Voor telers die vooruit kijken

Verband tussen bloemgeur en slechte houdbaarheid op zijn minst dubieus

Onderbelicht aspect bij ontwikkeling nieuwe soorten
555 0
Verband tussen bloemgeur en slechte houdbaarheid op zijn minst dubieus

De geur van bloemen is een kwaliteitskenmerk dat een belangrijke rol kan spelen bij de aankoop. Toch geuren veel snijbloemen en bloeiende potplanten niet meer. Het is een onderbelicht aspect geworden bij de ontwikkeling van nieuwe soorten. Dat geldt ook voor wetenschappelijke inzichten; over bloemkleur bijvoorbeeld is veel meer bekend dan over de achtergronden van geurontwikkeling.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
Het is een wijdverbreide overtuiging, die je in bloemenwinkels en op beurzen regelmatig kunt beluisteren als antwoord op de vraag waarom zo weinig snijbloemen nog geuren: dat komt doordat geurende bloemen nu eenmaal minder lang houdbaar zijn. Maar klopt dit wel?
Onderzoekers van de universiteit van Florida onderwierpen een aantal jaren geleden rozen uit Colombia en Ecuador aan een groot aantal testen. Er waren rassen bij die sterk geurden of juist helemaal niet. Sommige van de geurende rassen produceerden veel van het verouderingshormoon ethyleen of hadden een hoge ademhaling. Maar er waren ook geurende soorten die juist bijzonder weinig ethyleen produceerden. En de hoogste ademhaling werd gemeten bij een niet geurende roos. Bij alle bloemen registreerden de onderzoekers nauwkeurig de duur van het vaasleven.

Geen verband geur en vaasleven

Meer proeven volgden, met voldoende aantallen om er regressieanalyse (een wiskundige techniek) op los te laten. En daaruit bleek duidelijk: er is geen verband tussen geur en de lengte van het vaasleven. En net zo opmerkelijk: er is ook geen verband tussen vaasleven en ethyleenproductie of ademhaling. Wel bleken er rasverschillen in de gevoeligheid voor ethyleen, zowel de eigen productie als extern toegediend, maar dit had evenmin te maken met het al dan niet geuren. Voor de onderzochte rozen gold de opvatting ‘geuren = korte houdbaarheid’ dus zeker niet.
Iraanse onderzoekers vonden bij de Damascus roos, de bron van rozenolie, geen verband tussen het zetmeelgehalte in de bloembladeren en de mate van geur. Dat ondergraaft de theorie dat de bloem zijn energie (opgeslagen als zetmeel) kan besteden aan ofwel langer leven ofwel aan hevig geuren.
De Amerikaanse onderzoekers zien het aantal geurende snijbloemen al dertig jaar teruglopen. Bij roos is dat zeer opvallend, maar het is ook het geval bij anjer en zelfs freesia is geurloos verkrijgbaar. Ze schrijven het toe aan prioriteiten in de veredeling. Die liggen bij bloemgrootte en -vorm, stengellengte, productiviteit, ziekteresistentie en houdbaarheid. Ergens onderweg is de geur toevallig verloren gegaan.

Geur door vluchtige stoffen

Van nature geuren bloemen om bestuivers aan te trekken. Ze stoten een groot aantal verschillende vluchtige stoffen uit (bij roos zijn 400 stoffen gevonden), gericht op algemene bestuivers (zoals bijen en zweefvliegen), maar ook op zeer specifieke. Een goed voorbeeld van het laatste zijn bloemen die naar rottend vlees ruiken (zoals aasbloemen, Asclepiadaceae) om vliegen aan te trekken.
De verhouding tussen de vluchtige stoffen geeft de bloem zijn specifieke geur. Die verschilt per soort en vaak zelfs per ras. De sterkte van de geur is niet altijd hetzelfde. Hij is afhankelijk van rijpheid, klimaatfactoren, moment van de dag en bestuiving. Bij roos zijn er twee mogelijke ‘geurpatronen’ gedurende het vaasleven. Sommige soorten ruiken aan het begin nauwelijks en stoten bij rijping steeds meer vluchtige stoffen uit. Andere soorten hebben juist aan het begin een sterke geur die daarna verflauwt. Overigens stoten ook niet-geurende rozen grote hoeveelheden vluchtige stoffen uit (zoals 3,5 dimethoxytolueen) die wij niet kunnen waarnemen, maar bijen wel.

Biologische klok

Sommige bloemen geuren altijd even sterk, maar het meest voorkomende patroon is wisseling in sterkte gedurende de dag. Dat wordt gereguleerd door de biologische klok en het licht. Sommige plantensoorten geuren alleen ’s nachts (zoals kamperfoelie, teunisbloem, Brugmansia, Nicotiana). Dat komt omdat ze voor de bestuiving mikken op dieren die ’s nachts actief zijn, zoals nachtvlinders. Ook als je deze planten continu licht geeft, gaat het specifieke geurritme over het etmaal nog dagenlang door; een duidelijke indicatie dat de biologische klok regulerend werkt.
Na bestuiving neemt de geur, die dan geen natuurlijke functie meer heeft, vaak snel af. Bij leeuwenbek en petunia is bewezen dat het niet zozeer om de bestuiving zelf gaat, maar om de bevruchting die het signaal geeft om op te houden met de uitstoot van vluchtige stoffen. In de natuur verliezen de bevruchte bloemen zo hun aantrekkelijkheid en de insecten trekken richting de exemplaren die nog moeten worden bestoven.

Bloemtemperatuur

De meeste geurstoffen horen bij de groepen van terpenen, fenylpropanoïden, benzenoïden en vetzuurderivaten. Ze worden veelal gevormd in de kroonbladeren en dan vrijwel alleen in de bovenste cellaag (epidermis). Andere bloemorganen dragen soms in lichte mate bij aan de geur. Over het mechanisme van de uitstoot is nauwelijks iets bekend. Opvallend is dat sommige Araceae de bloemtemperatuur kunnen laten stijgen. Bij Philodendron scandens (een bekende kamerplant) is 46°C waargenomen (bij een lage omgevingstemperatuur). De plant bereikte deze temperatuur door flinke hoeveelheden reservevoedsel, vooral vetten, op te stoken.

Vruchtgroenten

Bij vruchtgroenten speelt de bloemgeur waarschijnlijk geen rol bij het aantrekken van bestuivers. Insecten worden behalve door de geur ook door de kleur van de bloem gelokt, die ze totaal anders waarnemen dan mensen; ze kunnen bijvoorbeeld heel goed ultraviolet zien en bloemen hebben vaak ultraviolette ‘honingmerken’ speciaal gericht op bijen, hommels en zweefvliegen.
Overigens speelt de geur van de steeltjes bij trostomaten een belangrijke rol als verleider in de winkel, een goede reden om zulke trostomaten niet in luchtdichte folie in te pakken.

Samenvatting

Het aantal geurende snijbloemen is sterk afgenomen. Amerikaans onderzoek toont aan dat er geen verband is tussen geur en houdbaarheid bij verschillende rozen. Van nature geuren bloemen om bestuivers aan te trekken; ze stoten honderden vluchtige stoffen uit, vaak in een bepaald ritme. Bij bestuiving van vruchtgroenten speelt de bloemgeur geen rol.

Tekst: Ep Heuvelink (Wageningen Universiteit) en Tijs Kierkels. Foto’s: Wilma Slegers





[/wcm_restrict]

Gerelateerd

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd