Voor telers die vooruit kijken

Chrysantenteler content met drie keer stomen en inzet cucumeris-linten

Systematisch bouwen aan kennis over tripsbeheersing
377 0
Chrysantenteler content met drie keer stomen en inzet cucumeris-linten

Waarom lukt het bij de ene chrysantenteler vrij soepel om trips onder de duim te houden en heeft de ander flinke problemen daarmee? Welke strategie werkt nu echt? Een enquête twee jaar geleden gaf zicht op welke factoren ertoe doen. Sindsdien wordt het beeld steeds scherper door spoelingen en systematische evaluatie van maatregelen. Buijs Flowers heeft hiermee een sluitend tripsbeheersingssysteem ontwikkeld.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
Elke teler leert voortdurend van de ervaringen met tripsbeheersing op zijn eigen bedrijf. Adviseurs verspreiden kennis die ze op de ene plek opdoen naar andere bedrijven. Studiegroepen wisselen ervaringen uit. Het Nederlandse kennissysteem in optima forma. Toch bleven er gaten zitten in de kennis over trips, wat erin resulteert dat het ene bedrijf het probleem soepeltjes tackelt, terwijl het andere er veel moeite mee heeft. Het gebrek aan kennis bevordert hypes of juist verwaarlozing van op zich nuttige strategieën.

Toeleverancier Van Iperen bouwt sinds twee jaar aan systematische kennisopbouw. Het startpunt was een enquête zomer 2016 onder hun chrysantenklanten. Sindsdien maakt stelselmatige evaluatie van maatregelen door intensief scouten en spoelingen het inzicht steeds beter.

Opmerkelijke resultaten

“De basisvraag bij de enquête was: waarom verloopt een bepaalde strategie bij de ene teler goed en bij de andere niet”, haalt tuinbouwspecialist Richard van Spronsen van de toeleverancier in herinnering. De telers werd de oren van het hoofd gevraagd voor een zo compleet mogelijk beeld. Alles kwam aan de orde: gevoeligheid van de rassen, stekcontrole, bodemgegevens en -behandeling, klimaat, gewasbeschermingsstrategie, bemesting, watermanagement en scouten.

Naast bevestiging van bestaande inzichten kwamen er ook opmerkelijke nieuwe resultaten uit. “Bijvoorbeeld dat de kwaliteit van het water waarmee je spuit, nogal wat uitmaakt. Als je slootwater gebruikt, zitten daar zoveel bacteriën in dat de effectiviteit van de verspoten middelen terugloopt. Ook de strategie bij het stomen maakt veel uit: hoe later in het jaar je nog durft te stomen, hoe beter resultaat je haalt. Je onderbreekt de cyclus van de trips dan effectief. Maar het hangt sterk van de omstandigheden af of zo laat stomen mogelijk is”, vertelt hij.

Hele gewas scouten

Ook een goede ingangscontrole van het stek is cruciaal: kloppen geeft een goed beeld. Verder benadrukt hij het belang van intensief scouten: “Als je iets op de vangplaten ziet, ben je eigenlijk al twee weken te laat. De larven komen namelijk niet op de plaat. Bij telersvereniging Zentoo scouten ze zelf tegenwoordig het hele gewas; dat geeft veel eerder een beeld van opkomende problemen, die je dan nog kunt tackelen”, vertelt Van Spronsen. Nog een laatste inzicht uit de enquête: broezen zorgt ervoor dat de populatie minder opbouwt.

De enquête was niet het eindpunt. Sindsdien bouwt de toeleverancier verder aan de kennisopbouw door spoelingen: hele chrysantentakken worden in de alcohol gedoopt waardoor alle insecten eraf spoelen. Zo krijg je een beeld van de trips in alle stadia, maar ook van de biologische bestrijders, zoals de roofmijten. Dat gebeurt bijvoorbeeld drie keer per teelt.

Gerichter advies

Deze aanpak is afgelopen maart ingezet. Dat wil zeggen dat er nog geen heel seizoen ervaring is, maar het heeft wel al tot nieuwe kennis geleid. Van Spronsen: “Er zijn middelen die als 100% veilig te boek staan voor de biologie, maar die toch enige schade blijken te geven. Dat leren we van de spoelingen en het is een inzicht dat we nooit op een andere manier hadden kunnen krijgen. Ook zijn er middelen, bijvoorbeeld NeemAzal, die wel volledig veilig blijken. Dit maakt het mogelijk om veel gerichter advies te geven. Hetzelfde geldt voor bijvoeren van de roofmijten: met de spoelingen zie je of dat voldoende effect heeft.”

Deze opbouw van systematische kennis vindt plaats zonder enige collectieve financiering of subsidie. “Wij kunnen hiermee beter adviseren, maar het is zeker een algemeen sectorbelang om meer inzichten te verwerven”, geeft hij aan.

Hoge stoomfrequentie

Buijs Flowers in Poederoijen (Bommelerwaard) heeft de afgelopen jaren een sluitend tripsbeheersingssysteem opgebouwd, waar bedrijfsleider Johan van Putten tevreden over is. Het is gebaseerd op de inzet van de roofmijt A. cucumeris in plastic kweekzakjes (de zakjes vormen samen een lint). Ze worden bijgevoerd met mite-food, levende voermijten. Dat verhoogt de effectiviteit tegen acceptabele kosten. De biologische middelen BotaniGard en NeemAzal completeren het systeem. Vorig jaar heeft hij tevens aaltjes ingezet.

Opmerkelijk is de hoge stoomfrequentie: drie keer per jaar. “Daar zijn we twee jaar geleden mee gestart; voorheen stoomden we één keer per jaar. De overgang op de hogere frequentie is met name ingegeven door de trips. Op deze manier realiseren we een betere en schonere start van de teelt”, vertelt hij.

Risicospreiding

Hij stoomt afwisselend een keer kort, een keer lang en een keer kort. Kort stomen is gericht op afdoding van de poppen van de trips die in de eerste 10 cm van de grond zitten. Bij de zware ronde spit hij vooraf, zodat de hitte beter de bodem in kan. Daarmee worden ook bodemziekten als Fusarium en Verticillium aangepakt.

Buijs Flowers kent twee locaties aan weerszijden van de weg, samen 6 ha. De ene teelt voor de retail, de andere voor de veiling. Op deze manier wordt risicospreiding gerealiseerd. Bij de rassenkeuze is de voorkeur van de afnemer leidend; ze houden geen rekening met de tripsgevoeligheid.

Meerwaarde laat stomen

Van Putten profiteert van de inzichten die Van Iperen opbouwt. Adviseur van Spronsen komt wekelijks scouten aan de hand van de vangplaten. De bedrijfsleider scout zelf het gewas. Op grond daarvan kan de strategie wat worden aangepast. “Wij zien duidelijk de meerwaarde van laat stomen: daardoor onderbreek je de cyclus van het insect. Als je in de winter schoon raakt, slaat de hele geïntegreerde strategie veel beter aan. Maar later dan week 42/43 durven we toch niet aan. Daarna droogt de grond te slecht op en kun je daardoor weer andere problemen krijgen”, vertelt hij.

“Op deze manier lukt het al voor het derde jaar op rij om de risico’s goed onder controle te houden, terwijl we met al die kleurtjes een lastig sortiment hebben. Behalve fine-tuning zien we geen reden om iets anders te gaan doen”, stelt Van Putten.


Trips onder controle

Grofweg zijn er drie strategieën om trips onder controle te houden:
– Inzet van de roofmijt Transeius montdorensis, over het gewas verblazen of verstrooid, bijgevoerd en ondersteund met natuurlijke gewasbeschermingsmiddelen (GNO’s).
– Inzet van de roofmijt Amblyseius cucumeris in kweekzakjes, bijgevoerd met mite-food en ondersteund met natuurlijke gewasbeschermingsmiddelen.
– Een centrale rol voor chemische middelen


Samenvatting

Door een enquête onder chrysantentelers, scouten en veelvuldig spoelen van planten groeit het inzicht in wat per bedrijf de beste strategie is om trips te beheersen. De enquête gaf onverwachte inzichten. Spoelingen in alcohol laten de ontwikkeling van plaag en bestrijders zien. Buijs Flowers heeft een sluitend systeem opgebouwd, met onder andere drie keer per jaar stomen, inzet van de roofmijt A. cucumeris, bijgevoerd en ondersteund met natuurlijke gewasbeschermingsmiddelen.

Tekst: Tijs Kierkels.
Beeld: Wilma Slegers.





[/wcm_restrict]

Gerelateerd

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd