Voor telers die vooruit kijken

Telers opgeschrikt door uitbraken Bemisia en tomatengalmijt

Schone start teelt en geïntegreerde aanpak helpt
688 0
Telers opgeschrikt door uitbraken Bemisia en tomatengalmijt

Verschillende teeltgebieden in Nederland en België hadden er dit seizoen mee te maken: Bemisia tabaci en tomatengalmijt. Twee plagen die niet nieuw zijn in de tomatensector, maar de intensiteit waarmee ze de kop op staken, was wel onverwacht. En de schade aanzienlijk. Reden genoeg om deze plaaginsecten nader te bekijken. Adviseurs van Certis en Delphy geven tips om een uitbraak te voorkomen.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
Arjan Vijverberg kent de schadebeelden van zowel Bemisia als tomatengalmijt. Gelukkig niet van het eigen familiebedrijf, maar wel vanuit zijn werkzaamheden als teeltadviseur tomaat bij Delphy. “Een gewas aangetast door Bemisia herken je aan de wankleurige vruchten en tomatengalmijt laat bruine plekken op de plant na. Duidelijk, dat wil je niet als teler. De meeste telers schrikken dan ook van de berichten dat collega-bedrijven hierdoor zijn getroffen.”

Andere bedrijfsstructuur

“Misschien hebben we afgelopen jaren de aandacht laten verslappen”, denkt Certis adviseur Irma Lukassen hardop. “Juist omdat we deze plagen goed onder de duim leken te hebben, reageerden bedrijven waarschijnlijk niet adequaat genoeg op de eerste symptomen. En wanneer dan de beestjes de overhand krijgen, zijn ze niet of nauwelijks te corrigeren met de beschikbare gewasbeschermingsmiddelen.”
Vijverberg voegt daaraan toe dat door de warmere (belichte) kasomstandigheden de cycli steeds korter worden. “En de bedrijven worden steeds groter. Als een aantasting met Bemisia of tomatengalmijt uit de hand loopt, verspreidt het zich in no-time over een groot oppervlak.”

Lastig te herkennen

De adviseurs roepen telers dan ook op tot een grotere waakzaamheid. En dat is best lastig met deze plagen, weten beiden. Lukassen: “Bemisia tabaci lijkt erg veel op de bekende kaswittevlieg. Het is dus makkelijk je te vergissen.” Een volwassen exemplaar is wat geler gekleurd en tevens te herkennen aan de stand van de vleugels op het achterlijf. Deze staan meer gekanteld naast het lichaam en liggen parallel aan elkaar, waar ze bij de kaswittevlieg meer in een V-vorm op het achterlijf liggen.
De poppen op het blad zijn beter uit elkaar te houden. Die van de kaswittevlieg is mooi ovaal met een rechtopstaand randje. De pop van Bemisia daarentegen is veel grilliger van vorm. Bij de tomatengalmijt (Aculops lycopersici) is het verhaal nog complexer. Dit kleine beestje is met het blote oog namelijk niet zichtbaar. Hun aanwezigheid is vooral af te leiden aan het schadebeeld.

Schadebeeld

De schade van tomatengalmijt toont zich als een roestkleurige stam en naarmate de aantasting erger wordt, zullen ook de bladeren van onderuit bruin gaan kleuren. Behalve de plant kunnen ook de vruchten worden aangetast. In dat geval verkurken de vruchten en verkleuren de trosstelen roodbruin.
Uiteindelijk zal de plant afsterven. Een aantasting met Bemisia leidt tot wankleurigheid van de tomaten.
Vijverberg: “Bij meer dan tien vliegen per blad is de infectie al dusdanig dat het product onverkoopbaar wordt. Bij hoge temperaturen kan de ontwikkeling zeer snel gaan en waar de kaswittevlieg zich met name ophoudt in de kop van de plant, is Bemisia van hoog tot laag in het gewas waar te nemen waardoor telers de werkelijke infectiedruk vaak onderschatten. Als je er niks aan doet dan breiden ze zich in korte tijd enorm uit. Snel ingrijpen is dus gewenst.”

Alert reageren

Een goede en gerichte scouting is de eerste stap om te constateren of en in welke mate de plaag in het gewas aanwezig is. Hoe sneller een beginnende infectie wordt waargenomen en aangepakt, hoe groter de kans op succes. “Onderschat dit niet en trek hier voldoende tijd voor uit. Gelukkig zie je bij grote bedrijven iemand rondlopen die fulltime het gewas scout en zich professioneel bezighoudt met gewasbescherming”, constateert Vijverberg.
Daarnaast moeten ook de oogst- en gewasmedewerkers goed worden geïnstrueerd. Zij lopen immers dagelijks door de paden en het valt onherroepelijk op als iets afwijkt van het normale. “Leer ze daarom plaaginsecten te herkennen en – indien niet zichtbaar voor het blote oog – de schadebeelden. Een tomatengalmijt zie je niet zitten, maar de bruine plekjes op de stam vallen ongetwijfeld op. Bedenk een systeem om deze informatie snel terug te koppelen. Bij sommige bedrijven waar ik kom, voeren de medewerkers waarnemingen in via de padregistratie. Zo behoud je het overzicht en kun je alert ingrijpen bij verhoging van de druk.”

Geïntegreerde aanpak

De bestrijding van beide plagen, zowel biologisch als chemisch is lastig. Een goede macroluphus populatie is een zeer belangrijke basis. Swirski werkt wel, maar is niet afdoende. Sluipwespen geven de voorkeur aan de grotere kaswittevlieg en de Bemisia ontwikkelt zeer gemakkelijk resistentie tegen de gebruikelijke chemische middelen zoals Oberon en Admiral, die integreerbaar zijn. Schimmelpreparaten zoals Preferal en BotaniGard zijn echter niet gevoelig voor resistentieontwikkeling en werken even goed op Bemisia als op kaswittevlieg.
Een effectieve spuittechniek is eveneens een belangrijk aandachtspunt, juist omdat dit insect zich over de gehele plant bevindt en echt geraakt dient te worden. Lukassen meldt goede resultaten van ER II. Door dit plakkerige goedje op zetmeelbasis door de koppen te spuiten, blijven de volwassen vliegen kleven en worden uitgeschakeld. “Tegen galmijt werkt chemisch eigenlijk alleen Oberon”, vertelt Vijverberg. “Gelukkig verspreidt dit insect zich niet al te snel. Ze zitten vooral pleksgewijs bij elkaar. Soms is in een pad slechts één plant helemaal bruin. Dit moet je dus gelijk de kop indrukken. In de biologische teelten is deze mijt echt een groot probleem.”
In Spanje zijn met ER II ook goede ervaringen op tomatengalmijt. Let er wel op dat vruchten niet worden geraakt, zet het middel eventueel pleksgewijs in.

Hygiënische teeltwissel

Door het ontbreken van grove correctiemiddelen en het minimale effect van biologische bestrijders, is het lastig deze ongenode gasten kwijt te raken. Ook hier geldt dus: voorkomen is beter dan genezen. “Het is niet duidelijk hoe deze plagen een kas binnenkomen, maar een schone start van de teelt is sowieso heel belangrijk”, benadrukt de adviseur. “Zorg voor schoon plantmateriaal bij de plantenkweker en desinfecteer alle ruimten voordat de planten op de mat of in de grond gaan.”
Lukassen onderstreept het belang van een hygiënische teeltwissel. “Volg nauwkeurig het schoonmaakprotocol want daarmee kun je veel ellende achteraf voorkomen. Een niet opgeruimd blaadje in de kas kan al grote gevolgen hebben. Ruim dus al het oude gewas op, ook in bijvoorbeeld de verpakkingsloods en ketelruimte. Een goed ontsmettingsmiddel op basis van waterstofperoxide en perazijnzuur doet de rest. Veel telers gebruiken Jet5 met goed resultaat.”

Samenvatting

De plaaginsecten Bemisia en tomatengalmijt doken afgelopen seizoen in groten getale op in de tomatenteelt. Biologie kan deze plagen moeilijk de baas en ook de chemische gewasbescherming heeft onvoldoende grove correctiemiddelen. Adviseurs benadrukken daarom het belang van hygiëne en efficiënte schoonmaakmiddelen tijdens de teeltwissel. Een schone start is het halve werk. Ook roepen zij telers en medewerkers op het gewas grondig te scouten. Als de aantasting snel wordt ontdekt, heeft behandeling de grootste kans van slagen.

Tekst: Jojanneke Rodenburg. Foto’s: Studio G.J. Vlekke en Certis.

[/wcm_restrict]

Gerelateerd

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd