Voor telers die vooruit kijken

Vaker gieten en kleinere beurten: ‘downscalen’ van water is de trend

Nieuwe meetinstrumenten moeten resultaten onderbouwen
595 0
Vaker gieten en kleinere beurten: ‘downscalen’ van water is de trend

De schaalvergroting van de laatste tien jaar vraagt om een andere manier van water geven. Onder meer op technisch vlak. Want hoe zorg je dat alle planten op die lange paden voldoende water krijgen? Kom je sowieso wel helemaal rond? Installaties worden op drukverlies ontworpen en pompcapaciteiten opgeschroefd. Daarnaast kiezen telers voor druppelslangen met een kleinere diameter. Alles om het water met meststoffen sneller bij de planten te krijgen.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]

Alhoewel het lastig te meten is, benadrukken betrokkenen dat voldoende inzicht in de watergift van groot belang is. Natuurlijk de kwaliteit en samenstelling van het water, maar ook de omloopsnelheid heeft invloed op een gewas. Met voldoende inzicht in dit laatste gegeven weet een teler bijvoorbeeld wanneer het vernieuwde meststoffenrecept de achterste planten bereikt. En dat dan zo efficiënt mogelijk.

Zuinig met water

Water mag in ons land dan geen schaarste zijn, toch moeten we er duurzaam mee omgaan. Dat doen we al heel netjes, menen tomatenteler Marcel van der Knaap van Rimato in Honselersdijk en Revaho-specialist Edwin Rijpsma. Een Nederlandse teler heeft slechts 10% van het water nodig van wat men in Spanje verbruikt voor een mooie tomaat. Dat mag best eens worden gezegd.
Neemt niet weg dat het altijd beter kan. Natuurlijk niet in termen van liters water of kilo’s product, maar net dat extra plusje dat de concurrent niet heeft. Van der Knaap: “Door de watergift te optimaliseren, willen we voorin het pad net zo snel en dezelfde kwaliteit oogsten als achterin. Daar valt nog wel wat te winnen.”

Rustig water geven

“We hebben het dan niet zozeer over de totale watergift”, aldus Rijpsma, “maar meer over de frequentie en beurtgrootte. Door vaker en met kleinere beurten water te verstrekken, verbeteren de omstandigheden aan de onderzijde van de plant. Denk aan de mat en de wortels.”
Vooralsnog is die stelling vooral gebaseerd op een ‘gevoel’. Officieel is er namelijk geen verband aangetoond tussen rustige watergift en een beter teeltresultaat. Nog niet, want als het aan de irrigatiespecialist ligt, wordt die samenhang snel bewezen. “Het gevoel komt voort uit dingen die we wél zeker weten. Dat een goed zuurstofniveau in water belangrijk is voor de wortelkwaliteit bijvoorbeeld. En dat een ideale matvochtigheid de prestaties van een plant verbetert.”

Kleinere beurten

Middels kleine beurten houdt de teler de verhouding tussen zuurstof en water beter in de hand. Concreet: geeft een tomatenteler ’s zomers 200 cc per plant, bij 10 l/m2/dag en met 2,5 plant/m2 gaat het dan om 20 grote beurten. Bij kleine beurten – 100 cc – verdubbelt dit aantal tot 40. “Deze werkwijze verbetert het totale saldo aan zuurstof in de mat”, aldus Rijpsma. “Wanneer water minder dan dertig procent zuurstof bevat, komen de wortels in problemen. Echter, water kan niet ongelimiteerd zuurstof opnemen, daar zit een maximum aan. Het ‘tekort’ wordt door de mat via de lucht aangevuld. Verzuip je diezelfde mat met een grote plons water, dan komt de lucht niet bij de wortels en ontstaat een disbalans.”
Het vermoeden bestaat bovendien dat door vaker beurten te geven, schadelijke ophopingen in leidingen worden verkleind. “Gietwater bevat allerlei meststoffen en kleine vervuilingen. Wanneer die steeds in grote hoeveelheden langzaam door de leiding stromen, kunnen eerder verstoppingen ontstaan. Door frequenter te doseren, schoont het systeem zichzelf en is datgene wat bij de plant komt ook daadwerkelijk het mengsel en de hoeveelheid zoals beoogd. Volgens ons heeft deze verversing een positief effect op de productie van een gewas. De productiesnelheid wordt verhoogd en tegelijkertijd ontstaat een uniformer productieverloop in de lengterichting van het pad.”

Zelfde waterhoeveelheid

Totaal wordt er niet minder water gegeven. “De behoefte van de plant blijft leidend”, vertelt de tomatenteler. “De hoeveelheid drain is ook gewoon gelijk. En het moment van water geven? Tja, dat is sowieso per teler of teeltvoorlichter verschillend. Wij geven bijvoorbeeld ’s nachts nog makkelijk een beurtje. Wanneer de mat teveel inteert, gaat laat in de avond gewoon de kraan nog even open. Het verhaal gaat puur om snelheid.”
Door kleinere leidingen en druppelaars te combineren met een hogere frequentie realiseer je continu de beste zuurstof/waterverhouding in de mat en dus bij de wortels. “Daarin geloven we, maar er is nog veel onbekend. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met de uitspoeling van de meststoffen in de mat? Dat zou je eigenlijk per groeivak moeten meten. Net zoals eventuele productieverschillen. Wij roepen partijen zeker op zich hier mee bezig te houden. Watergift wordt nog te vaak onderschat, maar is o zo belangrijk.”

Praktijktesten

Met meer kennis van zuurstof in het wortelmilieu zijn de bijbehorende irrigatiesystemen te optimaliseren. Want ook hier ‘doet men maar wat’. Rijpsma: “We zien het al bij de keuze voor druppelslangen. Sommige telers kiezen standaard voor 20 mm en druppelaars met een afgifte van 3 of zelfs 4 liter per uur. Waarom? Omdat ze dat al jaren zo doen.”
Van der Knaap daarentegen startte al bij de nieuwbouw in 2009 met 16 mm-leidingen (high flow) en druppelaars van 2 liter per uur. “Hun ervaringen daarmee zijn goed. Als we die ervaringen daadwerkelijk kunnen onderbouwen met cijfers, zullen andere telers deze werkwijze eerder overnemen en brengen we samen de teelt op een hoger plan.”


Optische sensor meet kleinste zuurstoffluctuaties

Volgens waterspecialist Arie Draaijer staat het buiten kijf: de watergeefstrategie is de laatste grote optimalisatieslag die de tuinbouw nog kan maken. “We weten gewoon nog te weinig over het effect van de watergift op het wortelmilieu in de verschillende substraten. Voornamelijk omdat we dat niet konden meten. De meeste sensoren verbruiken namelijk zelf zuurstof.”

“Met betrekking tot het wortelmilieu zijn twee zaken van belang”, zegt Draaijer van Sendot. Daalt de hoeveelheid zuurstof, dan dalen ook de water- en nutriëntenopname van de wortels. En bij langdurige afwezigheid kunnen wortels afsterven en ontstaat een verhoogd risico op ziektes. “Kortom, dat wil je niet. Telers zitten wat dat betreft vaak in een spagaat. In de meeste substraten zien we namelijk dat gedurende de dag onder invloed van temperatuur en instraling, het zuurstofgehalte van de mat daalt. Soms zelfs tot een waarde van 0. De zuurstofvoorraad in water is dan gewoon onvoldoende. Aan de andere kant leidt meer water geven tot een constant verzadigde mat: ook ongewenst. De uitdaging is dus om voldoende in te teren zonder droogtestress te veroorzaken.”

Nauwgezet volgen

Afgelopen december bracht Sendot een handzaam instrument op de markt dat zuurstof in het wortelmilieu meet. Volgende stap is om deze meetgegevens te integreren in de watergiftstrategie. De FluoMini Pro is een optrode (optische sensor) met fluorescerende coating die zowel reageert op warmte als op zuurstof.
Draaijer: “Onze sensor verbruikt zelf geen zuurstof en kan dus prima in substraten worden gebruikt, van potgrond tot steenwol. De teler prikt de tip van het instrumentje simpel in het substraat, de sensor slaat de gegevens op. Er is ruimte voor 2 à 3 weken opslag. Vervolgens kan de teler via een app de informatie uitlezen. Ik heb al bij verschillende klanten meegekeken. Mooi om te zien: elk druppelbeurtje, elke nachtbeurt, je kunt alles nauwgezet volgen.” Het bedrijf werkt momenteel aan de mogelijkheid hun sensor aan de klimaatcomputer te koppelen.


Samenvatting

Er is nog weinig bekend over het effect van water geven op de plant. Vooralsnog weet niemand exact welk type beurt en/of frequentie tot het beste teelresultaat leidt. Vermoedens zijn er wel. Vaker kleinere hoeveelheden doseren zou het wortelmilieu verbeteren, de omloopsnelheid van water en meststoffen verhogen en de kans op verstoppingen verkleinen. Nieuwe meetinstrumenten moeten deze resultaten gaan onderbouwen.

Tekst: Jojanneke Rodenburg. Foto’s: Studio G.J. Vlekke.

[/wcm_restrict]

Gerelateerd

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd