Voor telers die vooruit kijken

Samen optrekken en mensen aanspreken op eigen interesses

Werken in de glastuinbouw: visie van onderwijsinstellingen
142 0
Samen optrekken en mensen aanspreken op eigen interesses
Wat wordt er verwacht van de generatie die de tuinbouwbedrijven van morgen moeten bemannen, van laag tot hoog? Aan de geteelde gewassen zal weliswaar weinig veranderen, aan de teeltomgeving, verkoop- en productieprocessen des te meer. Agrarische onderwijsinstellingen reageren op enkele stellingen en vertellen hoe zij jongeren voorbereiden op een glanzende carrière binnen de glastuinbouw. En wie zijn die jongeren eigenlijk?
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
Volgens docent tuinbouw & plantenveredeling Barend Gehner van Aeres Hogeschool Dronten is een groot deel van de huidige studenten afkomstig van teeltbedrijven, al neemt dat aandeel geleidelijk af. Logisch natuurlijk, want het aantal bedrijven daalt al jaren op rij. “Bij de studierichting toegepaste biologie op de vestiging in Almere is de instroom van buiten de sector beduidend hoger”, zegt hij. “Ik denk dat het agrarisch onderwijs in het algemeen er aardig in is geslaagd om het opleidingsaanbod te verbreden en flexibeler aan te bieden. Dat was ook nodig. Enerzijds vanwege de vraag uit de sector, anderzijds om beter in te kunnen spelen op specifieke interesses van jongeren. Mede daardoor is de instroom van nieuwe studenten de afgelopen tien jaar sterk gegroeid.

Onderlinge samenwerking

De Aeres Groep – ontstaan uit een fusie van onder andere CAH Dronten en de STOAS-lerarenopleiding in Wageningen – biedt regionaal ook agrarisch MBO en VMBO aan. Het is tevens de moeder van Aeres Agree, een wervings- en selectiebureau dat samenwerkt met alle groene hogescholen en het bedrijfsleven om meer zij-instromers aan te trekken voor (deeltijd)opleidingen en het invullen van vacatures. Dit heeft onder andere geresulteerd in de deeltijdstudie Tuin- & akkerbouw, waarmee Dronten de afgelopen jaren aardig wat zij-instromers aan banen bij tuinbouwbedrijven heeft geholpen.

Hardnekkig beeld

Harry van der Zaag is directeur van Lentiz cursus & consult, dat in de regio Rotterdam/Den Haag bedrijfsopleidingen en via de scholen agrarisch voortgezet en middelbaar onderwijs aanbiedt. “Het leuke van deze regio is dat je zowel in het hart van de glastuinbouw zit, als aan de rand van de grote steden. Daar zit een enorm toekomstig arbeidspotentieel, maar de mentale afstand tot de sector is groot. Die kloof willen we overbruggen.”

Volgens de directeur is dat mogelijk door jong en oud aan te spreken op hun interesse voor actuele maatschappelijke thema’s, zoals voeding & gezondheid, het wereldvoedselvraagstuk, klimaatverandering en vooruitstrevende technologie (groeilicht, vertical farming, autonome kassen). “Dat prikkelt meer dan tomaten plukken, wat het verouderde maar hardnekkige beeld is van veel stedelingen wanneer het woord tuinbouw valt”, vervolgt hij. “Als de interesse eenmaal is gewekt, kun je mensen makkelijker over de streep trekken en laten ervaren hoe mooi de sector werkelijk is.”

Bedrijven kunnen daar aan meewerken door zich open te stellen voor excursies van schoolklassen, stageplaatsen aan te bieden of hun kennis en ervaring te delen als gastdocent in de cursussen die we geven. En door hun medewerkers ruimte te bieden voor persoonlijke groei via cursorisch en deeltijdonderwijs. “Het bindt mensen langer aan de bedrijven en kan de uitstroom beperken.”

Luisteren naar de markt

Maarten Crum van Hogeschool Inholland herkent zich in het verhaal. “Wij zijn de enige hogeschool in de Randstad die groene opleidingen aanbiedt, zowel voltijds als in deeltijd”, zegt hij. “Ik weet hoeveel moeite het kost om stadse scholieren ervan te overtuigen dat de tuinbouwsector een prachtige sector vormt. Niet alleen voor de groene kennisgebieden, maar ook voor HRM, finance, commerciële functies en andere werkvelden. Ik ben zelf vanuit een andere achtergrond in mijn huidige functie gestapt en heb me verbaasd over de innovatiekracht, de moderne technologie en de enorme drive binnen de sector.”

Crum benadrukt dat zijn instelling ook naar de vraagzijde van de markt luistert. “Ons curriculum wordt waar nodig ieder jaar geactualiseerd, inclusief het praktijk- en projectonderwijs. Daarvoor laten wij ons adviseren door beroepenveldcommissies waarin het bedrijfsleven ruim is vertegenwoordigd. Op termijn zou dat zelfs kunnen leiden tot nieuwe studies of afstudeerprofielen, zoals toegepaste tuinbouwtechniek. De impact van technologie wordt immers steeds groter. Het kan ook leiden tot op de tuinbouw toegespitste projecten binnen onze algemene techniekopleiding.”

Schot in de roos

HAS Hogeschool in Den Bosch en Venlo was een van de eerste groene HBO’s die het studieaanbod in de jaren negentig en begin deze eeuw op basis van marktonderzoek verregaand differentieerde. Met de opleiding Toegepaste biologie had het een primeur die navolging kreeg. “Ja, dat was een schot in de roos”, zegt Erik Janssen, die verantwoordelijk is voor het opleidingsprogramma. “We bieden nu dertien studies aan, waarvan er drie relevant zijn voor de glastuinbouw: Tuinbouw & akkerbouw, Bedrijfskunde & agribusiness en Toegepaste biologie. Die laatste studie heeft als enige een numerus fixus. Zij is erg populair bij jongeren die geen uitgesproken affiniteit hebben met de land- en tuinbouw, maar wel met planten. Het curriculum sluit goed aan op de vraag naar groene HBO’ers bij zaadbedrijven en onderzoeksinstellingen.”

Ook internationaal

De HAS onderzoekt voortdurend waar haar afgestudeerden terechtkomen en toetst in het werkveld of de competenties van de studenten aansluiten op de behoeften. Janssen: “Ons uitgangspunt is: een brede basis voor iedereen, specialisatie in het derde jaar via een afstudeerrichting en eindspecialisatie via een specifiek afstudeerprofiel.”

HAS Hogeschool en Aeres Hogeschool Dronten hebben het internationale karakter van de tuinbouwsector vertaald in een Engelstalig opleidingsaanbod. Daar maken zowel Nederlandse als buitenlandse studenten dankbaar gebruik van, stelt Janssen vast. “We hebben jaarlijks ongeveer dertig instromers binnen het Engelse tuinbouwprofiel. De helft daarvan komt uit het buitenland, tot ver buiten Europa.”

Computer of groene vingers

Aan de hand van voorgelegde stellingen geven de woordvoerders van de onderwijsinstellingen hun visie op de glastuinbouw van de toekomst. Is naar hun mening in de toekomst de computerexpert bijvoorbeeld belangrijker dan de tuinderszoon met groene vingers?

De heren zijn het opvallend eens: technische knowhow en vaardigheden winnen aan belang, maar vullen de gereedschapskist van toekomstige ondernemer slechts voor een deel. “Ondernemen is en blijft mensenwerk. In de tuinbouw vereist dat naast een gedegen kennis van planten veel sociale en managementvaardigheden”, zegt Gehner. “Groene kennis is leidend, technologie heeft een dienende rol”, vindt Crum. Janssen: “Technologie en datamanagement worden belangrijker, maar niet alles is in modellen te vangen. Ondernemen draait om veel meer dan om teeltsturing.” Techniek is fantastisch, meent Van der Zaag. “Maar bij de vertaalslag naar de uitvoering van werkzaamheden komt veel meer kijken. Ook groene kennis blijft lonen.”

Andere studierichtingen

Moeten tuinbouwopleidingen meer samenwerken met andere studierichtingen vanwege het groeiende belang van onder andere datamanagement, robotisering, energie- en watermanagement? Volledige eensgezindheid, waar vind je dat nog? Samenwerken met andere disciplines is om meerdere redenen zeer wenselijk, menen de onderwijsexperts.

“Ja, ik geloof in kruisbestuiving”, zegt Van der Zaag. “Niet alleen met zuiver technische opleidingen, maar ook met andere disciplines. De tuinbouwsector heeft een groeiend middenkader, waarvoor de vacatures soms lastig zijn in te vullen. Concurreren met andere sectoren op de arbeidsmarkt wordt eenvoudiger, wanneer je al vroeg verbinding maakt met scholieren en studenten.”

“De uitdaging is om kennisgebieden met elkaar te verbinden en elkaars taal te leren spreken”, stelt Janssen. “Dat is mogelijk door vanuit aansprekende thema’s in te steken op de toegevoegde waarde van teamwork. Internationaal zie ik eveneens mogelijkheden voor nauwere samenwerking. Denk aan de snelle opkomst van de cannabisteelt in Noord-Amerika en de frontline positie van Australische opleidingen en bedrijven in robotisering.”

Genoeg aandachtspunten

Crum zoekt de verbinding zowel binnen de eigen, brede onderwijsinstelling als met andere instituten. “De kunst is om studenten in andere disciplines uit te dagen vanuit de tuinbouwoptiek. Aanknopingspunten voor projecten, minors en stages zijn er genoeg. Denk maar aan grensoverschrijdende verslogistiek, het financieren van tuinbouwbedrijven of op tuinbouwleest geschoeide business studies.”

Gehner: “Het is altijd goed om over de heg te kijken. Ons nieuwe practicum Plant en Data is ontwikkeld met techneuten van ons Agri Innovation Centre. Studenten werken hier met sensoren en netwerken in het lab en in het gewas. Er zijn ook innovaties die je beter kunt bekijken op de bedrijven. Het is voor studenten interessant om daar goed rond te kijken en dat zal de kruisbestuiving zeker ten goede komen.”

Staatssecretaris glastuinbouw

Ervaring leert dat de nieuwe generatie een verkeerd beeld heeft van de glastuinbouw. Ligt daar een taak voor de sector én de opleidingsinstituten? Hier past een onderscheid tussen jongeren die in de tuinbouw opgroeien en zij die de sector niet kennen.

Het eerste contingent neemt in aantal af, waardoor de sector (inclusief onderwijs) voor de instroom van nieuw talent afhankelijker wordt van de tweede groep. “En daar valt nog veel missiewerk te verrichten”, stelt Crum. “In de media komt de sector niet altijd positief uit de verf en alles wat agrarisch is, wordt vaak op een hoop gegooid. Het lichtpunt is dat er eyeopeners genoeg zijn, de vraag is hoe we jongeren daarmee confronteren. Het is goed dat de sector weer over een eigen ministerie beschikt; om de glastuinbouw écht goed te kunnen profileren, is er misschien ook een staatssecretaris glastuinbouw nodig.”
Productie en gezondheid
“Het is lastig om de glastuinbouw in steden goed op de kaart te zetten”, weet ook Van der Zaag. “Vooral bij de groeiende groep jongeren met een migratieachtergrond. In veel gevallen zijn hun ouders of grootouders hier juist naar toe gekomen om de armoede en uitzichtloosheid van het platteland te ontvluchten. Die zul je niet snel overtuigen. Toch moeten we die confrontatie op een slimme manier aangaan. Samen optrekken en beginnen bij het basisonderwijs om te laten zien hoe veelzijdig, innovatief en nodig de tuinbouw is, zou ik zeggen.”

Gehner wijst ook op lopende initiatieven, zoals Kom in de Kas en Kasgroeit. “Misschien kunnen we daar nog meer mee doen om kinderen en jongeren aan te spreken.”

Janssen, tot slot, is verbaasd dat middelbare scholen niets doen met voedselproductie en gezondheid. “Het lijkt me een perfect thema voor een biologiepracticum of projectonderwijs, maar niemand die het oppakt. Misschien kunnen de landelijke organisaties het verder brengen, als HAS kunnen wij daar niet heel veel mee doen. Dat geldt wellicht nog sterker voor het in beeld brengen van de professionaliteit van de sector op algemene kennisgebieden, zoals HRM en finance.”


Student Stef Berkhout: ‘Ik zit in een luxepositie’

Stef Berkhout (24) uit De Weere in Noord-Holland studeert in juli af aan de studierichting Tuinbouw & akkerbouw (Sierteelt, eindprofiel Global Trade & Business) van HAS Hogeschool in Den Bosch.

Hij doorliep de LTuS, werkte enige tijd op een sierteeltbedrijf in Kenia en vervolgde zijn studie op de MTuS in Hoorn. “Toen ik daar afstudeerde werd er al aan me getrokken, maar ik ben blij dat ik toch voor het HBO heb gekozen”, zegt hij. “Mijn ouders hadden geen glastuinbouwbedrijf, mijn beide opa’s wel. Ik wist dus heel goed waarvoor ik koos.”

Ook nu heeft de student de banen voor het uitkiezen. “Het is een luxepositie”, erkent hij. “Ik weet al zeker dat ik in de veredelingssector ga werken, hoogstwaarschijnlijk in een technisch-commerciële functie. Het internationale karakter van de zaadwereld spreekt mij erg aan. Bij wie ik precies ga werken? Dat laat ik nog even in het midden, want zelfs daarin heb ik meerdere opties.”


Samenvatting

Agrarische opleidingen hebben het dieptepunt achter zich liggen en zien de studentenaantallen stijgen. Een groeiend deel van de instroom komt van buiten de sector. Om de belangstelling voor een baan in de glastuinbouw te stimuleren, ook voor algemene kennisgebieden zoals HRM, finance en commerciële functies, dienen opleidingsinstellingen en het bedrijfsleven samen bruggen te slaan naar scholieren en werkzoekenden in de steden. Ook ligt er een gezamenlijke taak om het imago van de sector onder jongeren te verbeteren.

Tekst en beeld: Jan van Staalduinen en Fotostudio G.J. Vlekke.

[/wcm_restrict]

Gerelateerd

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd