Voor telers die vooruit kijken

De bestrijding van hyperparasieten: zoeken naar het lekkerste geurtje

Biologische gewasbescherming ernstig bemoeilijkt
705 0
De bestrijding van hyperparasieten: zoeken naar het lekkerste geurtje

Hyperparasieten in het gewas kunnen de biologische gewasbescherming volledig ontregelen. In Nederland kunnen de telers van paprika daarover meepraten. Maar waar hoop is, is leven: in oktober 2015 ging een meerjarig en fundamenteel onderzoek van start. Dat probeert de interacties van hyperparasieten met hun omgeving te ontrafelen. Als die voldoende bekend zijn, kunnen bijvoorbeeld lokstoffen een oplossing bieden.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]

Wat is het probleem? Planten trekken plaaginsecten aan. Om die te elimineren of tenminste onder controle te houden, zetten telers bestrijders in. Maar de bestrijders kunnen ook worden bedreigd door andere insecten, de zogenaamde hyperparasieten.
In Nederland gaat het om hyperparasieten die schade toebrengen aan de sluipwespen die luizen bestrijden in paprika. Denk aan bijvoorbeeld Aphelinus abdominalis, Aphidius ervi en Aphidius colemani. Onder uiteenlopende handelsnamen zijn ze voor telers beschikbaar. De hyperparasieten doen afbreuk aan de vooruitgang die in het biologisch bestrijden van bladluizen werd geboekt.

Kwetsbare bestrijders

In een gezamenlijk onderzoek proberen Koppert Biological Systems en het Nederlandse Instituut voor Ecologie (NIOO, zie kader) nu de levenswijze en de gedragingen van hyperparasieten te doorgronden.
“Het grote probleem is dat de hyperparasieten al vroeg in het seizoen in het nog jonge gewas opduiken. De luisbestrijders hebben dan nog geen sterke populaties opgebouwd en zijn kwetsbaar voor de aanvallen van de hyperparasieten.”
Dat zegt Roxina Soler. Zij is teamleider in Kopperts R&D-afdeling Microbiologie, is specialist in de interacties tussen planten en microben en deed in het verleden bij het NIOO veel ervaring op in terrestrische ecologie en entomologie. “Als de bestrijders geen sterke populaties kunnen opbouwen, heeft de teler geen goed wapen als de luizen massaal komen opzetten. Noodgedwongen moet hij dan uitwijken naar een chemische bespuiting. Het gevolg is schade aan de opgebouwde biologische evenwichten. Niet alleen de bestrijders van luizen hebben daarvan te lijden, ook de natuurlijke vijanden van bijvoorbeeld spint, trips en wittevlieg kunnen er een tik van oplopen. In het ergste geval wordt het evenwicht helemaal verwoest.”

Twee belangrijke hyperparasieten

Geen teler die een dergelijk risico wil lopen. Wanneer het probleem zich aandient, zullen veel telers ervoor kiezen om extra bestrijders van bladluis in te zetten. Dat heeft wel een keerzijde: de kostprijs van de biologie wordt stukken hoger en maar zeer weinig telers hebben daar onbeperkt de ruimte voor.
Het onderzoeksproject ging in oktober 2015 van start, voor een groot deel gefinancierd door technologiestichting STW. Het project moet de levenswijze en de gedragingen van de twee belangrijkste hyperparasieten in beeld brengen. Dit zijn Dendrocerus aphidum en Asaphes vulgaris. De insteek is logisch: als over deze hyperparasieten meer bekend is, kan wellicht een effectieve bestrijdingsmethode worden ontwikkeld en is het probleem opgelost.

Hoe doen ze het?

Het in biologische gewasbescherming gespecialiseerde bedrijf en het onderzoeksinstituut richten hun onderzoek vooral op de vraag op welke manier de hyperparasieten hun gastheren, de bestrijders van bladluis, weten te vinden. ‘Hoe doen ze dat?’ was de centrale onderzoeksvraag.
Onderzoekster Martine Kos van het NIOO vond uit dat het via de reuk en geurstoffen blijkt te gaan. Hyperparasieten blijken een zeer gevoelig reukorgaan te hebben. Ze worden aangetrokken door planten met bladluizen en door planten met bladluizen-plus-bestrijders, maar of ze daarin een voorkeur hebben, is nog onbekend. De hyperparasieten worden in ieder geval niet aangetrokken door schone planten (zonder bladluizen). Ze kunnen dus heel goed ruiken of er potentieel gastheren (sluipwespmummies) aanwezig zijn.

Slimme strategie

Een slimme strategie is de hyperparasieten met een lokstof weg te houden van planten met bestrijders. Dan valt de bron waaruit de larven zich voeden (de adulten leven voornamelijk op nectar en honingdauw) immers weg en stokt de populatieopbouw. Nog beter is de hyperparasieten weg te lokken én ze te vangen en te doden.
Martine Kos: “Het is zeker een kansrijke strategie, maar hij moet wel vroeg in het seizoen toepasbaar zijn. Als het gewas namelijk opgroeit, gaat het sterker ruiken. Uiteindelijk is de geur van het gewas zo dominant dat hij alle andere geuren overheerst. Een lokstof die de hyperparasieten moet aantrekken, komt er dan niet meer doorheen. Een bruikbare lokstof moet dus bij voorkeur vroeg in het seizoen werkzaam zijn. Dan kan de teler hyperparasieten wegvangen die in de kas hebben overwinterd en kunnen ze geen populatie opbouwen.”
In een later stadium zullen de onderzoekers ook naar feromonen kijken. Hun aantrekking is vaak erg sterk en de geur van een feromoon kan veel beter door de geuren van het gewas heenkomen.

Zoeken naar geuren

Soler en andere onderzoekers zoeken nu naar geuren waar de hyperparasieten op afkomen. Een breed opgezette zoektocht is het. Zo kijken de onderzoekers naar gecultiveerde paprika’s, naar wilde varianten van dit gewas, maar ook naar een gewas als tarwe waarin de twee schadelijkste hyperparasieten eveneens te vinden zijn.
“Het is een zeer complex onderzoek. Zo is gebleken dat de bestrijders niet alleen in hun volwassen stadium geurstoffen afgeven die de hyperparasieten aantrekken, maar ook in het stadium van mummies”, zegt Soler. Ook de geurstoffen daarvan zijn door de hyperparasieten te ruiken. “Daar moeten we natuurlijk eveneens naar kijken, het kan ook mogelijkheden bieden om – uiteindelijk – een lokstof te vinden of te ontwikkelen die zeer effectief is. Er zijn werkelijk honderden mogelijkheden en geen enkele kunnen we overslaan.”

Meer kennis nodig

Om verder te komen, is volgens de onderzoekster allereerst nog meer kennis nodig van de levenscyclus en vooral van het zoekgedrag van de hyperparasieten. Zij sluit niet uit dat de aanpak via lokstoffen niet de enige mogelijke bestrijding van hyperparasieten zal zijn. “Naarmate we meer te weten komen van de hyperparasieten, ontstaan wellicht ook andere ideeën en nieuwe invalshoeken voor de bestrijding.”
Het onderzoek ging in oktober 2015 van start en duurt vier jaar. Gezien de voortgang tot nu toe sluiten Soler en Kos niet uit dat de sector in 2019 over een lokstof beschikt die de hyperparasieten nadrukkelijk een halt toeroept.


Duurzame ecosystemen

Het NIOO is één van de grootste instituten van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen. Ruim driehonderd onderzoekers doen in Wageningen fundamenteel en strategisch ecologisch onderzoek. Zij zoeken naar de mechanismen die het functioneren van ecosystemen bepalen en naar nieuwe manieren om de biodiversiteit en de duurzaamheid van zowel natuurlijke als aangelegde ecosystemen te bewaren en te versterken. De onderzoekers komen graag in contact met telers die meer van hyperparasieten willen weten of aan het onderzoek willen bijdragen, bijvoorbeeld door veldproeven op hun bedrijf mogelijk te maken. (M.Kos@NIOO.KNAW.nl.)


Samenvatting

Hyperparasieten van luisbestrijders vormen een steeds groter probleem in de teelt van paprika. Zij kunnen de hele biologische gewasbescherming in deze gewassen ernstig bemoeilijken. In een co-project wordt gezocht naar manieren om de schadelijke hyperparasieten te bestrijden. Geuren en lokstoffen zijn vooralsnog de sleutelwoorden in het onderzoek dat tot nu toe voorspoedig verloopt. Wellicht is over drie jaar, als het project wordt afgesloten, een effectieve lokstof beschikbaar.

Tekst en foto’s: Jos Bezemer en Nina Fatouros.
[/edd_restrict]

[/wcm_restrict]

Gerelateerd

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd