De moeite die het kost om door het bevoegd gezag geaccepteerd te worden als nullozer, blijkt per bedrijf erg te verschillen. Op het bedrijf in de ene glastuinbouwregio zijn meer vragen te beantwoorden dan op het andere. Naast documentatie en een gedetailleerd waterschema speelt ook vertrouwen een grote rol.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
Hij legt één enkel A4’tje op tafel. Het is het waterschema van zijn bedrijf. “Dit processchema van de waterstromen heb ik laten maken”, zegt paprikateler Sjon de Groot van SdG Paprika’s uit Harmelen. “Omgevingsdienst regio Utrecht kwam voor de jaarlijkse controle. Na een aantal bezoeken en rondleidingen, waarbij ik ze uitleg heb gegeven over hoe het watermanagement op ons bedrijf is geregeld, stelden ze vast dat ik inderdaad niets meer loosde. Het processchema onderbouwde dat. Daarna heb ik melding gedaan bij het Activiteitenbesluit Milieubeheer. Ik ben nu officieel nullozer.” De Groot is daarmee vrijgesteld van de UO-registratie. De Uitvoeringsorganisatie Integrale Milieu Taakstelling (UO) zorgt in opdracht van gemeenten en waterschappen, voor de verwerking van de milieurapportages van glastuinbouwbedrijven.
Het lijkt een uitzondering in de bureaucratische rompslomp rondom het zuiveringsbesluit dat per 1 januari is ingegaan. Een bedrijf dat door het bevoegd gezag wil worden geaccepteerd als nullozer, heeft heel wat papierwerk door te worstelen en aanpassingen te doen in de kas, zo is doorgaans het verhaal. De waterstromen moeten schematisch in beeld zijn gebracht, de uitvoering van de teeltwisseling moet op papier staan, een onderhoudsplan moet aanwezig zijn en een calamiteitenprotocol beschreven.
Onvoorziene omstandigheden
Jaap Bij de Vaate, adviseur bij Delphy, die voor De Groot de quickscan heeft uitgevoerd, is met deze materie maar al te zeer mee bekend. “We werken aan de hand van het nullozingsprotocol dat het Platform Duurzame Glastuinbouw heeft opgesteld. Als de teler aan deze lijst van eisen voldoet, heeft hij zijn zaken op orde.”
Toch speelt vertrouwen ook een grote rol, geeft hij aan. “Documentatie kan nooit alles volledig afdekken: vandaag kan alles goed gaan en morgen wordt er geloosd, gaat er iets stuk, of wordt het management veranderd. Het vertrouwen gaat erom dat men ziet dat er een houding en instelling is om lozingen te voorkomen. Omstandigheden veranderen, er doen zich rampen en andere onvoorziene omstandigheden voor. Het vertrouwen moet er zijn dat de ondernemer onder die omstandigheden een aanpak zal kiezen die lozingen voorkomt en mogelijk in overleg met bevoegd gezag de zaken oplost.”
Dat vertrouwen heeft De Groot weten te wekken. “Ik heb niet veel op papier vastgelegd. De rondgang over en de situatie op het bedrijf waren echter overtuigend genoeg dat de onderhoudssituatie op orde is en dat ik met storingen en calamiteiten weet om te gaan. De staat van onderhoud hebben ze zelf kunnen zien.”
Aantoonbaar bewijs
Toch benadrukte Daan van Empel, tot 1 februari aanstaande een van de waterspecialisten van LTO Glaskracht Nederland, al eerder dat telers er niet te makkelijk over moeten denken: “Zeggen dat je niet loost, is wat anders dan daadwerkelijk en aantoonbaar een volledige nullozing realiseren. Alles wat betrekking heeft op de waterhuishouding op het bedrijf moet inzichtelijk worden gemaakt. Tools als de KasWaterWeter helpen telers daarbij op weg. Het is een werkwijze die een teler kan volgen om vervolgens het bevoegd gezag te overtuigen op het bedrijf. Dan blijft het niet bij zeggen dat je iets doet, maar ligt er aantoonbaar bewijs.”
De omvang van de bewijsvoering hangt natuurlijk ook af van de complexiteit van een bedrijf. Zo kostte het collega-paprikateler Gerard Kleijbeuker van paprikabedrijf Koornneef uit Berkel en Rodenrijs heel wat meer moeite dan De Groot. Hij moest alle buizen en buisjes van de waterinstallatie controleren, waardoor al het pvc op het bedrijf inmiddels is gelabeld. Daarbij is hij op ‘verborgen’ waterstromen gestuit, die hij in kaart heeft moeten brengen. Daarnaast heeft hij extra werk aan het frequent bemonsteren van de diverse waterstromen. “Dat kost geld, maar het draagt wel bij aan het complete beeld dat ik wil hebben om aan de gestelde richtlijnen te kunnen voldoen”, zo liet hij eind vorig jaar in Onder Glas weten.
Controletraject
Ondanks de voortvarendheid waarmee Kleijbeuker medio 2017 al aan de slag ging, blijkt dat – in tegenstelling tot de situatie van De Groot – geen garantie voor een tijdige erkenning als nullozer. Medio december was de situatie dat het Hoogheemraadschap wel wil meewerken, maar niet zonder medewerking van Milieudienst Rijnmond (DCMR). “De milieudienst had echter geen mensen beschikbaar om langs te komen. Toen de teeltwissel achter de rug was heb ik geprobeerd om het Hoogheemraadschap – waar ik gelukkig al langer goed contact mee heb – zover te krijgen dat ze mij alsnog willen beoordelen. Dat is in ieder geval opgeschoven naar begin 2018”, meldt de teeltman.
Actuele situatie is de toezegging dat Hoogheemraadschap Delfland en DCMR begin dit jaar de nullozers in de regio Bleiswijk gaan benaderen en projectmatig het controletraject opstarten. Daarvoor heeft Kleijbeuker het standaardformulier voor nullozing nu moeten insturen. Waterspecialist Van Empel en collega Guus Meis zijn enigszins geschrokken van deze praktijksituatie. “Ik vind dat we hier namens LTO Glaskracht een opmerking over moeten maken bij de betrokken instanties”, geeft Guus Meis aan.
Goede documentatie
Vanwege de passage van startdatum 1 januari 2018 is het advies van de belangenorganisatie om de communicatie met betrokken instanties, over het verzoek om de aantoonbare nullozing te komen controleren, goed te documenteren. “Daarmee heb je sowieso voor je eigen bewijsvoering helder in beeld dat je actie hebt ondernomen en dat de bal bij het bevoegd gezag ligt. Zodoende borg je dat de oorzaak van het ontbreken van een gecontroleerde en erkende nullozing niet bij jou ligt”, benadrukt Meis.
Van Empel vult aan dat het belangrijk is dat telers zich realiseren dat de afhandeling niet altijd even vlot en soepel verloopt. “Als ondernemer moet je soms echt volhouden en er zelf bovenop zitten.”
Beste optie
In de aanpak nullozing staat hoe een teler aan moet tonen dat hij een nullozer is. Meestal zullen handhavers ook verwachten dat deze zaken op schrift zijn vastgelegd, meldt Bij de Vaate.
Met oog op de zuiveringsplicht was voor De Groot het volledig recirculeren van zijn waterstromen de beste optie. Zijn 5,2 ha grote bedrijf in de Harmelerwaard loost alleen filterspoelwater, zo’n 700 m3 per jaar. “Aan deze weg zitten nog vijf andere teeltbedrijven. Drie ervan zijn eveneens groentetelers en hebben alleen filterspoelwater te lozen. We hebben gezamenlijk een scan laten uitvoeren voor het hele gebied. Daaruit bleek dat collectieve zuivering erg lastig zou zijn gezien de infrastructuur hier. Het rioolwater zou dan een mengsel worden van particuliere lozingen en onze bedrijfslozingen, waarbij weer andere zuiveringstechnieken zouden komen kijken.”
Stuk rustiger
Nullozing was voor De Groot de eenvoudigste en goedkoopste oplossing. “Behalve dat ik nu meststoffen bespaar, omdat ik ze recirculeer, heb ik maar minimale aanpassingen aan mijn waterschema hoeven te doen.” Zo had hij nog een zandfilter staan, dat hij vroeger gebruikte voor zijn dakberegening. De pomp zat nog op de silo. “Ik heb alleen twee bochten en een T-stuk aangeschaft en ik heb mijn watersysteem veranderd. Het heeft me maar een paar tientjes gekost.”
Vanuit het hemelwaterbassin stroomt zijn uitgangswater nu via het zandfilter in de silo, waar zijn dagvoorraad schoon water zich verzamelt. Daarna stroomt dit via de bemestingsunit de kas in, waarna het drainwater terug in de drainsilo komt en wordt ontsmet. “Dit nieuwe waterschema maakt mijn werk meteen een stuk rustiger. Voorheen moest ik er meteen heen als er een storing was in het systeem, ook al was het drie uur ’s nachts, anders had ik de volgende dag te weinig water. Nu hoeft dat niet meer.”
Onderhoudsplan
Hoewel met volledige recirculatie nog steeds drainwater kan ontsnappen naar de ondergrond, door bijvoorbeeld lekkages, heeft De Groot geen specifiek onderhoudsplan hoeven opstellen. Extra opslagcapaciteit wanneer zijn silo’s vol zijn, heeft hij niet. “Als teler zorg je er sowieso voor dat je silo’s altijd zo leeg mogelijk zijn”, stelt hij. “Per dag heb ik zo’n 170 kuub drainwater. Mijn silo’s hebben een inhoud van 250 kuub. Die gegevens waren voor het bevoegd gezag voldoende.”
Bij de Vaate weet dat waterschappen daar ook anders over kunnen denken. Het onderhoudsplan kent een checklist met punten over controle en onderhoud van de watertechnische installatie. “Zo hanteert het Hoogheemraadschap van Delfland de richtlijn dat je twee keer twee dagen lang je drainwater op moet kunnen vangen, zodat bij een ontsmetterstoring niet geloosd hoeft te worden. Dat vraagt om voldoende opslagcapaciteit.”
Watersystemen in beeld
Toch speelt ook hier vertrouwen weer een rol, meent hij. “De checklist is een mooi lijstje, maar het draait er uiteindelijk om, hoe je er als teler mee omgaat. Dat is een kwestie van vertrouwen.” De adviseur stelt wel dat het goed is dat de zuiveringsplicht er is. “Het zorgt voor aandacht en leidt ertoe dat telers hun watersystemen goed in beeld krijgen. Het is goed dat we nu beter weten waar we mee bezig zijn en dat de keten eindelijk wordt ingericht hoe hij hoort te zijn.” Als er geen aandacht voor zou zijn en telers geen actie ondernemen, zou de wetgever een andere weg in kunnen slaan, vreest hij. “Het niet meer toelaten van bepaalde gewasbeschermingsmiddelen zou bijvoorbeeld een volgende stap kunnen zijn. Dan zijn we verder van huis.”
Samenvatting
Paprikateler Sjon de Groot uit Harmelen hoefde niet veel aanpassingen op zijn bedrijf te doen om aan de zuiveringsplicht te voldoen. Het bevoegd gezag accepteerde het bedrijf al snel als nullozer. Toch blijkt het niet bij alle waterschappen zo makkelijk te gaan. Vaak komt er veel papierwerk bij kijken, omdat aantoonbaar bewijs noodzakelijk is. Documentatie kan niet alles afdekken, stellen adviseurs. Het is ook een kwestie van vertrouwen.
Tekst en foto’s: Marjolein van Woerkom.
[/wcm_restrict]
