Voor telers die vooruit kijken

Windenergie lijkt meest perspectiefvol voor belichtende telers

Belichten met groene stroom; de vraag is hoe?
431 0
Windenergie lijkt meest perspectiefvol voor belichtende telers

Een fossielvrije tuinbouw betekent niet alleen dat de sector van het gas af moet; ondernemers moeten ook overstappen naar groene stroom. Hier ligt met name een uitdaging voor telers met assimilatiebelichting. Betrokkenen zien vooral mogelijkheden in elektriciteit uit windenergie. Maar hoewel de WKK waarschijnlijk wel minder uren gaat draaien, lijkt die voorlopig nog niet uitgerangeerd.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
De meeste belichting draait op WKK’s. Aangezien de sector op termijn klimaatneutraal moet worden, komt de warmtekrachtkoppeling uiteindelijk aan de zijlijn te staan. Hoe lang telers nog vooruit kunnen met hun WKK, daarover verschillen de meningen. Peter van den Berg, directeur van AgroEnergy, denkt dat de WKK nog zeker tot 2040 meegaat. “Grote kolen- en gascentrales zullen als eerste verdwijnen, aangezien het heel duur is om deze met weinig draaiuren aan de gang te houden. Maar aangezien WKK’s bij belichtende tuinbouwbedrijven doorgaans heel rendabel zijn, worden deze waarschijnlijk als laatste opgeruimd. Het is alleen de vraag hoeveel uren de WKK zal blijven draaien. Nu voorziet de WKK meestal in de basislast van de belichting, maar de kans is groot dat ‘ie op termijn wel minder wordt ingezet. De prijs van gas zal immers steeds verder stijgen, terwijl elektriciteit meer uren goedkoop gaat worden.”

Alternatief hebben

Leo Oprel, senior beleidsmedewerker bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, is er niet zo zeker van dat de WKK nog meer dan twintig jaar meegaat. De wereldwijde politieke situatie is behoorlijk instabiel, benadrukt hij. “Energie is een belangrijk politiek wapen. Het is niet ondenkbaar dat, wanneer er enige onrust ontstaat in de wereld, Poetin aan de gaskraan gaat rommelen. Dan kunnen we zomaar ineens minder gas tot onze beschikking hebben. Het is dan het meest logisch om grootverbruikers, waaronder de tuinbouw, als eerste af te koppelen; huishoudens en ziekenhuizen gaan altijd voor. Dan moet je als teler wel een alternatief hebben.”

Hij is van mening dat de tuinbouw nog te weinig bezig is met het zoeken naar duurzame alternatieven; ondernemers proberen volgens hem vooral met alle macht de WKK in de benen te houden. “En dat terwijl ze weten dat dit een eindig iets is. Het is belangrijk om zelf aan zet te blijven en ervoor te zorgen dat je een andere optie hebt. Wanneer je wacht totdat je niet anders kunt, moet je waarschijnlijk achteraan aansluiten in de rij en betaal je de hoofdprijs. Vergelijk het met mensen die pas gaan nadenken over een airco op het moment dat er temperaturen boven de 30 graden worden voorspeld.”

Windenergie perspectief

Welke alternatieven zijn er, naast de WKK, voor het laten draaien van de belichting? De afname van elektriciteit van het net ligt op dit moment het meest voor de hand. En steeds meer telers kiezen hier ook al voor, aangezien de sparkspread van de WKK al enige tijd onder druk staat. Daarnaast hebben belichtende telers die de WKK inzetten vaak een fors warmteoverschot. “Om deze reden is het voor bepaalde telers interessanter om stroom van het net te halen, dan om deze zelf te produceren met de WKK”, zegt Van den Berg

Feit is: op lange termijn is elektriciteit uit fossiele brandstoffen eindig en zullen belichtende telers de overstap moeten maken naar groene stroom. Dan komen met name zonne- en windenergie in beeld. Zonne-energie valt echter af, aangezien telers doorgaans niet hoeven te belichten als de zon schijnt. Windenergie biedt volgens betrokkenen het meeste perspectief. “Maar het plaatsen van eigen windmolens naast je kas gaat hem niet worden”, benadrukt de AgroEnergy-directeur. “Daarvoor is ons landje te klein, ook stuit dit op te veel maatschappelijke weerstand. Ik zie meer mogelijkheden in het aangaan van een contract met initiatiefnemers van windparken op zee. Je ziet dat de grote bedrijven nu al meerjarige overeenkomsten aangaan met exploitanten van deze parken; die richting kan de tuinbouw ook op gaan.”

Windcoöperatie

Oprel gaat nog een stap verder: hij oppert dat tuinbouwondernemers zich zouden moeten verenigen in een windcoöperatie, die zelf het initiatief neemt tot een windpark op zee. “Bij geothermieprojecten slaan telers ook de handen ineen, waarom kan dat niet bij windparken? En wanneer je je eigen leverancier wordt, ben je per saldo waarschijnlijk goedkoper uit. Daarnaast ben je onafhankelijk. Dergelijke creatieve opties heb ik helaas nog niet voorbij horen komen, terwijl het me wel de moeite van het onderzoeken waard lijkt.”

Van den Berg ziet dit niet gebeuren. “Het opzetten van een windpark op zee ligt wel erg ver van de core business van een teler.”

WKK enorm flexibel

Als windenergie mogelijkheden biedt om te voorzien in de duurzame elektriciteitsvoorziening van belichtende telers, rijst de vraag hoe om te gaan met momenten dat er geen wind staat en telers tóch willen belichten? Omdat het opslaan van elektriciteit op dit moment lastig is, zal de WKK volgens Van den Berg voorlopig nog als back-up moeten fungeren.

Nico van Ruiten, Programmaregisseur Energieakkoord van de Greenport West-Holland, deelt die mening. “Doordat WKK’s enorm flexibel zijn, kunnen deze – met de opmars van energie uit wind en zon – een belangrijke rol spelen in een duurzame en stabiele elektriciteitsvoorziening. En daar kunnen telers nog geld mee verdienen ook; flexibiliteit krijgt steeds meer waarde.”

Aanpassen belichtingsstrategie

Oprel ziet het anders: hij is van mening dat telers die overstappen naar elektriciteit uit wind hun gasgestookte WKK niet per se meer nodig hebben. Zelfs niet op momenten dat het niet waait. De senior beleidsmedewerker ziet meer heil in het aanpassen van de belichtingsstrategie. Bijvoorbeeld door, wanneer het niet waait, slechts een derde van de belichtingscapaciteit te benutten of een paar uur minder te belichten. “Dergelijke overwegingen worden meestal snel weggewuifd, het zijn zaken waarover telers niet gewend zijn na te denken. En een plant kan er prima tegen als hij een dag wat minder licht krijgt. Daar liggen absoluut mogelijkheden.”

Oprel denkt dat het desondanks goed is om te inventariseren hoe vaak en op welke momenten het voorkomt dat er geen wind is en het bewolkt is. “Als dan blijkt dat hier echt kritische momenten bij zitten, zou je een noodstroomvoorziening kunnen inrichten. Denk bijvoorbeeld aan een WKK op bio-olie. Maar effectiever belichten is ook absoluut een optie die we verder moeten onderzoeken en benutten.”

Het Nieuwe Belichten

Iedereen is het er wel over eens dat meer kennis nodig is om een efficiencyslag te kunnen maken op het gebied van belichting. Met de opmars van LED’s rijst bijvoorbeeld de vraag welke lichtkleuren het meest ideaal zijn voor een bepaald gewas. “Aanvankelijk dachten we dat een gewas alleen behoefte had aan rood en blauw licht, maar inmiddels is duidelijk dat een plant veel meer soorten licht nodig heeft”, zegt Oprel. “Maar dit hangt ook af van bijvoorbeeld de hoeveelheid daglicht, het gewas en de kasconstructie.”

De sector heeft nog te weinig kennis over wat het ideale lichtspectrum is. “Als we hier meer over weten, kunnen we uiteindelijk een specifiek lichtrecept per dag samenstellen; welke kleuren heeft een plant nodig op een bepaald moment? En wanneer duidelijk is wat een plant minimaal nodig heeft aan belichting weet je – op het moment dat je het aantal belichtingsuren noodgedwongen moet beperken – ook wat je minimaal moet geven. Op deze manier kun je gerichter en efficiënter en daarmee duurzamer belichten. Maar dit ‘Nieuwe Belichten’ vraagt wel om stuurbare lampen, die verschillende kleuren licht kunnen aanbieden.”

Zo veel mogelijk gratis licht

Voorwaarde bij dit alles is volgens Oprel wel dat de kas geschikt en ingericht is voor een optimale benutting van het gratis daglicht. “Een licht en diffuus kasdek in combinatie met de juiste schermen is een must. Belichten is een totaalplaatje, iets waar je integraal naar moet kijken. Advies is dan wel om eerst je kas op orde te hebben wat betreft lichtdoorlatendheid en schermmogelijkheden en hier vervolgens je belichting op af te stemmen.”

De specialist schat in dat een teler, door de overstap naar LED-lampen in combinatie met de ontwikkeling van lichtrecepten, de helft kan besparen op de hoeveelheid elektriciteit die hij nodig heeft voor zijn belichting. “Eerst kijken waar je kunt besparen, dan pas kijken hoe je kunt verduurzamen; dat is de juiste volgorde.”

Achterhaalde tariefstructuur

Van Ruiten benadrukt tot slot nog wel dat een ondernemer pas de overstap zal maken naar duurzame elektriciteit op het moment dat er voldoende duurzame en betaalbare warmte en CO2 beschikbaar zijn. Dat is nu nog niet het geval. “Daarom zetten we in de Greenport West-Holland sterk in op warmtenetwerken, geothermie en meer externe CO2 via OCAP. En op dit moment zit ook de tariefstructuur voor het transport en vermogen van elektriciteit nog in de weg; je wordt afgerekend op de piek. Die tariefstructuur is volledig achterhaald, vooral als we toe willen naar een klimaatneutrale glastuinbouw. Daar ligt onder meer een belangrijke taak voor de overheid.”


Kansen voor elektrificatie

Belichten kan volgens diverse partijen ook helpen om de warmtevraag in de toekomst verder te verduurzamen.

De opkomst van technieken voor (latente) warmteterugwinning maakt het mogelijk om de warmte die de lampen afgeven in te zetten voor kasverwarming. Deze warmte kan meteen worden gebruikt, maar door de inzet van warmte-koudeopslag ook op andere momenten. “Hiermee kunnen bedrijven die veel belichten op termijn misschien in hun eigen warmte voorzien en volledig klimaatneutraal draaien”, zegt Leo Oprel. “De energievoorziening wordt dan dus steeds meer gebaseerd op elektriciteit. Vanuit het programma Kas als Energiebron lopen er diverse onderzoekstrajecten op het gebied van elektrificatie, onder meer in roos en chrysant.”


Samenvatting

De meeste assimilatielampen draaien op dit moment op de WKK. Omdat de elektriciteitsvoorziening eveneens moet verduurzamen, zijn telers genoodzaakt om op zoek te gaan naar een andere optie. Windenergie lijkt dan het meest perspectiefvol. Volgens velen zal de WKK voorlopig nog als back-up moeten fungeren voor momenten dat er geen wind is. Het aanpassen van de belichtingsstrategie wordt ook als mogelijkheid genoemd.

Tekst: Ank van Lier. Foto’s: Studio G.J. Vlekke en Vidiphoto.





[/wcm_restrict]

Gerelateerd

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd