Voor telers die vooruit kijken

Plantgezondheid als kernwaarde in de biologische teelt onder glas

‘Teeltzekerheid is belangrijker dan een hoge productie’
439 0
Plantgezondheid als kernwaarde in de biologische teelt onder glas

De nieuwe vereniging Bioglasteelt, die eind 2017 is opgericht, is er niet alleen voor het behartigen van de belangen van biologische telers onder glas. Het gezond houden van de plant is voor de biologische teler wellicht nog een grotere uitdaging dan voor de gangbare teler onder glas. “Door kennis uit te wisselen, kunnen we veel van elkaar leren. Zeker op het gebied van plantgezondheid”, stelt voorzitter Leo Verbeek.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
Alles draait om voorkomen in plaats van genezen. “Het is een groot aandachtspunt op onze bedrijven”, zegt Verbeek. Op zijn eigen bedrijf BioVerbeek in Velden, dat hij runt met zijn twee broers, is plantgezondheid zelfs tot een van de kernwaardes verheven. “Onze medewerkers scouten erg regelmatig om elke plaag en elke ziekte zo vroeg mogelijk op te merken. We hebben voor iedere teelt onze specialisten. Daarnaast zetten we erg in op vruchtwisseling. We telen tomaten, paprika’s en komkommers op drie locaties. Dat roteren we na iedere teelt. Daarbij verhuizen de paprikamensen mee met de paprika’s, de tomatenmensen met de tomaten enzovoort. Het hele bedrijf is erop ingericht om plagen en ziekten te voorkomen.”
Dat begint bij de bodem, voegt Ron van Dijk uit Schalkwijk eraan toe. Hij teelt tomaten, aubergines en paprika’s op 4 ha onder glas, verspreid over twee locaties en is tevens bestuurslid van de in december opgerichte vereniging. “De grond moet voldoende organische stof en meststoffen bevatten. Een goed evenwicht in de bodem zorgt voor een weerbaardere plant.”
Hij laat daarvoor speciaal compost maken. “Ik heb dat uitbesteed, want het is een vak apart.”
Maar met goede compost ben je er nog niet, benadrukt hij. “Het is niet zo dat als je twee keer zoveel goede compost gebruikt, dat het dan supergoed wordt. Dat werkt eerder averechts.”

Samenspel

Dat is vooral de uitdaging voor de biologische teler onder glas. Het is niet één druk op de knop en de plaag is verdwenen. Het gaat om het samenspel tussen allerlei verschillende componenten in de kas.
Die ervaring heeft ook biologische teler Rob van Paassen. In Oude Leede, gemeente Pijnacker, heeft hij 1 ha onder glas. Van half maart tot half september teelt hij vruchtgewassen: komkommer, paprika en pepers. In de winter staan er bladgewassen in zijn kas, zoals sla, paksoi en winterpostelein. “Ik heb de kou die de winter met zich meebrengt nodig om plagen en ziekten te bestrijden. Het zijn allemaal kleine maatregelen die je neemt en die samen het grote geheel mogelijk maken”, gaat hij verder. “Het moet allemaal in elkaar passen. Het duurt lang voordat je erachter komt wat werkt en wat overbodig is.”

Mozaïek wieden

Zo heeft de teler een regenleiding boven de bladgewassen hangen om ze in de winter van water te voorzien. In de zomer, vooral van half mei tot half juni, wanneer de luizendruk erg hoog is, gebruikt hij het water echter ook. Hij geeft zijn vruchtgewassen een broesje. “Dat vinden de luizen niet fijn en de biologische bestrijders houden wel van wat luchtvochtigheid.”
Ook doet hij aan mozaïek wieden. “Vroeger wiedde ik in een keer al het onkruid weg, maar daardoor hadden mijn biologische bestrijders het ook moeilijker, omdat die vaak in het onkruid leven. Nu wied ik om de twee weken het ene pad wel en het andere pad niet. Hierdoor gebruik ik ook de goede eigenschappen van onkruid en dat komt de biodiversiteit in de kas ten goede. Zo zie je, alles hangt met elkaar samen. Het gaat om de kringloop.”

