Wat te doen als je geen stekpoeder meer kunt gebruiken? Dan wordt de beworteling bij sommige gewassen een lastige kwestie. Door belichting met specifieke kleuren zijn zowel de vorming als het transport van auxine te sturen; het hormoon dat cruciaal is bij de beworteling. Het effect van de lichtbehandeling verschilt per gewas.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
Stekken is een handige manier om snel planten te vermeerderen die allemaal dezelfde erfelijke eigenschappen hebben: even groot, een gelijk bloeitijdstip en evenveel bloemen. Die uniformiteit is in de teelt vereist, omdat alle planten dezelfde behandeling krijgen en op hetzelfde moment leverbaar moeten zijn.
Reserves raken uitgeput
Zodra je een stek van de moerplant snijdt, stopt de aanvoer van water, mineralen en suikers. De huidmondjes sluiten om uitdroging tegen te gaan, waardoor de fotosynthese zeer sterk terugloopt. Tegelijkertijd komen er energievragende processen op gang om nieuwe wortels te vormen. Cellen bij de vaatbundels geven hun functie op (ze dedifferentiëren) en worden weer stamcellen. Ze delen sterk, vormen callus en specialiseren vervolgens tot wortelcellen die samen uitgroeien tot echte wortels en uit de stengel treden. Sommige houtige gewassen hebben al kant-en-klare wortelbeginsels tussen hout en bast, die meteen uit kunnen groeien. Zulke soorten wortelen dus heel snel.
In alle gevallen dringt de tijd. De stek droogt langzaam uit en de reserves raken uitgeput: de levensprocessen moeten doorgaan (de onderhoudsademhaling) en de nieuwvorming van de wortels kost veel energie. Het is zaak dat er zo snel mogelijk weer nieuwe wortels zijn. Dan kan de plant weer water opnemen en kunnen de huidmondjes zonder gevaar voor uitdroging opengaan. Er kan weer voldoende CO2 naar binnen voor de fotosynthese.
Invloed stekpoeder
Dat is de reden dat we de stek helpen met stekpoeder, dat een kunstmatig auxine bevat. Dit plantenhormoon speelt namelijk een cruciale rol. Het wordt gevormd in de groeipunten en stroomt omlaag in de plant. Tegelijkertijd vormt een intacte plant in de wortels cytokininen die juist met de sapstroom omhoog gaan. De verhouding auxine/cytokininen bepaalt of er wortels worden gevormd.
Omdat het auxine omlaag stroomt en er geen nieuwe cytokininen worden aangevoerd, loopt de relatieve hoeveelheid auxine aan de voet van de stek automatisch op. Dit is het signaal voor de start van de wortelvorming. Als teler ben je echter vaak niet tevreden met het tempo en de gelijkmatigheid. De stengel dippen in een kunstmatig auxine helpt dan. Daardoor verschuift de verhouding tussen de twee hormonen nog verder en dat zorgt voor meer snelheid.
Te veel stekpoeder is echter ook niet goed. Boven een bepaald optimum gaat de hoge auxineconcentratie namelijk remmend werken. Er zijn daarom stekpoeder formuleringen met verschillende concentraties auxine op de markt en je vindt in de gebruiksaanwijzing altijd de aanbeveling om overtollig poeder af te kloppen.
Kleur van het licht
Maar wat als je geen stekpoeder meer kunt gebruiken? Dan krijg je een langzame en onregelmatige beworteling. Belgische siertelers hebben met deze situatie te maken gehad. Zes jaar lang was het meest werkzame stekpoeder niet toegelaten. Sinds de zomer weer wel, maar nu is weer een ander stekpoeder van de markt verdwenen. De basis blijft dus erg wankel.
Het was de aanleiding om te zoeken naar alternatieven om de beworteling te bevorderen. Een aanknopingspunt daarbij is dat aanmaak en transport van auxine reageert op de kleur van het licht.
Het is een algemeen plantenhormoon dat behalve de rol bij de wortelvorming vele andere functies heeft, die vaak met groei te maken hebben. Het is bijvoorbeeld belangrijk bij de schaduwmijdende reactie, waarbij planten snel strekken om boven hun buren uit te komen. De verhouding tussen verrood en rood licht speelt hierbij een belangrijke rol. Onderin een dicht gewas overheerst het verrood en dit blijkt zowel de productie als het transport van auxine te bevorderen, wat resulteert in versnelde lengtegroei.
Sturen beworteling
Een ander voorbeeld is fototropie: het fenomeen dat planten naar het licht toe groeien. Deze respons wordt gestimuleerd door blauw licht. Als je een stengel aan één kant met deze lichtkleur beschijnt, verhuist auxine naar de andere kant van de stengel en stimuleert daar eenzijdig de groei. Daardoor buigt de stengel naar het licht toe.
Het is niet zo gek om te veronderstellen dat je met de genoemde lichtkleuren ook de beworteling kunt sturen. Dat is immers ook een proces dat sterk op auxine steunt.
Lichtintensiteit en timing
Uit literatuuronderzoek blijkt echter dat op dit terrein niet zoveel onderzoek is gedaan. In de loop van de tijd slaagden onderzoekers erin ficus en druif tot snellere beworteling te bewegen met rood licht, terwijl achillea dat juist onder blauw licht beter deed. Maar bij de meeste onderzoeken werkte een combinatie van de twee kleuren beter. In een aantal gevallen verbeterde toevoeging van verrood het resultaat.
De onderzoeksresultaten spreken elkaar echter regelmatig tegen. Waarschijnlijk ligt de verklaring daarvoor zowel bij de lichtintensiteit als de timing. Het is bekend dat een hoog lichtniveau auxine ook weer kan afbreken: dus te veel belichting werkt averechts. Verder verloopt de wortelvorming in fasen: de inductie vergt een hoog gehalte auxine, terwijl de werkelijke wortelvorming juist daardoor kan worden geremd.
Lichtrecept nodig
Om meer zicht te krijgen op de mogelijkheden, en omdat er in de Belgische situatie ook wel enige urgentie aanwezig was, hebben Proefcentrum voor Sierteelt en Universiteit Gent een hele reeks proeven uitgevoerd met onder meer azalea, chrysant en lavendel in een klimaatkamer zonder daglicht. De eerste conclusie daaruit: de beworteling valt wel degelijk met lichtkleur te sturen. Tweede conclusie: per gewas of soms per cultivar is een lichtrecept nodig.
Bij chrysant bleek zowel puur rood of puur blauw licht de beworteling te bevorderen. Mengen van de kleuren had geen meerwaarde. Bij een combinatie van rood en verrood zorgde een hoger aandeel van de laatste voor een beter resultaat. Je kreeg dan echter ook een langgerektere plant, wat ongewenst is. Bijvoegen van blauw licht remde de overmatige lengtegroei weer. Bij lavendel waren de resultaten vergelijkbaar. Bij houtachtige gewassen, zoals azalea, waren de resultaten zodanig wisselend, dat er geen algemene conclusies te trekken zijn.
Snellere wortelvorming
Vervolg-demoproeven met chrysant bevestigden snellere wortelvorming bij de combinatie blauw:rood:verrood = 15:40:45 – dus veel verrood en een beetje blauw – maar ook dat het effect per ras verschilt. Vooral de snelheid ging omhoog, wat duidt op stimulans in de inductiefase. Na twee weken waren er namelijk nauwelijks verschillen tussen alle toegepaste behandelingen. Versnellen kan dus wel in inductiefase met een specifiek lichtrecept; beïnvloeding van het eindresultaat bleek lastig.
Bij presentaties bleek uit reacties van telers en vermeerderaars, zeker van chrysant, dat ze het interessant vinden dat je met belichting elk moment van het jaar min of meer dezelfde bewortelingstijd en kwaliteit kunt realiseren. De kosten houden hen echter nog tegen hierin te investeren. Eerste toepassingen zijn te verwachten bij plantjes uit de weefselkweek die in de grond (ex vitro) worden beworteld.
Samenvatting
Het auxine speelt een rol bij veel groeiprocessen. Aanmaak en transport van dit hormoon is met lichtkleuren te beïnvloeden. Er was echter heel weinig onderzoek naar bevordering van beworteling van stek met lichtkleuren. Onderzoek van Proefcentrum voor Sierteelt en Universiteit Gent, met onder meer azalea, chrysant en lavendel in een klimaatkamer zonder daglicht, laat zien dat het wel kan, maar dat per gewas een lichtrecept nodig is.
Tekst: Annelies Christiaens (Proefcentrum voor Sierteelt), Marie-Christine Van Labeke (Universiteit Gent), Ep Heuvelink (Wageningen University) en Tijs Kierkels.
Beeld: Proefcentrum voor Sierteelt en Wilma Slegers.
[/wcm_restrict]
