Voor telers die vooruit kijken

Meer resistente rassen gewenst voor terugdringing middelengebruik

Alle nieuwe aangemelde rassen getoetst op resistenties
443 0
Meer resistente rassen gewenst voor terugdringing middelengebruik

Een bestaande rode roos en een nieuwe rode roos met meeldauwresistentie kunnen exact dezelfde uiterlijke kenmerken hebben. Alleen een goede toets maakt het verschil tussen die twee duidelijk. Toetsen behoort tot het dagelijks werk van Naktuinbouw. Dat gebeurt nu voornamelijk met de hand door kiemplantjes te besmetten. Maar de voortschrijdende veredeling vraagt om gelijkwaardige toetsen op DNA-niveau.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]

In de kassen en op de proefvelden in Roelofarendsveen staat een bonte variëteit aan gewassen. Slarassen die in bloei staan, of volwassen grofbladige onderstammen van tomaten, naast zelftoppers. Dit is het terrein van Amanda van Dijk, DUS-manager en Wim Sangster, specialist DUS Groentegewassen (zie kader). Zij onderzoeken of nieuwe producten die de keuringsinstantie krijgt aangeboden zich onderscheiden van bestaande rassen. Hun team bestaat op dit moment uit 35 medewerkers.

Een belangrijk thema in de zoektocht naar nieuwe rassen is het inbouwen van resistenties tegen ziekten. Bij de veredeling van groentezaden is dit principe diep verankerd. Denk maar aan de vele fysio’s van Bremia (het wit) in sla en de jarenlange inspanningen die veredelaars verrichten om hun rassen daarop te selecteren. Resistenties zijn een belangrijk handvat om planten gezond te houden en chemische gewasbescherming terug te dringen. Voor de meeste groentegewassen zijn resistenties een voorwaarde voor de levensvatbaarheid van een nieuw ras.

Situatie sierteelt

De veredeling van bloemisterijgewassen heeft van oudsher een andere drijfveer. Daar waren de meeste inspanningen gericht op de sierwaarde, zoals een afwijkende bloemvorm of kleur of een sterker en productiever gewas. Er valt nog een wereld te winnen als het om ziektes gaat. De moeilijkheidsgraad is bovendien hoog, omdat het assortiment enorm breed is en sterk wordt beïnvloed door trends. Bovendien zijn er naast een paar grote veredelaars veel middelgrote en kleine veredelingsbedrijven die geen biotechnologische afdeling hebben of de kennis ontberen om resistentieveredeling te doen.

Om het totale verbruik van gewasbeschermingsmiddelen terug te dringen, stimuleert de overheid juist de resistentieveredeling in bloemisterijgewassen. Daarom biedt deze keuringsinstantie aan om veredelingsproducten te toetsen op resistentie, zodat bedrijven weer verder kunnen veredelen met gezonde lijnen.

In de praktijk is het toetsingsonderzoek voornamelijk handwerk. “We laten de aangeleverde zaden kiemen en inoculeren (besmetten) ze met bijvoorbeeld een schimmel. Ook stekken kunnen wij toetsen”, vertelt Van Dijk. Tien dagen na het zaaien worden de kiemplantjes besmet en na 21 dagen worden ze beoordeeld. De plantjes die overleven zijn bestand tegen deze schimmel. Iedere ziekte heeft zijn eigen toetsmethode.

Protocol

De toetsing kan ook een controlehandeling zijn, waarbij bedrijven al weten dat hun ras resistent is, of juist vatbaar. De toetsing is dan een formaliteit, zodat de juiste informatie in de rasbeschrijving komt te staan. “We toetsen één keer. Meestal klopt de opgegeven informatie. Treedt er toch een fout op, dan is die meestal van administratieve aard”, legt Sangster uit.

De toetsmethode wordt internationaal afgestemd en erkend. Dat is van groot belang, omdat zo ieder land op dezelfde manier beslissingen neemt over onderscheidbaarheid, uniformiteit en stabiliteit.

De zeer betrouwbare toetsmethode is echter nog geen overtuigend bewijs dat een plant niet of verminderd vatbaar is. Een kiemplantje dat de toets niet overleeft kan ook om een andere reden doodgaan. Het is dus niet meer dan logisch dat toetsing in de toekomst steeds vaker op DNA-niveau zal plaatsvinden. “We kunnen dan met zekerheid vaststellen dat een stukje DNA correleert met het kenmerk dat je zoekt”, vertelt Van Dijk. “Bovendien gaat dit proces sneller.”

Die combinatie van snelheid en betrouwbaarheid is erg belangrijk bij de steeds toenemende veredelingsinspanning op het gebied van resistentie. DNA-onderzoek klinkt eenvoudiger dan het is. Soms ligt een eigenschap op één gen, soms is het een combinatie van genen die de onvatbaarheid bepaalt.

Nieuwe technieken

Nieuwe veredelingstechnieken maken het beschrijven van nieuwe rassen lastiger, omdat er minder verschillen zijn. Met bijvoorbeeld de Crispr-Cas9 methode kan de veredelaar heel gericht een stukje uit het DNA knippen en een ander stukje terugplakken. Dat kleine toegevoegde stukje kan een resistentie bevatten. “Je ziet vervolgens geen verschil in uiterlijke kenmerken tussen de oorspronkelijke plant en het verbeterde nieuwe ras”, weet Van Dijk. “Een goede toetsmethode moet dan het verschil tussen beide rassen duidelijk maken. Dat kan met zowel een traditionele toets, als met een DNA-onderzoek.”

Op 25 juli 2018 deed het Europese Hof uitspraak dat deze veredelingsmethode moet worden gezien als genetische modificatie en dus aan strenge regelgeving moet voldoen. Veredelingsbedrijven wereldwijd hebben deze techniek allang omarmd en zien het als verlengstuk en een versnelling van de klassieke veredeling.

Tijd winnen

Even snel of nog sneller dan de resistenties die veredelaars inbouwen, zijn de veranderingen die ziekteverwekkers zelf ondergaan om te overleven. Van Dijk: “Is er sprake van een nieuwe fysio met bijbehorende onvatbaarheid dan zullen we deze eerst goed definiëren. Vervolgens moet deze worden overgenomen in het internationale protocol. Dat kost tijd en overleg. We moeten zeker weten dat we betrouwbaar kunnen bepalen welke rassen vatbaar zijn en welke niet.” Dat lijkt lastig, meent Sangster. “Maar in de praktijk duurt het veredelingsproces naar nieuwe resistenties even lang.”

Beiden merken dat veredelingsbedrijven de weg naar de keuringsinstantie goed weten te vinden. Ze kunnen nieuwe rassen in ieder land aanmelden, maar kiezen toch vaak voor Roelofarendsveen. Dat komt door de expertise die in Nederland aanwezig is en de ruimte voor overleg. Door goed en tijdig overleg hoopt het instituut langdurige procedures te verkorten en aan te laten sluiten op de praktijk.


Onderscheidbaarheid, uniformiteit en stabiliteit

DUS-onderzoek is het technische onderzoek dat voorafgaat aan opname in de Europese rassenverkeerslijst (groente) en eventuele toekenning van kwekersecht (alle gewassen).

De afkorting staat voor Distinctness, Uniformity en Stability, ofwel onderscheidbaarheid, uniformiteit en stabiliteit. Naktuinbouw doet dit onderzoek in opdracht van de Raad voor plantenrassen of het Europese CPVO (Community Plant Variety Office).

Als de resistentie deel uit maakt van het internationale DUS-protocol, dan voldoen twee rassen die uiterlijk precies gelijk zijn en alleen verschillen in die vatbaarheid aan de eis van onderscheidbaarheid. Ze kunnen dan beide een naam krijgen en onder hun eigen naam worden verhandeld. Voor tomaat zijn er alleen voor het uiterlijk al 42 kenmerken en daarnaast nog eens 25 resistentiekenmerken. In de rasbeschrijving zijn al deze kenmerken genoemd.


Samenvatting

Resistentieveredeling is een onmisbaar instrument om chemische gewasbescherming terug te dringen. De overheid stimuleert dit daarom met name in bloemisterijgewassen. Alle nieuwe aangemelde rassen worden getoetst op resistenties. Daarnaast helpt Naktuinbouw veredelingsbedrijven met het toetsen van nieuwe lijnen als zij dit zelf niet kunnen. De intensieve samenwerking zorgt ervoor dat de protocollen rond rassenbeschrijving sneller kunnen worden aangepast en uitvoerbaar blijven.

Tekst en beeld: Pieternel van Velden.





[/wcm_restrict]

Gerelateerd

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd