentebedrijven, van grondteelten, van bedrijven met orchideeën en tot slot het water dat van andere bedrijven afkomstig is. De waterfabriek neemt deze vier kwaliteiten in en gaat daar vervolgens mee aan de slag.
Wat doet de fabriek? Deze zuivert het water van resten van gewasbeschermingsmiddelen en is in staat natrium eruit te halen. Vervolgens krijgen de telers water teruggeleverd waarvan ze opnieuw goed gietwater met de gewenste mestsamenstelling kunnen maken. Een bedrijf met bijvoorbeeld tomaten krijgt dus een andere kwaliteit retourwater teruggeleverd dan een bedrijf dat chrysanten teelt.
Dubbele zuivering
Op het eerste gezicht een fraaie oplossing, maar tevens een oplossing die eisen met zich meebrengt. Immers, als het om de kosten gaat, moet het voor de aangesloten bedrijven goed te doen zijn. “Voor mij was het een vereiste dat elk bedrijf met slechts één leiding aanvoert naar de fabriek en ook met één retourleiding water krijgt teruggeleverd. Dat brengt voor elk bedrijf een behoorlijke investering met zich mee. Nog meer leidingen maken het concept te duur. Dat is geen optie.”
Daarnaast maakt de fabriek gebruik van niet één, maar twee zuiveringstechnieken. Er mag immers niks fout gaan, het retourwater dat de fabriek aan de bedrijven teruglevert, moet gegarandeerd aan alle kwaliteitseisen voldoen. Van Ruijvens waterfabriek gebruikt daarom zowel een oxidatietechniek als UV-ontsmetting. “De technieken hebben zich bewezen en zijn gecertificeerd, het zijn bovendien technologieën die hun effectiviteit zelf geautomatiseerd controleren.”
Voorschot op 2027
Een tweede zuiveringstechniek maakt de oplossing weliswaar duurder, maar de adviseur denkt dat de kosten, gerekend over een aantal bedrijven, nog te overzien zijn. En dan het grote voordeel: “Heel belangrijk is dat de telers met deze gecombineerde technieken een voorschot nemen op de eisen die in 2027 gaan gelden. Samen breken ze immers resten van gewasbeschermingsmiddelen af en ze vernietigen de wortelexudaten. Voedingsstoffen die nog bruikbaar zijn, worden niet verwijderd en kunnen worden hergebruikt. Dat geldt dus ook voor stikstof en fosfaat. Er wordt echter tevens een module geplaatst die selectief natrium kan verwijderen; de eerste pilotinstallaties staan er al.”
Van Ruijven legde het idee voor aan de Omgevingsdienst Haaglanden. Deze reageerde positief: dit was wat de dienst zocht; juist voor een innovatief concept als dit was de mogelijkheid van uitstel van de zuiveringsplicht in de wet opgenomen.
Fabriek met hersens
Maar een idee-op-papier is nog iets anders dan de harde werkelijkheid. Kan de AAB Mengregeling, zoals het concept is gedoopt, worden ontwikkeld? De hardware van leidingen, silo’s, kleppen en zuiveringsapparatuur vormt geen enkel probleem. De beoogde waterfabriek heeft echter ook heel wat te regelen, hij heeft ‘hersens’ nodig: hij moet allerlei kwaliteiten water uit elkaar houden en heel intelligent met uiteenlopende mestschema’s kunnen werken.
Van Ruijven nam contact op met Johan Kodde van Hoogendoorn Growth Management en legde de vraag aan dat bedrijf voor: is de vereiste software te ontwikkelen en komt er dan een kostenplaatje uitrollen dat acceptabel is voor de leden van een cluster? De Vlaardingse onderneming boog zich over het vraagstuk en antwoordde uiteindelijk bevestigend. Dat betekent dat dit concept haalbaar zou moeten zijn en dat clusters zich nu al ‘2027-proof’ kunnen maken.
Vier clusters
Van Ruijven en Hoogendoorn werken nu samen aan de verdere uitwerking. De adviseur schrijft aan businessplannen voor vier clusters van bij elkaar ongeveer 110 bedrijven. Daarmee moeten deze hun recht op uitstel van de zuiveringsplicht rond krijgen. Op 1 januari 2017 moeten de plannen bij de autoriteiten op tafel liggen.
Het concept is met name aantrekkelijk voor clusters van niet al te grote bedrijven. Want, zegt de bedenker, de hele grote bedrijven van tientallen hectares regelen het individueel. “Je komt ze in de vele clusters die er zijn eigenlijk niet tegen.”
Ziet hij ook punten in de mengregeling waarover twijfels mogelijk zijn? “Ja”, zegt hij, “denkbaar is dat de kosten van de aan- en afvoerleidingen bezwaarlijk kunnen zijn. Daar staat tegenover dat bedrijven die aan de buitenkant van een cluster of zelfs buiten het cluster liggen – dus ver van de fabriek af – hun water met een vrachtauto kunnen leveren en eventueel gezuiverd terugkrijgen. Dan heb je geen leidingen nodig.”
Samenvatting
Clusters van bedrijven moeten met een goed onderbouwd businessplan uitstel aanvragen (tot 2021) voor de zuiveringsplicht. Toch moeten ze daarna opnieuw investeren om in 2027 een nulemissie te realiseren. Een nieuw ontwikkelde mengregeling is een concept dat aan de twee doelstellingen tegelijk werkt en waar de Omgevingsdienst Haaglanden positief op reageert. Gespecialiseerde bedrijven werken nu samen aan businessplannen en aan de benodigde software.
Tekst: Jos Bezemer. Foto’s: Studio G.J. Vlekke.
[/wcm_restrict]
