Bemesting is een nauwkeurige zaak die volgens de adviseurs van HortiNova alleen goed kan worden uitgevoerd wanneer de behoefte van de plant bekend is. De gangbare drogestofanalyses en drainwatercijfers zijn wat hen betreft volstrekt onvoldoende. Mede daarom werd een snellere, meer accurate en actuele methode ontwikkeld: de plantsapmeting. Met deze meting in de hand kunnen telers ad hoc inspelen op veranderingen in de opname van voedingstoffen.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
“De tuinbouw claimt zo’n moderne sector te zijn, maar de bemestingsschema’s waarmee bedrijven werken zijn vaak 25 jaar oud.” Adviseur Sjoerd Smits draait er niet omheen. Met alle kennis en technieken van tegenwoordig, pleit hij voor een herwaardering van planteigenschappen en voedingsstoffen. Zeker gezien de huidige focus op plantgezondheid. “Een optimale opname van voedingsstoffen heeft een positief effect op de ziekteweerbaarheid van de plant én op de kwaliteit, stevigheid en houdbaarheid van bijvoorbeeld de vruchten.”
Plantsappen verschaffen de inzichten waarnaar Smits op zoek was en in 2008 opende NovaCropControl het eerste laboratorium dat gespecialiseerd is in de analyse ervan. “Ik zeg niet hoe we het doen, maar binnen een dag testen we de monsters op 21 parameters waaronder, spoorelementen, suikers, pH en EC. Vandaag ingestuurd, binnen een paar dagen de analyse in huis. Kijk, dan kan je als teler razendsnel reageren. Dit in tegenstelling tot een drogestofanalyse. Pas vier tot zes weken nadat een tekort aan voedingsstoffen is aangeboden of opgenomen, zal een drogestofanalyse het gebrek tonen.”
Kaliumgift omlaag
Nic de Jong van Fresunto uit Luttelgeest, onderdeel van Red Star, maakt al twee seizoenen op rij gebruik van de metingen. “Daardoor sturen we nu op basis van wat de plant wil. Het klinkt cliché, maar meten is echt weten in dit geval. Ja, dat geeft nieuwe inzichten. Zaken blijken anders in elkaar te steken dan we aanvankelijk dachten. Zo zitten we nu bijvoorbeeld veel lager in onze kaligift. Vroeger was het simpel: hoe meer vruchten, hoe meer kali. Dankzij de metingen weten we dat die verhoging vaak niet nodig is.”
Dit voorbeeld komt Smits bekend voor. Hij weet zeker dat in de glastuinbouw de input van kalium en fosfaat met respectievelijk 30 en 50% omlaag kan. “Met de plantcijfers bij de hand kunnen de drainwaarden makkelijk zakken. Bij voeding van de plant moeten we rekening houden met onderlinge interactie tussen mineralen. Kalium is inderdaad een mooi voorbeeld. Dit element remt direct de opname van calcium en magnesium. Kalium is voor de plantontwikkeling nauwelijks nodig, maar calcium wel! Het maakt cellen hard, zorgt voor stevige vruchten. En stevige vruchten zijn weer beter weerbaar.”
Bij een gewas dat voldoende beschikking heeft over calcium zal neusrot met 80 tot 90% reduceren. De onderlinge verhouding bepaalt dus voor een deel de opname van mineralen. Datzelfde geldt voor fosfaat. Net als bij kalium verdwijnt een overschot niet met de drain, maar blijft rondom de wortels ‘kleven’ en verhindert zo de opname van belangrijke elementen. “Fosfaat remt onder meer ijzer, een noodzakelijk spoorelement voor de kop van een plant. Gele koppen in het najaar? Geen pH-kwestie, maar een overmaat aan fosfaat. Echt, de nuances moeten beter”, meent Smits.
Juiste interpretatie
Alhoewel het gebruik van de plantsapmetingen gestaag toeneemt en het belang ervan zeer zeker wordt onderkend, blijft de daadwerkelijke vertaalslag naar bemestingspraktijk een vaak ‘enge’ stap. Telers zijn zo gewend te kijken naar waarden in hun drain, dat een andere tactiek weerstand oproept. Lage draincijfers maken De Jong al lang niet meer zenuwachtig.
Door de resultaten van de metingen beschikt de teler altijd over de huidige waarden in de plant. Smits: “Mochten zich daadwerkelijk tekorten voordoen, dan is dat zeker met kalium en fosfaat zo opgelost. Ik noem deze elementen altijd ‘snoepjes van de plant’. Een plant vindt ze zo lekker dat wanneer ze worden aangeboden, hij ze direct opneemt.”
Zoals bovenstaande wel duidelijk maakt, is het analyseren van plantsappen niet alleen een kwestie van waarden aflezen, maar zeker ook van interpretatie daarvan. Chemische en fysische kennis zijn bij te schaven middels cursussen en extra begeleiding door teeltadviseurs. Want indien de meetresultaten niet goed worden geïnterpreteerd, verliest de analyse aan effectiviteit.
Monsters van jong en oud blad
Plantsapmeting is een uitermate betrouwbare methode mits er bepaalde regels worden gevolgd. Fresunto stuurt elke week meerdere monsters in. Van het giet-, mat- en drainwater, van jong blad en van oud blad en van jonge vruchten boven uit de plant en rode vruchten van onderen. Alleen met een compleet overzicht kunnen telers en adviseurs de juiste conclusies trekken.
Smits verklaart het belang: “Tekorten aan N, P, K en Mg uiten zich het eerst in oud blad. Daar wordt immers de overmaat opgeslagen. Ondervindt de plant een tekort dan zal het die bepaalde voedingsstof uit zijn oude bladeren onttrekken en transporteren naar het jonge blad. Tekorten zie je dus altijd het eerst onderaan de plant. Als je alleen monsters uit middenblad of nieuw blad neemt, ben je te laat. We roepen telers dan ook duidelijk op monsters van jonge en oude delen apart te verzamelen.”
De Jong ontvangt ongeveer drie dagen na monstername de uitslagen per mail. “Aansluitend hebben we dan een kwartier telefonisch overleg met onze adviseur. Desgewenst passen we samen onze bemestingsstrategie voor de komende week aan. Echt, het is heel prettig werken zo. En bijkomend voordeel: dankzij de lagere kali-en fosfaatgiften besparen we op meststoffen.”
Ecologie en economie
Juist die besparing op meststoffen past prima in het plaatje van Van der Knaap Ecoconsultancy. Zelfstandig adviseur bedrijfsecologie Theo van der Knaap begeleidt bedrijven bij het doorvoeren van de natuurprincipes in bestaande technologische tuinbouwsystemen. “Optimalisatie van bemesting levert naast economische besparingen ook verbeteringen op qua productie en kwaliteit. En de gewasbeschermingskosten reduceren. Van der Knaap: “Ik acht plantsapmetingen dan ook zeker als waardevol component van een duurzame bedrijfsvoering. Vooralsnog zie je de methode vooral in tomaat, paprika en komkommers; de drie grote teeltarealen. Maar ook voor de sierteelt is het interessant. De principes van verdringing van mineralen zijn bij bloemen immers hetzelfde.”
Van der Knaap werkt momenteel met een groep alstroemeriatelers die de transitie van kunstmest naar organische meststoffen wil maken. Dan is monitoren wat er in de plant gebeurt van essentieel belang. “Middels bladsapmeting kunnen we de overstap van kunstmest naar natuurlijke meststoffen veiliger en meer onderbouwd maken. Dit is een leerproces omdat iedere teelt en ieder seizoen anders reageert. En let wel, voeding is slechts één element van de bedrijfsvoering. Wanneer je alles optimaal op elkaar afstemt, kunnen we grote stappen maken op het gebied van plantgezondheid en kwaliteit. Het is nog een nieuw pad en vraagt om meer bewustwording onder de telers.”
Samenvatting
Een plantsapmeting geeft de huidige mineralenopname weer zoals de plant deze op dat moment kan benutten voor zijn groei. De waarden zijn na monstername snel beschikbaar en dus kan de teler direct reageren. Een juiste interpretatie van de cijfers vraagt wel om voldoende chemische en fysische kennis. Vooral de onderlinge reacties tussen elementen zijn van belang. De methodiek is toepasbaar in zowel glasgroente- als sierteelt.
Tekst: Jojanneke Rodenburg. Foto’s: Studio G.J. Vlekke.
[/wcm_restrict]
