Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat kwam onlangs met de boodschap dat veel grootverbruikers in de tuinbouw van het Groningse gas af moeten. De vraag is hoe dit ‘gat’ moet worden opgevuld: door hoogcalorisch gas om te zetten naar laagcalorisch gas, door te switchen naar hoogcalorisch gas of moeten telers toch alle pijlen richten op verduurzaming? Volgens diverse betrokkenen is dit laatste sowieso een must voor de lange termijn, maar is de overheid aan zet om een goede ‘gasoplossing’ te vinden voor de tussenliggende periode.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
De gasmarkt bestaat uit hoog- en laagcalorisch gas. Deze calorische waarde staat synoniem voor de stookwaarde van de brandstof. “Van oudsher zijn de meeste tuinbouwbedrijven aangesloten op het laagcalorische net; hier zijn ook alle ketels en WKK’s op afgesteld”, zegt Rein Tichelaar van Zantingh, fabrikant van gasbranders, warmtewisselaars en CO2-doseringsapparatuur voor onder meer de glastuinbouw. “Op het hoogcalorisch net zitten slechts enkele glastuinbouwclusters en échte grootverbruikers zoals bijvoorbeeld Tata Steel.”
Het laagcalorisch gas is afkomstig uit Groningen en uit het buitenland. “Op jaarbasis verbruiken we in ons land zo’n veertig miljard kuub laagcalorisch gas. Ongeveer de helft komt uit Groningen; dit noemen we het G-gas”, legt Rob van der Valk, beleidsspecialist Energie bij LTO Glaskracht, uit.
Het Staatstoezicht op de Mijnen adviseerde de regering begin dit jaar om, met het oog op de veiligheid van de Groningers, de productie uit het Groningen-gasveld zo snel mogelijk te beperken tot 12 miljard kuub per jaar. Minister Wiebes reageerde hierop door tweehonderd grootverbruikers een brief te sturen met de mededeling dat zij uiterlijk in 2022 moeten stoppen met het gebruik van gas uit Groningen. Volgens LTO Glaskracht hebben in ieder geval enkele glastuinbouwclusters deze brief ontvangen: Agriport A7, Bergerden, Luttelgeest en Nieuw Prinsenland in Dinteloord.
Meerdere opties
De vraag is wat het wegvallen van het Groningse gas betekent voor de tuinbouw en op welke manier de sector dit kan opgevangen. Volgens Van der Valk zijn er meerdere opties. “Hoewel vaak wordt gesuggereerd dat de tuinbouw dan dus moet overstappen op hoogcalorisch gas, is dat niet automatisch het geval. Met de bouw van een extra stikstofinjector door de overheid – er staan er al een aantal, maar de capaciteit hiervan is onvoldoende – is het bijvoorbeeld mogelijk om hoogcalorisch gas om te zetten naar laagcalorisch gas. Daar wordt al langer over gesproken en we hebben goede hoop dat deze injector er gaat komen. Hiermee zou zes à zeven miljard kuub laagcalorisch gas per jaar kunnen worden geleverd. Dan kun je het wegvallen van het Groninger gas dus al grotendeels opvangen. En telers blijven dan gewoon laagcalorisch gas verstoken.”
Wanneer de bouw snel start, kan zo’n injector volgens Van der Valk voor 2022 klaar zijn. “Daarnaast kan de overheid de exportcontracten voor laagcalorisch gas uit Groningen versneld afbouwen, waardoor we in Nederland meer gas tot onze beschikking hebben.”
Kwaliteitsissues
Komt er geen extra stikstofinjector, dan zullen telers en andere gasverbruikers versneld moeten overschakelen naar hoogcalorisch gas. Det vereist aanpassing van de gasinstallaties. “De plannen om hoogcalorisch gas uit het buitenland te gaan inzetten, liggen er al lang”, zegt Tichelaar. “Maar technisch gezien vergt dit nogal wat, aangezien de kwaliteit van hoogcalorisch gas sterker varieert. Dat vergt aanpassingen aan ketels en WKK’s. De meet- en regelapparatuur die daarvoor op dit moment beschikbaar is, is nog erg duur en daarom geen optie voor individuele tuinbouwbedrijven. Om die reden is vanuit de installatiebranche met de vorige minister van Economische Zaken afgesproken dat de branche tot 2030 de tijd zou krijgen om een betaalbare oplossing te ontwikkelen. In 2030 wordt het gasnet namelijk opengesteld voor alle soorten hoogcalorisch gas, wat betekent dat alle branderinstallaties hier dan op moeten zijn aangepast. Maar nu wordt dit moment voor de grootverbruikers dus wellicht naar voren gehaald. Dat kan ondernemers flink op kosten jagen.”
Verandersnelheid
Het baart Tichelaar tevens zorgen dat nog geen garanties zijn afgegeven over de kwaliteit van het hoogcalorisch gas. “Hier rept Wiebes met geen woord over in zijn brief naar grootverbruikende telers. Ook al zet je speciale meet- en regelapparatuur in, dan nog moet de kwaliteit altijd binnen een bepaalde bandbreedte blijven. Anders raakt de ketel bijvoorbeeld onder- of overbelast, wat ten koste gaat van rendement en nadelig kan zijn voor bijvoorbeeld de NOx-uitstoot.”
De organisatie voor glastelers erkent het geschetste probleem. “De wet bevat helaas nog geen beperking op de verandersnelheid van de gassamenstelling”, zegt Van der Valk. “In het hoogcalorische gasnet kunnen ‘proppen’ aardgas van verschillende gaskwaliteit langskomen; de ene keer uit de Noordzee, de andere keer uit een LNG-installatie en dan uit Rusland. Dat is een punt van zorg.”
De beleidsspecialist Energie benadrukt dat als telers voor 2022 aan de slag moeten met hoogcalorisch gas, de overheid de benodigde investeringen moet vergoeden. “Anders ontstaat waarschijnlijk een juridische discussie over de kosten. Die kan lang duren.”
Verduurzaming
Naast de geschetste opties komt de transitie naar een duurzame energievoorziening nog meer in beeld door het wegvallen van het Groningse gas. Edwin Valkenburg, projectontwikkelaar warmte bij AgroEnergy, noemt dit zelfs ‘de enige weg’. “We moeten ons niet alleen richten op de ‘Groningse kwestie’. Het probleem zoals dat is aangekaart in Parijs, lossen we daar immers niet mee op. En in de brieven van Wiebes klinkt bovendien door dat de sector op lange termijn helemaal van het gas af moet.”
Inzetten op verduurzaming heeft ook de voorkeur van LTO Glaskracht. “Energiebesparing in de teelt is hierbij heel belangrijk”, zegt Van der Valk. “Bijvoorbeeld door te investeren in energieschermen, daarnaast zal het belang van Het Nieuwe Telen groeien.”
Warmte-infrastructuur
Verder moet volgens partijen worden ingezet op duurzame warmtebronnen, waaronder geothermie, biomassa en restwarmte. Valkenburg is ervan overtuigd dat de sector op korte termijn grote stappen kan zetten op dit vlak. “Maar om dit te realiseren is wel een goede warmte-infrastructuur nodig. Op deze manier kun je koppelingen maken tussen bijvoorbeeld de restwarmte in het havengebied van Rotterdam en de Randstad en de tuinbouw in West- en Oostland. Ook is het dan mogelijk om losse initiatieven en kleine netwerken met elkaar te verbinden, daarnaast zullen sneller nieuwe warmtebronnen worden gecreëerd en aangesloten.”
Voor een commerciële partij is investeren in een dergelijke warmte-infrastructuur volgens Valkenburg nog te riskant. “Ook omdat je een netwerk wilt aanleggen dat ‘toekomstproof’ is, waar meerdere initiatieven bij kunnen aanhaken. Dat vergt een uitgebreider netwerk, dat in eerste instantie mogelijk overgedimensioneerd is, oftewel te veel capaciteit heeft. Doordat dit een onrendabele top met zich meebrengt, is financiële ondersteuning door de overheid een must.”
Verantwoordelijkheid nemen
Maar ook op andere punten moet de overheid bijspringen om een duurzaamheidsslag te kunnen maken. Zo is het volgens Valkenburg wenselijk dat er een subsidie wordt verstrekt voor het benutten van industriewarmte, die telers dan deels kunnen benutten voor het aanleggen van een warmtenetwerk.
AgroEnergy en LTO Glaskracht benadrukken verder het belang van een gegarandeerde en landelijk dekkende CO2-voorziening. “Om de overstap naar duurzame warmtebronnen mogelijk te maken, moet de overheid helpen bij het afvangen van CO2, bij het realiseren van extra CO2-transportnetten in de grote clusters en zorgen voor een efficiënt leveringssysteem naar alle andere bedrijven”, benadrukt Van der Valk.
Een ander punt dat wordt genoemd is dat industriële bedrijven hun overtollige warmte beschikbaar moeten stellen voor warmtenetten. “De bedrijven in bijvoorbeeld de Rotterdamse haven moeten hun verantwoordelijkheid nemen. Warmte die je over hebt, zomaar de lucht in blazen, is niet meer van deze tijd”, zegt Hans Koolhaas van LKP Plants in Moerkapelle. Hij is een van de ondernemers die in de Zuidplaspolder samen een warmtenet willen realiseren om restwarmte uit de Rotterdamse haven af te nemen.
Tariefstructuur
Tenslotte moet elektrificatie volgens AgroEnergy en LTO Glaskracht interessanter worden gemaakt, vooral voor belichtende bedrijven. Hiervoor is aanpassing van de tariefstructuur nodig, zegt Van der Valk. “Nu worden pieken in de elektriciteitsvraag te zwaar geprijsd waardoor ondernemers ervoor kiezen om met de WKK te blijven werken.”
Alle genoemde zaken zijn volgens Valkenburg de afgelopen tijd door sectorpartijen aangekaart bij de Rijksoverheid. “Wiebes heeft duidelijk gemaakt dat het gasverbruik echt omlaag moet en dat partijen dit samen moeten doen. Hiermee legt hij zichzelf ook een verplichting op: de overheid kan wel eisen dat wij van het gas af gaan, maar moet dan wel haar verantwoordelijkheid nemen en ons ondersteunen op de genoemde punten.”
Tussenoplossing
Hoewel partijen het eens lijken te zijn dat de komende jaren nóg meer moet worden ingezet op verduurzaming, is duidelijk dat dit traject tijd vergt. In 2022 zal de tuinbouw sowieso niet volledig van het gas af zijn. De belangenorganisatie gaat ervan uit dat een energieneutrale glastuinbouw in 2040 haalbaar is. “Voor de tussentijd moet er dus nog wel een oplossing komen voor het wegvallen van het gas uit Groningen”, zegt Van der Valk. “Of die ligt in hoog- of laagcalorisch gas, is aan de minister. We gaan ervan uit dat hier snel duidelijkheid over komt. Na zijn verrassingsactie kan Wiebes ons niet een jaar in onzekerheid laten zitten.”
Koolhaas benadrukt dat de brief van minister ook een kans is voor de glastuinbouw. “Deze boodschap biedt ons de mogelijkheid om verdere stappen te zetten richting een duurzame energievoorziening. En dat sámen met de overheid.”
Samenvatting
Grootverbruikers in de tuinbouw moeten in 2022 van het Gronings gas af zijn. De inzet van hoogcalorisch gas is een alternatief. Dit moet dan wel – via een door de overheid te bouwen stikstofinjector – worden omgezet naar laagcalorisch gas. Een andere optie is dat telers hun ketels en WKK’s aanpassen voor hoogcalorisch gas, wat erg kostbaar is. Telers moeten focussen op een duurzame energievoorziening, maar hulp van de overheid is een must. Een tuinbouwsector zonder gas is vóór 2022 immers niet haalbaar.
Tekst: Ank van Lier. Foto’s: Vidiphoto en Studio G.J. Vlekke.
[/wcm_restrict]