Teeltzekerheid

Het gebruik van resistente rassen en geënte onderstammen zijn bijna gemeengoed in de biologische teelt onder glas. “Je moet het jezelf niet te moeilijk maken”, stelt van Dijk. Hij gebruikt een trostomatenras, dat resistent is tegen valse meeldauw. Ook gebruikt hij resistente onderstammen tegen aaltjes en kurkwortel, zelfs bij zijn paprika’s. “Dat komt in de gangbare teelt niet veel voor, maar ik denk dat 80 tot 90% van de biologische telers het wel doet. Bij ons draait het om teeltzekerheid in plaats van meer kilo’s. We hebben al voldoende problemen met wittevlieg en luis. Als er dan een resistent ras of een onderstam voor handen is, dan maak ik daar zeker gebruik van.”
Ook Van Paassen kiest voor de meeste resistente gewassen. Zo teelt hij paprika’s van het ras Nagano, die meeldauwresistent zijn. “Daardoor hoef ik niet te zwavelen en heb ik weer minder kans op luis.”

Zoektocht

Toch blijft het voor elke biologische teler elk jaar weer een zoektocht om de meest optimale omstandigheden in de kas te creëren met de minste ziektedruk. “De werkwijze in de biologische teelt blijft een optelsom van wat mogelijk is. Geregeld komt er een nieuw product op de markt en dat lijkt dan het ei van Columbus, maar vaak is het duur en valt het toch tegen. Ieder jaar is voor de biologische teler weer een uitdaging”, weet Ewoud van der Ven van Delphy.
Zo is Tuta absoluta in tomaat al een paar jaar een hardnekkige plaag onder biologische telers. “Er is geen oplossing voor”, zegt Van der Ven. “Tracer kan uitkomst bieden, maar na een paar keer inzetten, wordt het effect toch minder. Biologisch dynamische telers mogen zelfs geen Tracer gebruiken. Voor hen is het bijna onmogelijk om het probleem te beheersen.”
Maar voor de ‘gewone’ biologische teler is de mineermot eveneens een uitdaging. “Telers proberen de motten weg te vangen met vanglampen of proberen ze op te zuigen met ventilatoren. Soms redden ze het net, maar ik zie er ook teelten aan kapot gaan. Deze plaag is echt een bedreiging voor de teelt van de biologische tomaat in Nederland.”

Kennisuitwisseling

Vereniging Bioglasteelt moet daarop inspelen, stelt voorzitter Verbeek. “Het gaat tevens om kennisuitwisseling. Het is belangrijk dat we van elkaar blijven leren om zo de problemen gezamenlijk op te kunnen pakken.”
Informeel deden de telers al veel dingen samen, maar met een eigen rechtsvorm sta je sterker, stelt hij. “Wil je alle biologische telers onder glas bereiken en met gezamenlijke stem spreken, dan moet je iets formeels organiseren. Op deze manier kunnen we de bedrijfsbelangen die specifiek voor biologisch gelden, beter behartigen. We kunnen onze problemen nu op het juiste bordje leggen. Ik bedoel, LTO behartigt andere belangen dan Biohuis en Bionext, terwijl we als telers onder beide vallen.”
De vereniging zal als onderdeel van Biohuis en Bionext naast bestaande partners LTO Glaskracht Nederland en LTO Nederland opereren. Dat er behoefte is aan een vereniging, blijkt al uit het aantal aanmeldingen. Dertien telers, die samen 65 ha van de in totaal 130 ha biologische teelt onder glas vertegenwoordigen, hebben zich al aangemeld. Bestuurslid Van Dijk. “Het is belangrijk dat onze belangen goed worden behartigd. Samen sta je sterk. Daarnaast kan kennisuitwisseling je alleen maar versterken. Dat komt iedere teler ten goede.”

Samenvatting

Kennisuitwisseling wordt een belangrijk item van de in december opgerichte vereniging Bioglasteelt. Zeker als het gaat om plantgezondheid is het uitwisselen van ervaringen een belangrijk aspect bij biologische telers onder glas. De aanpak van ziekten en plagen is een samenspel van verschillende componenten. Telers kunnen en moeten van elkaar leren.

Tekst: Marjolein van Woerkom. Foto’s: Lé Giesen.





[/wcm_restrict]

Gerelateerd

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd