Voor telers die vooruit kijken

Virussen: hoe komen ze binnen en hoe houd je ze buiten?

Nieuwe gentechnologie kan planten immuun maken
626 0
Virussen: hoe komen ze binnen en hoe houd je ze buiten?

Virussen vormen voor tal van teelten een constante bedreiging. Afhankelijk van hun aard en het onderhavige gewas kunnen virussen resulteren in groeistagnatie, misvormingen, plantuitval of een eindproduct dat onverkoopbaar is of waarop exportrestricties rusten. Er is telers dus veel aan gelegen om virussen buiten de kas te houden. André van der Wurff legt uit hoe virussen zich verspreiden en hoe telers zich daartegen kunnen wapenen. Melvin Tesselaar en René Leek van Tesselaar Alstroemeria vertellen hoe zij het op hun bedrijf aanpakken.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
Virussen zijn er in vele soorten. Kenmerkend voor deze pathogenen is dat zij zich – op een enkele uitzondering na die gebruik maakt van DNA – in hun gastheer vermeerderen met behulp van RNA. Om zich tegen virussen te verweren, hebben veel planten het vermogen ontwikkeld om viraal RNA met behulp van specifieke eiwitten in stukjes te knippen. Dit natuurlijke afweermechanisme is niet in alle gevallen afdoende. Wanneer een plant zich niet of onvoldoende tegen een bepaald virus kan verweren, is hij daar vatbaar voor. In commerciële gewassen kan of zal een besmetting dan leiden tot opbrengstderving.
Bekende schadelijke virussen in onze belangrijkste cultuurgewassen zijn pepinomozaïekvirus (PepMV), tomatenbronsvlekkenvirus (TSWV) en cucumovirus (CMV) in tomaat, paprikamozaïekvirus (PMMoV), TSWV en CMV in paprika, komkommerbontvirus (CGMVV) in komkommer en cymbidiummozaïekvirus (CyMV), ORSV en TSWV in orchideeën. Laatstgenoemde is het meest voorkomende virus in siergewassen. In de tabel staat een beknopt overzicht van de belangrijkste virussen voor de glastuinbouw, hun overdrachtsmechanismen of vectoren en de bijbehorende waardplanten .

Alert zijn

Tuinbouwlaboratorium Groen Agro Control uit Delfgauw analyseert vrijwel dagelijks gewasmonsters van glastuinbouwbedrijven op de aanwezigheid van virussen. Volgens teamleider André van der Wurff is op het eerste gezicht niet altijd duidelijk om welk virus het gaat, maar kan het lab dankzij moderne technieken doorgaans snel duidelijkheid verschaffen.
“Het is sowieso goed om alert te zijn en verdachte planten bij twijfel zo snel mogelijk nader te laten onderzoeken”, zegt hij. “Sommige virussen zijn erg besmettelijk, omdat ze via oogstkarren, oogstmesjes, menselijk handelen of op andere mechanische wijze gemakkelijk naar gezonde planten worden overgedragen. Om die reden worden oogstmesjes in de komkommerteelt na iedere oogsthandeling even in magere melk gedoopt, omdat het daarin aanwezige eiwit het komkommerbontvirus neutraliseert.”

Vectoren en waardplanten

Naast kenmerkende of vermeende ziektebeelden zijn er nog twee zaken waar telers op dienen te letten: de aanwezigheid van vectoren die virussen verspreiden – zoals trips, bladluizen en zelfs mussen – en de aanwezigheid van waardplanten in en rond het bedrijf, die als gastheer van virussen (en vectoren) fungeren en belangrijk zijn voor hun instandhouding en vermeerdering daarvan.
Van der Wurff: “Op insecten zijn de meeste telers wel bedacht, maar het belang van waardplanten wordt veelvuldig onderschat. Vaak staan ze in flinke aantallen in de naaste omgeving van het bedrijf, bijvoorbeeld in siertuinen, langs slootkanten of als onkruiden langs de weg. Niet zelden hebben insecten daar nog uitgebreid geluncht voordat ze de kas in vlogen en dragen ze het virus vervolgens via hun monddelen en lichaamssappen over op het gewas.”

Goed scouten

Bij Tesselaar Alstroemeria in Heerhugowaard krijgen waardplanten wel de aandacht die ze verdienen. Het familiebedrijf van Melvin, Niels en Linda Tesselaar en medevennoot René Leek is met 8,5 ha teeltareaal de grootste alstroemeriateler van het land. Daarnaast is 1 ha kas toegewezen aan veredelingsactiviteiten en een afdeling moerplanten.
“Wij werken zoveel mogelijk biologisch, maar dat betekent ook dat je bedrijf nooit helemaal vrij is van trips en luis”, zegt teeltmanager René Leek. “Ik heb de indruk dat de virusdruk daardoor geleidelijk toeneemt. Dat zullen veel telers waarschijnlijk herkennen. Wij scouten wekelijks en letten daarbij scherp op virussymptomen. Besmette planten worden samen met hun naaste buren direct verwijderd en vernietigd. Dat is de enige remedie om uitbreiding te voorkomen.”
Twee van de drie belangrijkste virussen die een bedreiging vormen voor alstroemeria worden overgedragen door trips. “Die willen we dus zoveel mogelijk buiten houden”, vervolgt Melvin Tesselaar. “Insectengaas voor de luchtramen is vanwege de invloed op het klimaat geen optie. Om het invliegen te beperken en extra alert te blijven op toenemende tripsdruk buiten het bedrijf, plaatsen we ook vangplaten rond de kassen. Waardplanten houden we kort door de groenstroken en slootkanten regelmatig te maaien. En we sporen collega’s in de buurt aan om dat ook te doen.”

Bewustwording

Daarnaast houdt het bedrijf er een strikt hygiëneprotocol op na, dat ook voorziet in bewustwording bij de medewerkers. “Zij brengen per slot van rekening de meeste tijd door in de kas”, licht Leek toe. “Virussen zijn veel beter te beheersen als je met zijn allen de juiste voorzorgsmaatregelen neemt, alert bent op ziektebeelden en ingrijpt zodra je iets ziet wat niet goed is. Het kost meer tijd en inspanning dan in het verleden, maar dat hebben we er graag voor over. Voor een leverancier van uitgangsmateriaal is het cruciaal om goed schoon te blijven.”

Samenvatting

Door de vergroening van de gewasbescherming wordt het nog belangrijker om virusvectoren zoals luis, trips en witte vlieg buiten de kas te houden, besmette planten te verwijderen en een strikt hygiëneprotocol te hanteren. Een aspect dat vaak onderbelicht blijft, is de aanwezigheid van waardplanten in groenstroken, slootkanten en siertuinen om het bedrijf. Bij Tesselaar Alstroemeria wordt daarnaast een strikt hygiëneprotocol nageleefd.


Virusbescherming in de toekomst:

Cross protection en CRISPR-Cas

In de afgelopen jaren zijn nieuwe methoden ontwikkeld die perspectief bieden in de strijd tegen plantenvirussen: cross protection (kruisbescherming) en CRISPR-Cas.

Cross protection (kruisbescherming) is te vergelijken met inenten bij mensen. Door planten bewust met relatief onschuldige (verzwakte) virussen te infecteren, wordt het immuunsysteem geactiveerd en naar een hoger reactieniveau getild. Hierdoor kan de plant schadelijke virussen sneller herkennen en onschadelijk maken.

CRISPR-Cas is een recente, door Amerikaanse en Zweedse wetenschappers ontwikkelde techniek waarmee DNA op vooraf bepaalde plaatsen is open te knippen. Desgewenst zijn hiermee ook specifieke, ongewenste DNA-sequenties (lees: eigenschappen) te vervangen door andere, gewenste sequenties. Planten zijn met deze techniek veel sneller en gerichter immuun te maken voor virussen dan via traditionele kruisingsmethoden.


Tekst: Jan van Staalduinen. Foto’s: Jan van Staalduinen en Groen Agro Control





[/wcm_restrict]

Gerelateerd

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd