Om schimmel- en paddenstoelenvorming in potgronden het hoofd te bieden is in 2015 het Platform saprotrofe schimmels opgericht. De voornaamste doelen waren het systematisch in kaart brengen en analyseren van praktijksituaties, het bundelen en delen van kennis én het initiëren van nieuw onderzoek. De problematiek is nog steeds actueel, maar op het centrale meldpunt blijft het vervelend stil.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
Saprotrofe schimmels (saprofyten) leven van dood organisch materiaal en zijn in directe zin niet schadelijk voor potplanten. Hun aanwezigheid kan de waterhuishouding in potkluiten – en daarmee de plantengroei – echter danig verstoren. Bovendien vormt het gros van deze schimmels paddenstoelen. Deze verminderen de handelswaarde van het product en moeten daarom bij het verkoopklaar maken worden verwijderd, wat extra aandacht en arbeid vergt. Arthur van den Berg (LTO Glaskracht Nederland), Hein Boon (RHP) en Elly Bak (Corn. Bak) roepen telers daarom op tot actie en openheid.
Volgens het kenniscentrum voor substraten vormen saprofyten in potplantenteelten een groeiend probleem. Dat heeft alles te maken met de gestage verbreding van het aantal toegepaste substraatcomponenten en met de versmalling van het pakket toegelaten fungiciden. Wanneer we daar de enorme variatie van het aantal betrokken schimmels bij optellen – er zijn inmiddels zo’n vijftig soorten beschreven – wordt duidelijk dat het om een complex fenomeen gaat.
Preventie vergt inzicht
Hein Boon: “De mogelijkheden en middelen voor bestrijding zijn beperkt. Gespecialiseerde toeleveranciers zoeken al naarstig naar antagonisten. Die moeten effectief zijn, ongevaarlijk voor de teelt en de omgeving en ze moeten ook altijd dezelfde, voorspelbare werkzaamheid hebben. Dat vraagt om openheid en die wordt vanuit concurrentieoverwegingen niet snel gegeven. Veel biologische producten en preparaten zijn immers gemakkelijk te kopiëren. We moeten de oplossingen daarom vooral zoeken in preventieve maatregelen binnen de substraatketen en op de teeltbedrijven die met potgrondsubstraten werken.”
Het lastige is dat er nog heel veel onbeantwoorde vragen zijn. Om meer inzicht te krijgen in de specifieke relaties tussen de vele schimmelsoorten, grondstoffen, herkomstgebieden, besmettingswijzen en de mogelijkheden om besmetting te voorkomen of de schimmels te bestrijden, is een systematische aanpak nodig. Die valt of staat met de bereidheid van telers en substraatproducenten om voorkomende problemen te melden en gespecialiseerde onderzoekers aan het werk te zetten.
Probleem onder de pet houden
“En daar wringt nou net de schoen”, meent netwerkcoördinator Potplanten Arthur van den Berg van LTO Glaskracht Nederland. “Het aantal besmettingsgevallen dat bij het meldpunt binnenkomt is minimaal. Meestal horen we via via dat er op een bedrijf problemen zijn of waren. Die worden over het algemeen wel teruggekoppeld met de substraatleverancier, maar er vindt in zo’n geval geen centrale registratie of vervolgonderzoek plaats.”
“Ik heb het idee dat het probleem wel wordt herkend, maar dat telers er liever geen ruchtbaarheid aan geven”, merkt Elly Bak op. “Men houdt het liever onder de pet en zoekt ondertussen in samenspraak met de leverancier naar oplossingen. Dat kan in individuele gevallen best werken, maar het draagt niet bij aan een breder inzicht en structurele maatregelen binnen de substraatketen en de potplantensector als geheel.”
Meer prioriteit onderzoek
Om te voorkomen dat de problemen met saprofyten blijven toenemen, wil het platform voeding en richting geven aan onderzoek. In 2015 werd daarvoor al een agenda opgesteld, maar een aanvraag voor cofinanciering vanuit de Topsector werd niet gehonoreerd.
Van den Berg: “De Topsector werkt met thema’s en saprotrofe schimmels zijn niet goed onder één van deze thema’s te plaatsen, jammer genoeg. Het is wel iets dat veel teelten raakt en een bedreiging vormt voor de teeltresultaten. We zullen het als sector dus nog beter op de kaart moeten zetten. Meer inzicht in de aard en omvang van de problematiek helpt daarbij. Wanneer telers echter niets melden, kunnen wij helaas weinig doen en blijven saprotrofe schimmels een sluimerend gevaar.”
Boon vindt dat substraatproducenten eveneens een actievere rol zouden mogen spelen. “Zij hebben er alle belang bij om onderzoek en kennisuitwisseling op dit vlak te bevorderen. Het gaat immers ook om het behoud van de status en de internationale erkenning van het RHP-keurmerk. Ik hoop dat zij klanten die problemen aankaarten wat vaker kunnen overhalen om dit te melden. Bij voorkeur zo gedetailleerd mogelijk, desnoods anoniem. Dat is echt van belang om snel tot bevredigende resultaten te komen.”
Oplossingen
Op basis van onderzoek en data-analyse wil het platform de hygiëne in de keten bevorderen, beginnend bij de substraatproducenten en hun toeleveranciers. Een toets voor de bevattelijkheid van substraten en substraatcomponenten is er nog niet, maar staat volgens Boon wel op de verlanglijst.
“Voor een betere beheersing van het saprofytenvraagstuk is het natuurlijk ook van belang dat producenten hun systemen voor tracking & tracing perfectioneren”, voegt hij toe. “Het geheel of gedeeltelijk vervangen van veen door alternatieve componenten blijft belangrijk voor de verduurzaming van de substraatketen. Die beweging gaat echter tevens gepaard met een complexere logistiek. Er zijn immers meer leveranciers en herkomstgebieden bij betrokken. Waar nodig zal elke schakel of partij passende maatregelen moeten treffen om saprotrofe schimmels uit de keten te weren.”
Herkenningskaarten
Voor de teeltbedrijven draaien die maatregelen vooral om alerte signalering, goede bedrijfshygiëne en – wanneer saprofyten onverhoeds toch de kop opsteken – om een adequate terugkoppeling met de substraatleverancier en het platform. Elly Bak is naast directeur van bromeliaveredelaar Corn. Bak uit Assendelft lid van de stuurgroep van het Platform saprotrofe schimmels én ervaringsdeskundige.
“Wij doen al jaren proeven met nieuwe substraatmengsels en zien naast onze potplanten ook weleens een paddenstoeltje verschijnen”, geeft zij toe. “Zodra dat gebeurt, wat gelukkig nog steeds incidenteel is, gaan de desbetreffende potten in quarantaine, nemen we contact op met de substraatleverancier en vul ik het meldingsformulier in op de website van LTO Glaskracht.”
Om de medewerkers bij het scouten te helpen, heeft zij geplastificeerde herkenningskaarten laten maken met foto’s en beschrijvingen van de meest voorkomende saprofyten. Die hangen in elke afdeling ter inzage. “Daarnaast hebben we enkele jaren geleden de bedrijfshygiëne tegen het licht gehouden en het protocol aangescherpt”, vervolgt Bak. “Vloeren worden regelmatig geveegd, zodat de kans op versleping van besmet substraat minimaal is. Rond de oppotlijnen gebeurt dat het vaakst. Ik moet er niet aan denken dat we ineens schimmels krijgen in de potten van onze kruisingen en vermeerderingslijnen. Gelukkig is dat nog nooit gebeurd.”
Samenvatting
Met de opkomst van potgrondmengsels die minder veen en meer andere organische componenten bevatten, nemen ook de problemen toe met saprotrofe schimmels (saprofyten) in potplantenteelten. Het Platform saprotrofe schimmels wil meer zicht en grip krijgen op de problematiek en roept bedrijven die met saprofyten te maken hebben op om dat te melden.
Tekst en foto’s: Jan van Staalduinen.
[/wcm_restrict]
