Voor telers die vooruit kijken

‘Hygiëneprotocol en resistente rassen gaan hand in hand’

Noordoost Nederland zo goed als vrij van komkommerbontvirus
511 0
‘Hygiëneprotocol en resistente rassen gaan hand in hand’

In twee jaar tijd is het de telers in Noordoost-Nederland gelukt om hun bedrijven vrij te krijgen van komkommerbontvirus. Dit alles dankzij een streng hygiëneprotocol voor, tijdens en na de teelt, samengesteld door Ron Peters. Na aanvankelijke scepsis is het concept uitgewaaierd over heel Nederland en ver daarbuiten. Als er één ziekte is die de komkommerwereld in zijn greep houdt dan is het wel dat verdraaide virus.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
Als komkommerteler moet je over ijzeren discipline en stalen zenuwen beschikken. Een schijnbaar onzichtbare vijand ¬¬¬– het komkommerbontvirus – ligt altijd op de loer. Het is een lastige ziekte die enorme gevolgen kan hebben. Raakt een bedrijf al vroeg in het jaar besmet, dan kunnen de kosten door productieverlies, vervroegd ruimen, schoonmaken en opnieuw beginnen hoog oplopen. Een tekort van € 10,- per m2 is daarbij geen uitzondering.
Adviseur Piet van Adrichem van Delphy heeft al eens in kaart gebracht hoe het virus zich binnen Nederland heeft verspreid. Volgens hem waren in 1996 alle Drentse komkommerbedrijven besmet. In 2002 brak het uit in Zuidoost-Nederland. Aanvankelijk gebeurde dit in één straat, maar in 2010 kwam er veel virus voor in het hele gebied. Wereldwijd is het beeld hetzelfde. Het virus beperkt zich niet tot de grenzen van ons land.
Gelukkig gaat het inmiddels veel beter. Enerzijds zijn er bedrijven – helaas soms als gevolg van virus – afgevallen, anderzijds houden de komkommertelers zich beter aan hygiëneprotocollen op de bedrijven. Voorkomen is immers beter dan genezen. En genezen is in het geval van virusaantasting extreem moeilijk.

Grote strijd

Dat het komkommergebied Drenthe nagenoeg vrij is van virus is te danken aan een kleine nederzetting die moedig weerstand biedt tegen het oprukkende virusleger, onder leiding van Ron Peters. Hij was komkommerteler, werd plantenkweker en beheert tegenwoordig een proeftuin waar zaadbedrijven graag hun rassen testen. Hij bestudeerde jarenlang de verspreiding en bestrijding en bedacht een manier om bedrijven virusvrij te krijgen.
“We hebben altijd een grote strijd tegen komkommerbontvirus gevoerd, maar het kwam onherroepelijk terug”, vertelt hij. In zijn jaren als plantenkweker was die zorg nog groter, omdat zijn kisten van en naar bedrijven gingen. “De basis van een schone teelt berust op hygiëne. Heb je die niet op orde, dan komt het terug. En een plant die is besmet, wordt onherroepelijk ziek.”

Strakke regels

Het hygiëneprotocol dat hij ontwikkelde bestaat uit strakke regels rond de teeltwisseling bij het ruimen van het gewas en de grote schoonmaak. Daarnaast ligt de nadruk op discipline bij gewashandelingen en oogsten.
Teeltadviseurs en onderzoek hebben altijd veel aandacht gevestigd op het voorkomen van virusverspreiding. Er lijkt dus niets nieuws onder de zon. Toch is er één in het oog springend verschil, want Peters past bij de teeltwisseling naast waterstofperoxide het reinigingsmiddel Hortiwash toe. Dit middel wordt in de handel gebracht door Horticoop.
Op het moment dat dit nieuwe reinigingsmiddel beschikbaar kwam werd het mogelijk om het protocol, in de vorm van een stappenplan, uit te rollen. De methode sloeg aan. De eerste bedrijven die ermee werkten kregen weer grip op de gezondheid van hun gewas. Aangezien de ontwikkelaar alle energie stak in het adviseren en begeleiden van de bedrijven vond hij het ook logisch om daar een vergoeding voor te vragen.

Vinger aan de pols

Met de leverancier van het reinigingsmiddel maakte hij de afspraak dat hij zelf de advisering zou blijven verzorgen. “Dat is best een unieke situatie”, vertelt John Sonneveld van Horticoop. “Wij hebben eigen adviseurs in dienst die bedrijven ondersteunen bij de teeltwisseling. Nu geven we dat uit handen. Sterker nog: zelfs wij weten niet precies hoe het protocol in elkaar steekt.”
Peters hield echter voet bij stuk. Zijn klanten betalen hem € 0,14 per m2 voor de grote schoonmaak. Voor deze eenmalige betaling is hij altijd bereikbaar om assistentie te verlenen. Desnoods stapt hij in het vliegtuig om een buitenlandse teler te helpen. Klanten tekenen er voor dat zij de informatie niet verspreiden. Of dat werkt? “Jazeker”, glimlacht hij, “want waarom zou je iets doorvertellen als je er voor hebt betaald?”
De komkommergemeenschap reageerde aanvankelijk geïrriteerd op dit prijskaartje, want deze werkwijze is nieuw. Toch is de stemming omgeslagen, nu blijkt dat de Drent succes heeft. “Ik kom op veel bedrijven, vaak in lastige situaties omdat halverwege het jaar toch een flinke aantasting is ontstaan. Wanneer je dan moet ruimen en opnieuw matten moet leggen, dan kost dat veel productie. Een ziek gewas heeft al geruime tijd een lagere productie en de teeltwisseling neemt tijd in beslag. Zo’n situatie probeer je te voorkomen.”

Weer schoon

Komkommerteler Arjan de Gier van A&A Growers, met teeltbedrijven in Nederland, Engeland en Zuid-Europa was één van de eersten die bij Peters aanklopte. Zowel in Drenthe als aan de overkant van Het Kanaal had het virus toegeslagen. “We deden er echt alles aan om het probleem te beheersen”, vertelt hij. Het virus openbaart zich zeven tot twintig dagen na besmetting. Is het eenmaal zichtbaar in de kop, dan is het al te laat. “Ondanks dat we tijdens en na de teelt alle denkbare maatregelen namen, zagen we het virus het jaar daarop gewoon weer terug komen. Nadat we het protocol in 2015 hebben toegepast zijn we vrij van virus.”
Na De Gier volgden meer telers. En inmiddels is de hele regio Noordoost-Nederland schoon. Peters: “Nu is het steeds makkelijker om schoon te blijven, omdat de infectiedruk omlaag is gegaan.”

Onwetendheid

Op zijn tochten door binnen- en buitenland stuit de specialist vaak op onwetendheid. Zo geeft hij aan dat uitsluitend gebruiken van plastic overschoenen en ontsmettingsbakken onvoldoende is. “Dat helpt echt niet. Bij een gotenteelt raken planten de grond niet eens. Je moet heel logisch denken hoe en waar je planten aanraakt. Je loopt als een goed verpakte ‘leverworst’ door de kas om maar niets aan te raken, maar tegelijkertijd vergeten mensen om het oogstfust te reinigen.”
Ook de overdracht van buiten naar binnen lijkt overduidelijk. “Wanneer een zwerm mussen naar binnen vliegt om van de bloemen te snoepen, dan kun je bijna wachten op een besmetting. Maar als het hele gebied virusvrij is, dan kunnen die mussen eigenlijk niet zoveel kwaad doen.”

Virustolerante rassen

De afgelopen jaren neemt het aantal virustolerante rassen toe, zodat telers meer handvatten hebben om het virus de baas te worden. Rijk Zwaan heeft onder andere een aantal rassen dat daaraan voldoet. Het bedrijf lanceerde als eerste veredelingsbedrijf een aantal rassen die hoog resistent zijn via de lijn BonDefense.
Cropcoördinator Marcel van Koppen legt uit dat de meeste telers in een eerste teeltronde geen resistente rassen planten. Neemt de virusdruk toe, dan kiezen ze in een tweede of derde teelt vaak wel voor resistente rassen. “In het verleden schakelden komkommertelers in de herfst vaak om naar een tomatenteelt. Gelukkig hebben ze met de nieuwe rassen een alternatief.”
“Virusresistentie is belangrijk, maar niet alleen de oplossing op een besmet bedrijf. Rassen zijn resistent, niet immuun. Ze kunnen dus wel degelijk ziek worden”, legt hij uit. Een goede bedrijfshygiëne vindt hij minstens zo belangrijk, omdat daardoor de ziektedruk afneemt.
Jonge planten moeten volgens hem de tijd krijgen om een resistentie op te bouwen. In feite hebben ze daar een periode voor nodig. “Daarom moet je planten de gelegenheid bieden om eerst naar de draad te groeien. En dat gaat beter onder een lagere infectiedruk.”

Weerbaar gewas

Ook adviseur Van Adrichem noemt de relatie tussen een weerbaar gewas en virusaantasting. “De hogedraadteelt en virus gaan niet samen”, legt hij uit. “Volwassen planten moeten enorm hun best doen om het water naar de kop te transporteren. Iedere plant moet in feite zijn eigen klimaat maken. Dat maakt ze kwetsbaar.”
Overigens vindt de adviseur dat andere ziekten, zoals Fusarium, niet moeten worden onderschat. Schoon beginnen en schoon werken blijven continu aandacht vragen. Resistente rassen zijn een alternatief, maar ze blijven in productie iets achter bij andere rassen, vindt hij. Bovendien zijn ze gevoeliger voor stress.

Iedereen moet meedoen

In feite hebben de komkommertelers nu meerdere manieren in handen om het virus binnen de perken te houden. Met het hanteren van een goed hygiëneprotocol helpen ze niet alleen zichzelf, maar de hele gemeenschap. Peters: “Het is enorm belangrijk dat iedereen meedoet, want op die manier krijg je een gebied weer schoon.”
Komkommerteler De Gier vindt de discussie over de kosten voor advies eigenlijk niet relevant. “Bedenk eens wat het kost wanneer je halverwege het seizoen meerdere weken uit productie raakt, moet ruimen en misschien nieuwe matten aanschaffen. In feite praten we over een halve komkommer per vierkante meter, dus waar hebben we het over?”

Samenvatting

Het hygiëneprotocol voor komkommertelers is gebaseerd op jarenlange observaties en logisch denken. In twee jaar tijd is het gelukt om bedrijven in Noordoost-Nederland vrij te krijgen van komkommerbontvirus. Veredelaars werken hard aan resistente rassen, maar ook dan blijft het belangrijk om schoon te werken. Kosten voor deze gecombineerde aanpak wegen op tegen de financiële consequenties van halverwege het seizoen uit productie raken.

Tekst: Pieternel van Velden. Foto’s: Pieternel van Velden, Rijk Zwaan en LD Photography.





[/wcm_restrict]

Gerelateerd

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd