Wat kunnen plantenkwekers doen om de fytosanitaire risicobeheersing tijdens het opkweekproces te verbeteren en te borgen? Ines van Marrewijk hield onlangs een presentatie bij Plantum, waarin analysemethoden en doelen in onderlinge samenhang werden belicht. “Het is goed wanneer plantenkwekers zich realiseren welke analyses geschikt zijn voor welke doelen. Wij merken dat dit meer aandacht verdient.”
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
Gezond uitgangsmateriaal vormt hét vertrekpunt van een geslaagde teelt. Plantenkwekers – die van groentegewassen voorop – besteden dan ook veel aandacht aan hygiënisch werken en controlemaatregelen. Desondanks blijkt soms, vaak achteraf, dat er ergens iets is misgegaan of over het hoofd is gezien. Hoewel voor sommige ziekten en plagen nultoleranties van toepassing zijn en keuringsinstanties zoals Naktuinbouw daarvoor controles uitvoeren, dienen plantenkwekers altijd de vinger aan de pols te houden voor ziekten die op de achtergrond aanwezig kunnen zijn. Recente ontwikkelingen zoals het hergebruik van gezuiverd restwater versterken die noodzaak, ook voor telers.
Dynamisch aandachtsveld
In de opkweeksector zijn heel wat risicofactoren in het spel. Zowel de aard en omvang van die risico’s als de mate waarin je ze kunt beheersen, lopen uiteen. Vrijwel alle plantenkwekers hanteren in dit verband hygiëneprotocollen die op hun producten en de bijbehorende risico’s zijn afgestemd. Daarmee is niet gezegd dat deze altijd vlekkeloos functioneren. Risicobeheersing vereist kennis van zaken, discipline om telkens op de juiste plaats de vereiste acties te ondernemen én controlemaatregelen om te kunnen beoordelen of die acties het gewenste resultaat hebben.
“Het kan dus op veel plaatsen misgaan en helaas gebeurt dat wel eens”, zegt Ines van Marrewijk van Groen Agro Control. “Het is begrijpelijk dat plantenkwekers en vermeerderaars scherp willen blijven, want de financiële gevolgen van verkeerd handelen kunnen zeer ingrijpend zijn voor zowel kweker als klant. Daar komt bij dat nieuwe ontwikkelingen, aanpassingen in de bedrijfsvoering, anders samengestelde substraten, verandering van leverancier – van zaad, stek of plantmateriaal – of andere herkomstgebieden, aanleiding geven tot herziening of aanscherping van werkwijzen en analysemethoden. Risicobeheersing in de opkweek is en blijft een dynamisch aandachtsveld. Laboratoria bewegen natuurlijk mee en stemmen hun analysepakketten en advisering af op de veranderende behoeften.”
Wateranalyse en kiemgetallen
Het bemonsteren en analyseren van water op diverse plaatsen in het systeem geeft inzicht in de uitgangskwaliteit van het gietwater, in de effectiviteit van ontsmettingsinstallaties en in het zuiveringsresultaat. In het kader van de zuiveringsplicht gaat de aandacht in eerste instantie uit naar specifieke werkzame stoffen van gewasbeschermingsmiddelen, want daar wordt immers op gehandhaafd.
“Afhankelijk van het bedrijf kunnen bij hergebruik van ontsmet en/of gezuiverd water ook andere stoffen van belang zijn, zoals remstoffen, plantenhormonen, herbiciden en zware metalen. Daar wordt echter niet altijd op gescreend”, stelt de productmanager vast.
Bovendien zijn BZG goedgekeurde zuiveringsinstallaties voor de afbraak van gewasbeschermingsmiddelen niet altijd toereikend om ook micro-organismen in voldoende mate af te doden. Als GSPP-norm voor goed gietwater – een strenge norm voor microbiologie in gietwater – geldt een kiemgetal voor algemene bacteriën van 1.500 kolonievormende eenheden per ml. In de voedingstuinbouw vereist GlobalGAP voorts de afwezigheid van humaan pathogene bacteriën zoals E. coli in water dat in contact komt met het eetbare product.
“De meeste plantenkwekers gaan of willen inmiddels verder gaan dan deze standaardnormen en -analyses”, aldus Van Marrewijk. “In een goed geborgd systeem is maandelijkse monstername voor en na de ontsmetter gebruikelijk.” En wordt uitgangsmateriaal zoals substraat, stek en zaad vooraf gecontroleerd (zie tabel).
Trays ontsmetten
Bij hergebruik van kunststof aflevertrays zouden ziekten mee kunnen komen. Daarom worden deze altijd eerst gereinigd en ontsmet. Eenmalig fust kan ook, maar is kostbaar. Voorheen werden ook wel tempex zaaitrays hergebruikt. “Gammastraling is daarvoor een gangbare en betrouwbare ontsmettingsmethode, maar wordt vanwege het hoge prijskaartje nauwelijks meer toegepast”, aldus de productmanager. “Het reinigen van plastic trays gebeurt hoofdzakelijk in wasstraten met heet water. De temperatuurgevoeligheid van micro-organismen loopt echter behoorlijk uiteen. Bacteriën leggen als eerste het loodje, daarna schimmels, dan schimmelsporen en tenslotte virussen. Met het oog op die laatste groep is een extra desinfectiestap geen overbodige luxe.”
Van Marrewijk legt plantenkwekers tevens de vraag voor hoe lang reinigingsmiddelen in het wassysteem effectief blijven. “Met teststrips voor de werkzame stof van het reinigingsmiddel is dat eenvoudig te meten, maar dit wordt heel vaak vergeten.” Net zoals ontsmet water kan ook een tray na het wassysteem worden onderzocht op afwezigheid van bacteriën en schimmels. Dat is dé controle op effectieve reiniging.
Stekken en moerplanten
Sommige ziekten kunnen via de moerplant worden overgedragen op stekmateriaal. “Vaak is stek kerngezond, maar ik raad stekleveranciers wel aan om potentiële ziekten in moerplanten via steekproeven te laten analyseren op de afwezigheid van pathogenen”, merkt Van Marrewijk op. “Daar zijn verschillende methoden voor, dus overleg met het lab welk pakket voor het gewas relevant is. Soms is het monitoren van ‘gewone’ ziekten als Pythium en Fusarium in stek al een manier om steeds gezonde stekken te kunnen blijven leveren, mits er tijdig wordt ingegrepen.”
Meetplan op maat
Dankzij de voortschrijdende technologie beschikken laboratoria tegenwoordig over analysemethoden die sneller resultaat opleveren, of organismen in beeld kunnen brengen die vroeger verborgen bleven. “DNA-analyse via de PCR-methode (Polymerase Chain Reaction) is een handig nieuw hulpmiddel, maar zeker niet zaligmakend”, relativeert de productmanager. “Welke analysemethode het meest geëigend is, hangt voornamelijk af van het doel van de meting. Dat geldt overigens ook voor de plaats en wijze van bemonsteren. Een meetplan op maat voor risicobeheersing begint daarom altijd met een gedetailleerd gesprek tussen opdrachtgever en laboratorium. Ziektepreventie vergt een goed werkend hygiëne-protocol en dat is niet los te zien van gedegen monitoring.”
Samenvatting
Plantenkwekers kunnen de fytosanitaire risico’s tijdens de opkweek beter beheersen door zich nadrukkelijk af te vragen welke analysemethoden beschikbaar zijn en waarvoor zij zich lenen. Een gesprek met een gespecialiseerd laboratorium kan daar duidelijkheid in verschaffen. Bijkomend voordeel is dat hygiëneprotocollen hierdoor up-to-date en effectief blijven. Dankzij nieuwe technologie beschikken laboratoria over analysemethoden die sneller resultaat opleveren, of meer organismen in beeld brengen.
Tekst en foto’s: Jan van Staalduinen.
[/wcm_restrict]
