[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
Licht is voor alle leven in de kas een levensvoorwaarde, maar ook een bron van informatie en soms van stress. Zodra je iets aan het licht verandert, beïnvloedt dat zowel het gewas als de ziekten en plagen en tevens hun natuurlijke vijanden.
Het eerste punt is dat het goed is om je dat te realiseren. Schermen, kasdek coaten/krijten, assimilatielicht aan- of uitschakelen zijn allemaal acties met bijeffecten op het biologische evenwicht in de kas. Het tweede punt is dat licht een plek zou kunnen krijgen in de biologische bestrijding. Je kunt het ziekten en plagen lastiger maken. Of juist hun natuurlijke bestrijders bevoordelen, of zelfs de plantweerbaarheid verhogen.
De knoppen om aan te draaien zijn: lichtsterkte, daglengte, kleur van het licht en moment van de dag waarop een bepaald lichtspectrum wordt gegeven. Dat zijn vier aspecten die ieder hun effect hebben op de drie elementen waar het om gaat: gewas, plaag/ziekte en bestrijders. Dus in totaal twaalf combinaties.
Complexe beïnvloeding
En het wordt nog complexer omdat ze verschillende levensprocessen verschillend beïnvloeden. Zo kunnen de lichtcondities invloed hebben op vruchtbaarheid, voortplanting, eileg en ontwikkelingssnelheid van plagen en biologische bestrijders. Maar ook op de activiteit en aantrekking: in hoeverre ze worden gestimuleerd om de kas in te vliegen, hoe snel ze zich verspreiden in het gewas en voor biologische bestrijders: hoe actief ze zoeken naar plaaginsecten.
Er is best veel onderzoek gedaan met regelmatig heel eenduidige resultaten. Maar het is vaak lastig om die resultaten naar de praktijk te vertalen. Daarvoor zijn verschillende redenen. De eerste is dat veel proeven onder één kleur licht hebben plaatsgevonden. Maar in de kas heb je nooit één kleur licht. Dus wat zegt het dan dat sommige insecten blauw een onplezierige kleur vinden? Verder is het lastig om onderzoek uit Israël (hoog lichtniveau) met dat in Scandinavië (zeer laag winterlichtniveau) te vergelijken. Maar het belangrijkste blijft toch: de eerdergenoemde twaalf combinaties van effecten die voor grote complexiteit zorgen. Maar dit alles is geen reden om niet toch te proberen een vorm van biologische controle met behulp van licht te realiseren.
UV biedt perspectief
Het beste aanknopingspunt is UV. Daarover is het meest bekend. In zijn algemeenheid worden plaaginsecten aangetrokken door UV-A (golflengte 320-400 nm) en afgestoten door UV-B (280-320 nm). Als je het kasdek bedekt met een UV-werende coating beperkt dat het invliegen van plaaginsecten sterk, blijkt uit veel proeven. Ook de activiteit in de kas wordt sterk geremd en daarmee de verspreiding van virussen die door insecten worden overgebracht.
Dit is vooral het geval bij plastic kassen, omdat plastic nu eenmaal veel meer UV doorlaat dan glas. Gewoon tuinbouwglas laat UV-A en een deel van het UV-B spectrum (vanaf 300 nm) door, maar slechts in beperkte mate: minstens driekwart van het natuurlijke niveau wordt tegengehouden. Low-iron glas laat wel het volledige UV-B spectrum door. Dus bij glas zijn de remmingseffecten van een UV-werende coating altijd veel kleiner. Toch zien ook Scandinavische onderzoekers wel brood in manipulatie van het UV-spectrum dat het gewas bereikt.
Dit kan natuurlijk ook effect hebben op de natuurlijke vijanden. Het beeld hierbij is divers: sommige blijken niet zo UV-gevoelig, anderen weer wel. De selectie van niet-gevoelige soorten is dan wel mogelijk, zodat je de biologische bestrijding op peil kunt houden. Het is wel goed om te bedenken dat hommels UV gebruiken als oriëntatiemiddel.
Effect op schimmels
Weren van UV-A heeft ook zin met het oog op schimmels: die laten dan minder sporen los.Verder kan gerichte inzet van een hoge dosering UV-B schimmels onderdrukken en insecten houden daar evenmin van. In Japan werkte de combinatie van UV-B-lampen en reflecterende doeken op de grond goed om spint te bestrijden. Dit zou wellicht ook een idee kunnen zijn bij de tomatengalmijt, die nu niet biologisch aan te pakken is. Daarbij is het dan wel nodig eventuele neveneffecten op natuurlijke bestrijders mee te nemen.
Tot slot is het mogelijk de weerbaarheid van jonge planten te verhogen; onder UV-B licht maken ze meer afweerstoffen aan. Dit zou de basis kunnen zijn voor een behandeling bij de plantenkweker.
Beperkte kennis lichtkleuren
De inzichten bij UV-licht zijn inmiddels zodanig gegroeid dat praktijktoepassing mogelijk is. Zodra je het hebt over andere lichtkleuren, is er nog maar heel beperkt kennis beschikbaar. Het meest eenduidige is het effect van rood licht op schimmels zoals meeldauw. Proeven daarmee waren veelbelovend en het moment van toediening blijkt uit te maken: aan het begin of eind van de dag, of juist ’s nachts.
Uit Japans onderzoek blijkt dat sommige insecten te doden zijn met blauw licht en dat werkte nog beter dan UV, maar het is tot nu toe het enige onderzoek dat dit aantoont. Deze kleur werkt ook remmend op de sporenvorming bij Botrytis en valse meeldauw.
Daglengte en lichtintensiteit
In een studie met aubergine in Japan trokken veldjes met violet licht roofwantsen aan en lagen de trips- en wittevlieg dichtheden twee keer zo laag als in de controleveldjes. Interessant is verder dat onderbreking van de nacht met geel licht de cyclus van motten in de war kan sturen en hun activiteit en voortplanting kan onderdrukken. Dit is een voorbeeld van het feit dat het uitmaakt op welk moment van het etmaal je een lichtbehandeling inzet. Ook het effect van UV-B op meeldauw is afhankelijk van de achtergrondstraling en kan vaak het beste ’s nachts worden toegepast.
Naast lichtkleuren hebben daglengte en lichtintensiteit zeker invloed. Sluipwespen bijvoorbeeld zijn actiever bij hogere lichtsterktes. Bij een langere dag krijgt echte meeldauw bij roos veel minder kans.
Nu de LED-belichting in de kassen oprukt en tegelijkertijd de mogelijkheden voor chemische plaagbestrijding afnemen, is het nodig veel meer inzicht te krijgen in de effecten van licht op het biologische evenwicht in de kas. Op zijn minst om rekening te kunnen houden met gewenste of ongewenste neveneffecten van de lichtkleur.
Winterlicht
Wageningen University & Research doet momenteel twee onderzoeken op dit terrein. Beiden concentreren zich op de herfst- en winterperiode, dan neemt de activiteit van sommige biologische bestrijders af en het is de vraag aan welke lichtaspecten dat ligt. Verder is juist in de herfst en winter het aandeel kunstlicht hoog ten opzichte van zonlicht en heeft de kleur ervan dus de meeste invloed.
Samenvatting
Ziekten en plagen, natuurlijke vijanden en het gewas reageren allemaal op lichtkleur en -sterkte, daglengte en het moment waarop een bepaald lichtspectrum heerst. Dat maakt het lastig om ermee te sturen. Het meeste is bekend over UV en er zijn al min of meer praktische toepassingen. Bij andere lichtkleuren is nog een wereld te winnen. Rood licht tegen schimmels gaf wel eenduidige resultaten. In Bleiswijk vinden momenteel nieuwe proeven plaats.
Tekst: Marjolein Kruidhof, Ep Heuvelink (Wageningen University & Research) en Tijs Kierkels.Beeld: Wilma Slegers en WUR.
[/wcm_restrict]
