De programmamakers van Kas als Energiebron zijn er duidelijk over: het grootste vruchtgroentegewas onder glas gebruikt nog te veel energie. Dat kan en moet beter en efficiënter. Tegelijkertijd levert Het Nieuwe Telen inzichten op die het klimaat bij het uiterste wortelpuntje tot bij de groeipunten in de kop van de tomatenplant verbeteren. Het raakvlak tussen doelstellingen en praktisch inzicht komt wel dichterbij.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
In de tomatenteelt zijn twee bewegingen gaande. Kijkend naar twintig jaar geleden zijn de rassen productiever geworden. De inmiddels ingeburgerde onderstammen voegen extra groeikracht toe, waardoor straffe maatregelen nodig zijn om de planten generatief te laten groeien. Telers laten in de middag veel hogere kastemperaturen toe dan bijvoorbeeld twintig jaar geleden. Deze stijging wordt vooral bereikt door de zon de kas te laten opwarmen en minder te ventileren. De producties zijn sinds die tijd ook sterk gestegen.
Een tweede ontwikkeling is de toename van belichte teelten, waarbij het energieverbruik omhoog is gegaan. Tegelijkertijd weet iedere tomatenteler dat dit energieverbruik omlaag moet. De maatschappelijke druk is hoog om de tuinbouw duurzaam te maken, vrij van fossiele energie.
Op het scheidingsvlak bevindt zich de ontwikkeling van Het Nieuwe Telen (HNT), een benadering van klimaatregeling die draait om de balans tussen energie, assimilaten en water. Onderzoeker Arie de Gelder van Wageningen University & Research en adviseur Willem Valstar van StarGrow Consultancy benoemen enkele nieuwe inzichten en mogelijke dilemma’s.
Verschillende strategieën
Binnen het programma Kas als Energiebron is opgevallen dat er in de tomatenteelt energie verloren gaat. “Ook telers die al stappen nemen om HNT toe te passen nemen geen grote risico’s, merken we. Onderzoekers zoeken juist naar de grenzen van zuinig omgaan met energie”, vertelt De Gelder. Om het verschil tussen praktijk en onderzoek te begrijpen hielden onderzoekers, adviseurs en telers een brainstormsessie over klimaatstrategieën. Hoe combineer je ingeburgerde sturingsmiddelen als voornachtverlaging, ochtenddip en minimumbuis met de inzichten van HNT?
“Vochtbeheersing is een cruciale factor die voortdurend naar boven komt bij HNT”, oppert Willem Valstar. “Als we meer gaan isoleren, bijvoorbeeld door intensief schermen, dan moet dit vocht ook worden afgevoerd, zodat er geen ziekteproblemen zoals Botrytis ontstaan. En hoeveel vocht accepteer je?”
Een middel daartoe is de inzet van verticale ventilatoren of luchtslurven, die droge lucht inbrengen. In het geval van luchtslurven komt deze vaak koelere, droge lucht onderin het gewas terecht. “Deze luchtsoorten vermengen niet automatisch”, weet Valstar. “Dat gebeurt pas wanneer er ventilatoren worden ingezet.”
Invloed van schermen
Een belangrijke rol is weggelegd voor de energieschermen. Bij HNT gebeurt het afvoeren van vocht overwegend door het energiescherm maximaal gesloten te houden en daarboven te luchten. Afhankelijk van de situatie is dat een enkel of een dubbel scherm. In de tomatenteelt wordt het tweede scherm nog niet algemeen toegepast.
De Gelder: “Bij een dubbel energiescherm mag het onderste doek niet te koud worden”, hebben we ervaren. Gebeurt dat toch, dan kan vocht condenseren tegen het doek. Ook zullen de koppen van de planten door uitstraling te veel afkoelen. “Dus kun je in zo’n situatie er beter voor kiezen om een kier trekken in het onderste scherm, waardoor de luchtlaag tussen de twee doeken opwarmt. Dan neemt het onderste doek de omgevingstemperatuur aan. In combinatie met een koud bovenscherm, of eventueel ook een kier in dat doek, voer je wat vocht af. We zoeken steeds naar eenvoudige manieren om te ontvochtigen, met het juiste effect.”
Verticaal temperatuurprofiel
Een belangrijk onderwerp in discussies over klimaat is het verticaal temperatuurprofiel. Met juist schermgebruik lukt het om uitstraling bij de kop te verminderen. HNT heeft ook tot doel om het gebruik van het verwarmingsnet terug te brengen en alleen in te zetten als dat echt nodig is.
Het gebruik van luchtslurven, die koele en droge lucht onderin het gewas brengen, kan soms contraproductief werken. Als de temperatuur bij de trossen laag is, neemt de afrijpingsduur van de vruchten toe en loopt de plantbelasting op. Valstar is er voorzichtig mee. In die gevallen moet je buiswarmte bij de vruchten brengen en zorgen dat de ingeblazen lucht op kastemperatuur is. Ik ben het dus niet eens met de uitdrukking ‘groeibuis is knoeibuis’. Warmte moet je op het goede moment op de juiste plek brengen.” “Je werkt met een hele subtiele balans, om het juiste klimaat te regelen”, vult De Gelder aan. “Waar de grenzen liggen is nog steeds een zoektocht.”
Belichte teelten
De warmtestraling van de lampen in de belichte teelt zijn een veelbesproken onderwerp. In de koude winterperiode is die warmte goed te gebruiken, maar zodra de buitentemperaturen oplopen is het een beperkende factor. De koelere LED’s zijn een middel om het belichtingsseizoen te rekken. Hoe dan ook, de warmte die lampen afgeven is afkomstig van elektriciteit en hoeft niet afkomstig te zijn van fossiele bronnen.
Belichte teelten vragen veel meer energie dan de traditionele teelt. Dan is het extra belangrijk om die energie efficiënt in te zetten, zonder verliezen. “Kijkend naar de toekomst zullen er toch investeringen nodig zijn in ontvochtigingssystemen om meer te kunnen isoleren en om zo energie te besparen”, denkt Valstar. “HNT uit zich op dit moment niet in investeren, maar in nadenken over het klimaat”, ziet De Gelder. “Maar, we moeten hoe dan ook naar meer energiebesparing. Als je het klimaat slim regelt, dan krijg je de energiebesparing op de koop toe.”
Warmte en CO2
Eén van de dilemma’s voor de toekomst is het kiezen van de juiste energiebron. Hoewel vrijwel alle tomatenbedrijven nog een aardgasaansluiting hebben, gaan de ontwikkelingen om duurzame energie toe te passen erg snel, zoals die van aardwarmtebronnen. “Iedereen weet dat de WKK niet het eeuwige leven heeft. Dus wanneer deze gasmotor aan vervanging toe is, dan is een heroverweging op zijn plaats”, weet De Gelder. “En welke kant ga je dan op? Investeren in een nieuwe motor, of zoek je naar alternatieven?”
De grote kracht van de WKK is de productie van elektriciteit voor belichting en de onmisbare CO2 die beschikbaar komt voor de teelt. In tuinbouwgebieden met OCAP-voorziening zijn bedrijven al minder afhankelijk van WKK’s. De vraag rijst dan hoe een constante aanvoer van CO2 kan worden geborgd. De tendens is dat goed georganiseerde tuinbouwbedrijven hun risico’s spreiden. Zij zetten in op meerdere warmtebronnen en dekken de voorziening van CO2 af met goede contracten of vloeibare CO2.
Onder de radar gebeurt er al heel veel met HNT
Het Nieuwe Telen mag dan niet altijd zichtbaar zijn in gerichte investeringen, maar toonaangevende tomatenbedrijven zijn wel volop bezig om de principes toe te passen.
Berry Baruch van Schenkeveld Tomaten in Schipluiden en Eric Vereijken van Vereijken Kwekerijen in Beek en Donk waren aanwezig bij de kennismiddag over HNT. Baruch zegt er het volgende over en Vereijken beaamt dit: “In de discussie over HNT hebben onderzoekers, adviseurs en telers ieder een eigen positie. Het onderzoek wil wel eens wat sneller gaan om doelstellingen te halen dan de gemiddelde teler kan. Als telers geloven we in HNT, maar we vinden het nog te risicovol om dit in één keer volledig toe te passen. Naar mijn mening kun je dit proces het beste met kleine stappen tegelijk uitvoeren, want met het zorgvuldig doorlopen van alle stappen is de slaagkans maximaal. HNT leeft en er vinden al heel veel verbeteringen plaats die nog onder de radar blijven.”
Samenvatting
HNT zet langzaam door in de tomatenteelt. Een aantal bedrijven experimenteert met nieuwe apparatuur, maar het overgrote deel probeert de principes toe te passen in traditioneel ingerichte kassen. Nog steeds is het moeilijk om energiebesparing te koppelen aan optimale teeltprestaties. Onderzoekers, adviseurs en telers zoeken daarom de dialoog, om nieuwe inzichten te koppelen aan energiebesparing.
Tekst en foto’s: Pieternel van Velden.
[/wcm_restrict]
