Groente telen gebeurt in Europa vooral in een kas, maar dat kan ook anders. Wereldwijd zijn andere vormen van tuinbouw in opkomst. Met hippe namen als city farming, urban farming, vertical farming of plant factories. Heeft meerlagenteelt in gesloten gebouwen onder LED-licht de toekomst? Nederlandse toeleveranciers brengen al volop kennis in en leveren producten op maat. Of de teeltwijze ook in West-Europa gaat doorbreken, is afwachten.
[wcm_nonmember]
Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]
Het is ‘hot’: groente telen, maar niet in een standaard kas. Van CNN tot Onder Glas, iedereen bericht erover. Azië, het Midden-Oosten en de Verenigde Staten gaan in deze trend voorop, maar inmiddels loopt ook Europa er warm voor. Het initiatief komt soms van supermarkten of restaurants, dan weer van een groep consumenten of grote investeerders.
De omvang en teeltwijze zijn al net zo verschillend. Het kan in dak- en moestuinen op gebouwen of midden in de stad, al dan niet in een kas zoals UF002 De Schilde in Den Haag. In dit artikel zoomen we in op de teelt in (bedrijfs)gebouwen onder kunstlicht. In Nederland gebeurt dat laatste al commercieel: na slateeltbedrijf Deliscious in Beesel volgt de Staay Food Group in Dronten (zie kader).
Plant factories of city farming?
Marc Celis, cropspecialist sla bij Rijk Zwaan, is bij projecten in de hele wereld betrokken, ook die in de Flevopolder. “De verschillende namen en initiatieven zorgen soms voor verwarring. Wij gebruiken de term ‘plant factory’ voor meerlagenteelt in een gesloten gebouw onder LED’s. Hydroponics-teelt is er de standaard. Meestal worden er bladgewassen geteeld, altijd zonder gewasbeschermingsmiddelen. Philips noemt die teelt city farming.”
Omdat BVB Substrates nauw samenwerkt met de lichtspecialist, kiest het ook voor die term. De substraatspecialist levert pluggen en matten voor dit soort systemen. Dat is maatwerk. Geen bedrijf is hetzelfde, vertelt Peter Sonneveld, medeverantwoordelijk voor innovaties. “We krijgen de gekste vragen. Over de hoogte van pluggen, het aantal gaten of de vorm. Wij merken dat er nog geen standaardsysteem bestaat en iedereen zoekende is.”
Wereldhonger
Hoe kijken de toeleveranciers tegen deze trend aan? Sonneveld wijst op het rapport ‘How to feed the World in 2050’ van de Verenigde Naties, dan is intensievere teelt nodig om de groeiende bevolking te voeden. “We zien dat de vraag naar substraten voor city farming elk jaar toeneemt. Het is een groeimarkt. Wij verwachten dat het een aanvulling is op de teelt van producten in kassen.”
Celis denkt er genuanceerd over: “Dat het zo’n hype is, verbaast mij. ‘Wij gaan de honger in de wereld oplossen’ is een mooi verhaal waarop de media inspringen. Daardoor lijkt het wel of het de enige manier van telen is, maar dat is het zeker niet. In gebouwen kun je natuurlijk de temperatuur, CO2, vocht en kunstlicht exact regelen, beter dan in kassen. Plant factories vragen bovendien minder ruimte. Maar de kostprijs is in Europa vier à vijf keer hoger vergeleken met een standaard hydroponics-teelt van sla. Bij die teelt zijn eveneens geen of nauwelijks gewasbeschermingsmiddelen nodig. Zelf denk ik dat in gematigde klimaten de semi-gesloten kas het meest kansrijk is.”
Minstens 8.000 kroppen
Toch zijn plant factories in grote delen van de wereld interessant, meent de slaspecialist. Vooral wanneer de teelt anders niet mogelijk is, de afstanden groot zijn óf als de consument de meerprijs wil betalen voor voedselveiligheid. Goede marketing kan eveneens het verschil maken.
“In Zuidoost-Azië of in Dubai zijn de luchtvochtigheid en temperatuur hoog, wat conventioneel telen lastig maakt. In Japan staat na de kernramp in Fukushima voedselveiligheid voorop. Consumenten betalen daarom graag een hogere prijs voor een krop sla. Toch is ook daar de meerlagenteelt pas rendabel bij 8.000 kroppen per dag. En in de Verenigde Staten ligt een teeltgebied als Californië op grote afstand van New York. Daar ligt local-for-local aan de basis van deze ontwikkeling. Green Sense Farms in Chicago en AeroFarms in Newark – die gebruik maakt van mist in plaats van een waterfilm – zijn grote spelers. Hun verdienmodel is deels gebaseerd op de verkoop van het teeltsysteem.”
Substraten op maat
Hoe deze teelt zich verder ook ontwikkelt, beide toeleveranciers spelen in op de vragen van klanten. Toeleverancier BVB Substrates levert verschillende substraten die bij deze teeltwijze passen, voor elk wat wils. Altijd licht van gewicht, schoon en duurzaam.
“Bedrijven in Azië en het Midden-Oosten hebben een sterke voorkeur voor pluggen van een anorganisch materiaal. Daar past het product Sublime uitstekend in. De basis is polyurethaan foam, dat inert is en aan de hoogste fytosanitaire eisen voldoet. Het is bovendien licht, luchtig, snel herverzadigbaar en in elk gewenst formaat te leveren. We hebben het ontwikkeld als alternatief voor de groenteteelt op steenwol, maar het blijkt perfect in city farming te passen.”
Amerikaanse bedrijven kiezen vaker voor organische substraten. Met het product Impress, een perspotje van licht witveen komt het bedrijf tegemoet aan die vraag. Speciaal voor de meerlaagse kruidenteelt heeft de leverancier een steenwolmat ontwikkeld zonder chemisch bindmiddel. Bij deze substraten blijft het zeker niet. “In de loop van 2017 zal onze nieuwe onderzoeksfaciliteit in De Lier klaar zijn. Hierin zullen we ‘state of the art’ Fytotrons installeren. Dat zijn speciale klimaatkamers met meerlagenteelt en LED-licht. Daar blijven we onze substraten doorontwikkelen.” Ook zet de leverancier een aparte divisie op, vertelt Sonneveld. “We hebben er vertrouwen in dat deze markt blijft groeien.”
Temperatuurverschillen
Veredelaar Rijk Zwaan adviseert plant factories over rassenkeuze en teeltwijze, vertelt Celis. Hij licht toe dat vooralsnog met name lage bladgewassen passen in meerlagenteelt, zoals sla, rucola, spinazie en kruiden. Een enkel bedrijf doet proeven met tomaten en komkommers. Zeker is dat het ene ras beter gedijt bij kunstlicht dan het andere.
“Het ideale lichtspectrum lijkt 12,5 tot 15 procent blauw LED-licht en voor het overige deel rood licht te zijn. Soms kiezen bedrijven ook voor een percentage verrood licht. Dat zorgt voor extra strekking en biomassa, maar kan de plant tevens zwakker maken. Met verrood licht is de rassenkeuze beperkter en de kans op rand of verminderde houdbaarheid groter. Net als in een gewone kas zijn er genoeg uitdagingen in deze teelt. De temperatuurverschillen kunnen groot zijn. En omdat het gebouw een soort incubator is, blijft strikte hygiëne essentieel voor het slagen van de teelt. In ons digitale platform Green Box bieden we klanten de mogelijkheid ervaringen uit te wisselen over hydroponics en plant factories.”
Stevige plant
Naast advies over hoe het huidige assortiment in deze teelt past, neemt het bedrijf in zijn veredelingsprogramma wensen op voor de teelt in plant factories. “Het vereist een stevige plant, die snel groeit, mooi in model blijft en zijn kleur behoudt. Rode slasoorten kunnen namelijk bij een hoge temperatuur en lagere lichtintensiteit te bleek blijven. Onze veredelaars streven naar rassen die deze eigenschappen in zich verenigen. Misschien is het zelfs op termijn mogelijk commercieel tomaten en komkommers te telen in een plant factory.”
City farm voor convenience-segment
De Staay Food Group gaat sla produceren in een grote city farm in Dronten. De groenteverwerker verwacht dat de farm in de tweede helft van 2017 operationeel is. Het bedrijf produceert op deze locatie gesneden groenten en maaltijdsalades voor retailers. Het streeft naar meer zekerheid op het gebied van voedselveiligheid en naar local-for-local productie. Het handelsbedrijf uit Barendrecht betrekt namelijk een half jaar sla uit Nederland en een half jaar uit Spanje of Italië. Binnen het pand produceren en verwerken is duurzamer vanwege minder logistieke kosten en een lagere CO2-uitstoot.
Samenvatting
In Azië, het Midden-Oosten en de Verenigde Staten groeit het aantal city farms, ook wel plant factories genoemd. Nederlandse toeleveranciers spelen erop in met producten en advies. De meerlagenteelt met kunstlicht heeft in Europa een hogere kostprijs dan de kasteelt. Toch zijn de eerste commerciële initiatieven in Nederland een feit.
Tekst: Karin van Hoogstraten. Foto’s: Rijk Zwaan en BVB Substrates
[/wcm_restrict]
